De appel ziet er mooi uit. ‘Begerenswaardig om daardoor verstandig te worden’(Gen. 3:6). Leugens die mooi lijken, slim verpakt in de hoop dat nietsvermoedende Adams en Eva’s erin trappen. Gelikte presentaties, mooi vormgegeven video’s. Deze keer aan de beurt: ‘Iedereen is een kind van God’.
Tekst: Christian Tan
Klopt, in zekere zin. Duh, natuurlijk. Maar wat er hier nu mee bedoeld wordt, namelijk ‘iedereen gered en vergeven’: Hell no. Letterlijk.
Het tragische is: hoe meer mensen dit geloven, hoe minder het juist realiteit wordt:
· Als we zeggen dat iedereen al een kind van God is, worden juist minder mensen kind van God.
· Als we zeggen dat er geen hel bestaat, gaan er juist meer mensen heen.
· Als we zeggen dat we ‘eens gered, altijd gered’ zijn, blijven er juist minder mensen op die weg van eeuwig leven.
God wil, en wij willen het met Hem, dat iedereen inderdaad dat kind van God wordt. Maar daarvoor móet de waarheid dat dat nog niet zo is eerst gebracht worden.
Ik blijf er vanaf of het goedbedoelde ‘ijver voor God maar zonder inzicht’ (Rom. 10:2) is, of een bewuster ‘de waarheid onderdrukken’ (Rom. 1:18). Maar het resultaat van deze leer is een gevaarlijke, demonisch geïnspireerde valse hoop die zowel de verkondigers als toehoorders leidt naar een eeuwig oordeel.
En dit moet openbaar en helder bestreden worden.
“Voor de binnengedrongen valse broeders zijn wij ook geen moment in onderdanigheid opzijgegaan, opdat de waarheid van het Evangelie bij u zou blijven” (Gal. 2:5).
Is iedereen een kind van God?
In zekere zin dus: ja. In striktere zin: nee.
Natuurlijk is elk mens door God gemaakt, en in dat opzicht Gods ‘kinderen’. En in bepaalde context kunnen we er zo over spreken. Als we een verbinding willen maken met on- en andersgelovigen, kan het volstrekt OK zijn om mensen eraan te herinneren dat we allemaal schepsels, nakomelingen, kinderen van God zijn. Dat we oorspronkelijk gemaakt zijn naar Gods beeld. Dat dat nog steeds de bedoeling is voor iedereen, hoe ver van God ook.
Paulus doet precies dit in Athene. Een goede spreker zoekt eerst een punt waar iedereen het mee eens kan zijn. Hij appelleert bij de Grieken aan hun gemeenschappelijke godsbesef, en citeert dan een heidense stoïcijnse dichterdie iedereen kende: ‘Uit hem komen ook wij voort’ (Hand. 17:28). Vergelijkbaar met wat The Passion doet als ze seculiere liedjes gebruiken om op verbindende manier mensen te herinneren dat ze Gods schepselen zijn – Gods kinderen zo je wilt.
Niet alles in de wereld is eng, negatief, onrein en exorcismewaardig. God bewaart in Zijn goedheid ook in mensen zonder geloof iets wat we ‘algemene genade’ noemen: goede dingen, die in lijn zijn met Zijn hart. Tim Keller heeft dit goed uitgelegd in zijn boek Centrum-Kerk. We mogen op zoek gaan naar de dingen in de cultuur die God hierin gelegd heeft, en mensen erop wijzen dat deze goede zaken bij God vandaan komen. Missiologen noemen dit contextualisatie. Als we eenmaal die gemeenschappelijke grond hebben gevonden, kunnen we de volgende stap maken: ze vanuit die verbinding oproepen tot bekering en geloof in Jezus.
Paulus doet dit dan ook:
“God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren. Want hij heeft bepaald dat er een dag komt waarop Hij een rechtvaardig oordeel over de mensheid zal laten vellen” (17:30-31).
