Dit jaar is het zeventig jaar geleden dat de wapenstilstand werd getekend van de Koreaanse oorlog (1953), wat erin resulteerde dat Zuid-Korea vrij bleef van het communisme van Noord-Korea. Zuid-Koreaanse christenen willen niets liever dan dat het noorden ook weer vrij wordt en herenigd wordt met Zuid-Korea. Daarom bidden ze al jaren voor de vrijheid van Noord-Korea en reiken ze uit naar hun Noord-Koreaanse broeders en zusters die in onderdrukking leven. Zeventig jaar is in bijbels opzicht een jubeljaar, een jaar van vrijheid van slavernij, zoals in het bijbelboek Leviticus staat. Daarom nodigde de Zuid-Koreaanse interkerkelijke zendingsorganisatie Esther Prayer Movement dit jaar een voorbidder uit, uit elk van de 16 VN-landen die voor Zuid-Korea vochten tijdens de Koreaanse oorlog. (VS, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Engeland, Nederland, Frankrijk, Luxemburg, Griekenland, België, Colombia, Zuid-Afrika, Ethiopië, Fillipijnen, Thailand, Turkije.) Doel was om samen in eenheid te bidden voor de vrijheid van Noord-Korea en om de landen te eren die voor de vrijheid van Zuid-Korea gestreden hebben. Het was een eer voor mij om Nederland te mogen vertegenwoordigen en als Nederlandse bidder samen met de andere 15 landen en Zuid-Koreaanse broeders en zusters in eenheid te bidden voor Noord-Korea.
Tijdens de gebedsconferentie in Wonju werd belicht wat elk VN-land voor Zuid-Korea had betekend tijdens de Koreaanse oorlog. Nederland werd geprezen voor het feit dat, nadat de overheid had gezegd niet verplicht militairen te willen sturen omdat het vlak na WOII was, militairen zich vrijwillig opgaven om in Zuid-Korea te vechten. De Zuid-Koreaanse christenen bedankten Nederland hartelijk hiervoor.
Naast terugblikken op de geschiedenis, werd er tijdens de conferentie vooruitgekeken naar de toekomst van Korea. Velen geloven dat de vrijheid van Noord-Korea en de hereniging van Noord- en Zuid-Korea nabij is. Vluchtelingen uit Noord-Korea deelden verhalen over de situatie in Noord-Korea en de brutaliteit van het regime. Ook prof. Dong Wan Kang deelde veel over de situatie in Noord-Korea, gebaseerd op studie, interviews en een reis die hij langs het grensgebied met Noord-Korea maakte, waarvan hij foto’s toonde.
Afgodsbeelden
Volgens Kang zouden er zo’n 38.000 afgodsbeelden van de dictators in het land staan. In elk klein dorpje zou een ‘toren van eeuwig leven’ staan om burgers eraan te herinneren dat hun in 1994 overleden leider Kim-Il-sung ‘voor eeuwig leeft en voor altijd onder hen is’. Ook zou er tussen elk dorp een elektrisch hek en een checkpoint staan waar mensen zwaar ondervraagd worden voordat ze verder mogen.
Kinderen in Noord-Korea worden volgens Kang gedwongen tot slavenarbeid na schooltijd. Middelbare scholieren hebben als verplicht onderdeel in hun schoolprogramma dat ze een mars van 400 km moeten lopen, om het voorbeeld van de overleden leider Kim-Il-sung te volgen die in zijn jeugd ooit zo’n afstand zou hebben gelopen.
Vrouwen die via Noord-China proberen te vluchten, worden vaak opgepakt en komen in de sekshandel terecht, vertelde Kang. Ze worden verkocht voor een iets hogere prijs dan koeien of varkens. Kinderen die daar opgepakt worden, worden vaak slachtoffer van orgaanhandel. Dit zou nog maar het puntje van de ijsberg zijn… Gebed en steun zijn hard nodig.
