Anne-Wil Boersma groeide op bij haar gelovige moeder. Als tiener ging het de verkeerde kant op. Ze werd rebels en kreeg verkeerde vrienden. Al gauw raakte ze verslaafd aan drugs en daardoor belandde ze in de criminaliteit. Op haar achttiende werd ze opgepakt en in een afkickkliniek geplaatst. Twee jaar geleden brak ze. “Ik zat op de bank en riep huilend naar God dat ik niet meer wist wat ik moest doen. Toen zag ik als het ware Jezus naar me toe komen. Hij liet me zien dat ík achter het stuur van mijn leven zat en Hij vroeg: “Mag Ik het stuur overnemen?”
“Mijn naam is Anne-Wil Boersma. Ik groeide grotendeels alleen met mijn moeder op. Elke zondag gingen we naar de kerk, en ik was gewend ’s avonds en voor het eten te bidden. In mijn jeugd waren er momenten van spanning thuis. Dan trok ik me terug in mijn kamer en zong ik altijd hetzelfde liedje: “Ik leg mijn leven in Uw handen, vul mij met Uw Geest.” Dat gaf me als kind een diepe rust.
Toen ik ouder werd, zocht ik steeds meer afleiding voor de onrust in mijn lijf. Ik begon dingen te doen die niet mochten: niet luisteren, een grote mond, verkeerde vrienden. Al snel begon ik te roken en binnen een half jaar blowde ik dagelijks. Via vrienden kwam ik in aanraking met harddrugs. Ik herinner me nog precies de eerste keer dat ik XTC probeerde. Ik keek naar een soort ‘gat’ dat liefelijk en aantrekkelijk leek. Ik zag een jongetje en meisje op een wipwap. Maar ineens veranderde dat beeld in een eng gezicht dat keihard lachte. Ik voelde dat dit totaal verkeerd was… maar ik was al verdwaald. Vanaf dat moment gleed ik dieper in verslaving: GHB, speed, cocaïne. Ik raakte lichamelijk afhankelijk en wist niet hoe ik eruit moest komen.
Afkickkliniek
Ik belandde in de criminele wereld, omdat ik dacht dat het stoer was en me afleiding gaf. Maar diep vanbinnen was ik elke dag bang. Ik bracht drugs rond op illegale feestjes en het plan was dat ik dit in Antwerpen zou gaan doen. Net voordat ik achttien werd, kwamen mijn ouders erachter hoe slecht het met me ging. Ik werd opgepakt en belandde in een afkickkliniek. Daar ontmoette ik iemand van wie ik meteen wist: “Dit wordt mijn man.” Rond die tijd werd er eens voor mij gebeden, en ik voelde dezelfde vrede als vroeger in mijn slaapkamer — de aanwezigheid van de Heilige Geest. Ik besefte: “Dit ben ik al die jaren kwijt geweest. Dit wil ik terug.”
Later maakten mijn man en ik een wonder mee waardoor we ons leven aan Jezus gaven en ons lieten dopen. Maar toch bleven er dingen in ons leven terugkomen waar we niet doorheen kwamen. Twee jaar geleden brak ik. Ik zat op de bank en riep huilend naar God dat ik niet meer wist wat ik moest doen. Toen zag ik als het ware Jezus naar me toe komen. Hij liet me zien dat ík achter het stuur van mijn leven zat en Hij vroeg: “Mag Ik achter het stuur?” Toen begreep ik dat ik Hem nooit volledig de leiding had gegeven. Ik zei: “Heer, hier ben ik. Neem het over. Ik wil niets meer van mezelf, alleen wat U wilt.”
Bevrijding
Toen kwamen we op bijzondere wijze in het Jubilee terecht. De eerste preek leek direct voor ons bedoeld. We beleden dingen, gingen naar voren voor gebed, en voor het eerst in lange tijd ervoeren we opnieuw de kracht van God. Vanaf het moment dat ik bevrijding ontving, dat Zijn kracht over mij kwam en mijn schaamte wegviel, veranderde mijn leven totaal. Ik mocht echte vrijheid ontvangen.
Nu leef ik zonder schuld en schaamte. Ik mag anderen helpen, uitdelen van wat God mij gaf, mensen meenemen uit verslaving richting vrijheid. De liefde van God heeft me een vreugde gegeven die ik nooit uit mezelf had kunnen vinden. Alleen door de Heilige Geest. Wat ik iedereen wil meegeven: stap naar voren. Geef elk gebied van je leven aan Jezus. Want waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid — echte vrijheid.