‘Algemene genade’ is een startpunt om uiteindelijk te komen bij ‘bijzondere genade’: vergeving van zonden als mensen zich bekeren, geloven en hierin volharden.
Dus ja, in zekere zin zijn we allemaal kind van God. Hij heeft ons gepland, gewild, gevormd in de baarmoeder, opgevangen bij de geboorte, voelt met ons mee, bewaart al onze tranen. Zijn hart gaat hartstochtelijk naar ons uit, met de sterkst mogelijke emoties. Onvoorwaardelijk is deze liefde, onafhankelijk van onze prestaties of hoe ver we van Hem verwijderd zijn.
Maar we zijn kinderen die zijn weggelopen. Fysiek Gods kind, maar geestelijk dat van iemand anders. Jezus zegt tegen de Farizeeën:
‘Ik weet wel dat u nakomelingen van Abrahams bent. Maar toch u probeert Mij te doden, omdat Mijn woord in u geen plaats krijgt
Als u Abrahams kinderen was, zou u de werken van Abraham doen. Maar nu probeert u Mij te doden, een Mens die de waarheid tot u gesproken heeft, die Ik van God gehoord heb. Dat deed Abraham niet. U doet de werken van uw vader’.
Ze zeiden: ‘Wij zijn geen bastaardkinderen! We hebben maar één Vader: God.’
‘Als God uw Vader was,’ zei Jezus tegen hen, ‘zou u Mij liefhebben.’
‘Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest.’
Jezus erkent: ja, jullie zijn Abrahams kinderen. Maar door jullie houding laten jullie zien het zaad te zijn van iemand anders, namelijk satan.
Ook in Matteüs 5 zegt Jezus dat je laat zien wiens kind je bent door je houding en daden:
Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden (5:9).
Heb je vijanden lief, zegen hen die u vervloeken, doe goed aan hen die u haten, en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen – zodat u kinderen zult zijn van uw Vader Die in de hemelen is. Want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen (5:44-45).
Je bent pas iemands kind, als je die persoon navolgt, is wat Jezus zegt.
God zegt:
“Allen die Hem (Jezus) aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk hen die in Zijn Naam geloven (Joh. 1:12).”
Wie Jezus aanneemt, ontvangt kracht. Ontvangt de Heilige Geest, waardoor je deel krijgt aan de Goddelijke natuur (2 Pet. 1:4). Door de Geest die je van binnenuit verandert, de wet van liefde in je hart schrijft, krijg je ‘macht’ die je eerst niet had. Je leert te regeren over zonde, oordeel, egoïsme, liefdeloosheid. En liefde, vrede, zelfbeheersing wordt de baas. Daardoor ga je doen wat God doet, en op die manier word je een kind van God – iemand die zich gedraagt zoals God Zich gedraagt, precies zoals Jezus dit beschrijft in Mat. 5.
Maar zeggen dat iedereen al is vergeven – met of zonder een tijdje vagevuur na dit leven – is alsof een dokter zieke mensen vertelt: je bent al gezond. Waardoor ze juist die medicijnen niet gaan nemen, en sterven. Alsof een trainer een voetballer zegt dat hij niet meer hoeft te verbeteren, waardoor hij juist géén prof wordt. Alsof je je kind zegt dat ie alles al weet, waardoor het niet meer studeert en zakt voor dat examen.
Jezus, dat bedoelde U vast anders
Jezus zegt dat er een rijke man in de hel zit, die ‘vreselijk pijn lijdt in deze vlam’ en alleen nog maar hoopt dat er iemand z’n vijf broers (‘five guys’) kan waarschuwen voor ze ook ‘komen in deze plaats van pijniging’ (Luc. 16). Dat een ontrouwe slaaf die geld wil verdienen over de rug van gelovigen ‘in stukken gehouwen wordt en in het lot zal delen van hen die ontrouw zijn’ (Luc. 12:46). Dat het voor Judas ‘beter zou zijn nooit geboren te worden’ (Mat. 26:24). En nog veel meer soortgelijke uitspraken, teveel hier te noemen.