“Soms bidden we beperkte gebeden, omdat we niet veel weten over een situatie, maar we moeten specifieke dingen weten, zodat we zo specifiek mogelijk kunnen bidden”, besloot Kang. Een van de bijbelteksten die als leidraad werd gebruikt om voor Noord-Korea te bidden, was Ezechiël 34:16:
‘Het verlorene zal Ik zoeken, het afgedwaalde zal Ik terugbrengen, het gebrokene zal Ik verbinden, en het zieke zal Ik versterken, maar het welgedane en het sterke zal Ik wegvagen. Ik zal ze weiden zoals het hoort.’
De Naam van Jezus
Gelukkig gebeuren er ook bijzondere dingen en is God zelfs in Noord-Korea aan het werk. De gevluchte Noord-Koreanen getuigden hiervan. Zo vertelde Jung Ae Kim dat toen ze een Noord-Koreaanse zuster over Jezus wilde vertellen, deze al wist wie Jezus was. “Iedereen weet hier over Jezus”, vertelde de zuster. “Tijdens de pandemie had het regime hier geen goede medicijnen voor onze zieken. De mensen hier wisten van een vrouw die altijd veel bad en besloten haar te vragen te bidden voor de zieken. Een voor een werden de zieken genezen. De Naam van Jezus is de enige Naam waarop we kunnen vertrouwen.
Ook was er iemand met tuberculose van wie we dachten dat diegene zou sterven. De persoon werd echter weer beter. We vroegen hoe dat kon en de persoon antwoordde: ‘Ik heb Jezus ontmoet’. Het nieuws ging rond als een lopend vuurtje.”
Praktische hulp
Naast bidden voor Noord-Korea reikt zendingsorganisatie Esther Prayer Movement ook praktisch uit naar het noorden. De organisatie helpt Noord-Koreaanse vluchtelingen van China naar Zuid-Korea te komen en een nieuw bestaan op te bouwen en stuurt geld voor voedsel naar Noord-Korea (42% van de bevolking is momenteel ondervoed, er is een hongersnood).
Ook traint de organisatie zendelingen om Noord-Korea binnen te trekken zodra het land opengaat. “We willen de eersten zijn die Noord-Korea binnengaan, zodat het land niet als eerste vervuild wordt door seculiere ideeën”, zei oprichter van Esther Prayer Movement Yong Hee Lee.
Tijdens de conferentie deed hij een oproep aan de aanwezigen om naar voren te komen als je voor minstens een jaar zending in Noord-Korea wil doen zodra het land opengaat. Zo’n tachtig mensen reageerden op de oproep en besloten de training te volgen. Lee haalde Mattheüs 25:35-40 aan:
‘Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ziek geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de gevangenis en u bent bij Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als een vreemdeling gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ziek gezien of in de gevangenis en zijn bij U gekomen? En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.’
Hierna bad Lee: ‘Here Jezus, wij zullen gaan en de tranen van Uw gezicht wassen’.
Een andere oproep die hij deed, was voor gebedszendelingen, om 40 uur per week te bidden voor degenen die uitgezonden zouden worden. Ook riep hij alle aanwezigen op om tijdens je gebed voor elke maaltijd kort te bidden voor de Noord-Koreanen. “Bid dat God hen op bovennatuurlijke manier van voedsel voorziet, want zelfs voor ons is het moeilijk hen met voedselhulp te helpen. Het regime maakt het bijna onmogelijk. Bid ook dat de Noord-Koreanen niet sterven voordat ze het evangelie hebben gehoord”, voegde hij eraan toe.
Bidden bij de grens
Op vrijdag, de laatste dag van de conferentie, gingen we als voorbidders uit de 16 VN-landen naar de grens met Noord-Korea om op locatie voorbede te doen. Het was een indrukwekkende tijd waarbij we onze gebeden mochten voegen bij alle andere gebeden die de afgelopen jaren in de schaal van gebeden in de hemel zijn gekomen. Op een dag – en velen geloven dat dit niet lang meer zal duren – zal die schaal van gebeden leeggegoten worden en zal Noord-Korea vrij worden. Velen geloven dat de Noord-Koreaanse christenen een geheime sleutel van God zijn om dan het evangelie in de meest duistere plekken op aarde te verkondigen, zodat het evangelie gepredikt zal worden aan de hele schepping, tot aan Jeruzalem, waarna Jezus terug kan komen op aarde.