Maar who cares wat Jezus zegt? Want wij voelen het anders. Wij bepalen zelf welwelke Jezus we willen. We knippen en plakken een eigen artificieel intelligente Jezus (2 Kor. 11:4) die we voeden met het algoritme van onze eigen voorkeuren en emoties. En wij in onze alwetendheid, gevoed met onze kennis van goed en kwaad waar we niemand voor nodig hebben, zijn zó verstandig dat we Jezus wel even een update kunnen geven. ‘Dat bedoelde U vast anders he? We helpen U wel even een handje Jezus! Deze uitspraken kunnen echt niet meer, dus die halen we eruit. Wormen die niet sterven, vuur dat niet uitgaat, gaan in de eeuwige straf die voor de duivel en zijn engelen bedoeld is, zonden die niet vergeven worden ‘tot in eeuwigheid’: Jezus, dat bedoelde u allemaal compleet tegenovergesteldvan wat een dom, naïef, niet zo goed ‘toegerust’ persoon als ik ervan zou maken. Niet zo slim gecommuniceerd Heer, maar we redden U wel. Knippen we meteen even de helft van dat lastige Oude Testament erbij weg’.
En Paulus heeft ook wel wat hulp nodig. Ook hij wilde natuurlijk zeggen dat iedereen een kind van God was, automatisch vergeven en geen bekering nodig had. Maar hij schreef per ongeluk:
“Het is rechtvaardig van God verdrukking te vergelden aan hen die u verdrukken (..) bij de openbaring van de Heer Jezus vanuit de hemel met de engelen van Zijn kracht, wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heer niet gehoorzaam zijn. Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van zijn macht (2 Tess. 1:6-9).”
Hij bedoelde misschien hooguit tijdelijk in het vagevuur en daarna komt alles goed, maar wist niet dat ‘eeuwig verderf’ een beetje anders zou overkomen op de gemiddelde onnozele Tessalonicens zoals jij en ik. Hij wilde zeggen een kort standje maar daarna toch eeuwig feest, maar had even niet door dat ‘met vlammend vuur wraak oefenen’ niet helemaal in alle culturen hetzelfde begrepen wordt. Zielig Paulus, maar gelukkig heb je ons om je te redden en uit te leggen wat je eigenlijk wil zeggen!
Johannes dan. Wie hem ooit de titel ‘apostel van de liefde’ heeft gegeven moet zich na laten kijken, want ook hij schrijft dingen heel raar op:
“Lieve kinderen, laat niemand u misleiden. Wie de rechtvaardigheid doet, is rechtvaardig, zoals Hij rechtvaardig is. Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt vanaf het begin. (..) Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel te herkennen. Ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God. En evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft (1 Joh. 3:7-10).”
Hij bedoelde éigenlijk ‘iedereen is een kind van God, kinderen van de duivel bestaan niet’. Maar hij had even een black-out, en zijn secretaresse was even afgeleid – en had niet door dat hij per ongeluk precies waarschuwde voor de misleiding van de valse leer dat iedereen een kind van God zou zijn!
Of…is het misschien zo, dat God precies weet wat Hij doet als Hij Zijn waarheid laat opschrijven? Is ieder woord van Hem ‘zeven keer gelouterd in het vuur’ (Ps. 12:7), en heeft het geen redactie of spindoctor nodig? Is het een waarheid zo helder gecommuniceerd dat ‘wijzen en verstandigen’ het misschien door hun harde hart missen, omdat ze het ‘woord van God krachteloos maken door menselijke overlevering’ (Matt. 15:6), maar het juist aan simpele, nederige ‘jonge kinderen’ geopenbaard wordt (Luc. 10:21) die het gewoon durven te lezen zoals het er staat?
Het is lastig, ik snap het. We kennen allemaal in onszelf de neiging een harde waarheid die veel persoonlijke consequenties heeft, af te zwakken. Maar ergens diep van binnen moet de vreze des Heren beginnen te praten. ‘Heer, dit komt me helemaal niet goed uit. Dit betekent meer offers, minder vrienden. Meer ongemak, minder geld. Meer onbegrip, minder erkenning. Maar als U het zegt, kies ik te vertrouwen dat U genoeg gaat zijn voor alles wat ik nodig heb’.
God zegt dat iedereen ‘die een andere leer brengt en zich niet houdt aan de gezonde woorden van onze Heer’, ‘verwaand’ is (1 Tim. 6:3-4).
Maar wie – enkel en alleen door de genade van God – kiest z’n trots af te leggenvan zelf goed en kwaad bepalen, kiest daarmee te buigen. Heer, niet ik, maar U bepaalt. Wij luisteren. De boom des levens is je onderwerpen aan God. Erkennen dat je eigen ‘kennis van goed en kwaad’ niet genoeg is, maar slechte vruchten voortbrengt. Zeggen dat je God daarvoor nodig hebt, omdat we uit onszelf verkeerde inschattingen maken.
We hebben het niet zelf bedacht allemaal. We lezen Gods woorden (en zo niet… begin er a.u.b. subiet mee!) en onthouden het ook nog. Als dan iemand anders komt die wat anders claimt, hey: we houden van ze, geven ons leven voor ze, maar wee ons gebeente als we er niet tegenin gaan.
Spreek dus vrijmoedig je uit voor de waarheid en laat je door niks tegenhouden. Laat je niet de framing aanpraten dat je een ‘veroordelende, wettische, met bijbelteksten smijtende farizeeër’ zou zijn. Wie blijft staan voor de waarheid dat we allemaal zondaars zijn én God iedereen die gelooft, zich bekeert en volhardt in het navolgen, van het terechte oordeel redt – is zowel volgens het Woord als volgens mijn ervaring gemiddeld véél genadiger en liefdevoller en bereidwillig zichzelf op te offeren voor God en anderen, dan mensen die deze waarheid loslaten. En Jezus smijt zelf met bijbelteksten de duivel terug om z’n oren, als die in de woestijn met leugens komt gebaseerd op uit z’n verband gerukte bijbelcitaten. Het woord van God is het zwaard van de Geest om de vijand te verslaan – laat je niet verlammen!
Wees wel als-je-blieft een beetje gevoelig:
“Een dienstknecht van de Heer moet geen ruzie maken, maar vriendelijk zijn voor allen, bekwaam om te onderwijzen, en iemand die de kwaden kan verdragen. Hij moet met zachtmoedigheid hen onderwijzen die zich verzetten. Misschien geeft God hun eens bekering, zodat zij tot erkenning van de waarheid komen (2 Tim. 2:24-25).”
Ga je met de botte bijl erin, dan doe je de waarheid meer kwaad dan goed. Ik had ook eerder een veel scherpere versie van dit stuk geschreven in m’n (denk ik heel terechte) boosheid, maar heb ‘m toch maar even opgekuist. Maar vriendelijk en zachtmoedig betekent niet meegaand en zwijgend. Waarheid zonder genade is geen waarheid – genade zonder waarheid geen genade. Laten we allebei blijven vasthouden.
Door te zeggen dat iedereen al kind van God (en dus gered/vergeven) is, verhinder je mensen waar God oneindig van houdt juist om het te worden. Ook al heb je goede bedoelingen, door te tappen uit je eigen wijsheid en niet te onderwerpen aan die van God, breng je geen leven maar onbedoeld de dood voort. Je ‘moedigt de goddeloze aan, zodat hij zich niet bekeert van zijn kwade weg, zodat Ik hem in het leven behoud’ (Eze. 13:22). En God noemt in dit hoofdstuk mensen die dit doen, valse profeten.
Deze column is geschreven door Christian Tan van Meer Jezus.





