Frits Rouvoet, de drijvende kracht achter Bright Fame, werkt al meer dan twintig jaar in de Amsterdamse Red Light District. Hij is een bekende verschijning, door velen herkend – als “de man met de grijze baard”, of soms zelfs als “de Sinterklaas van de Wallen”. Zijn inzet is onverminderd, zijn missie helder: aanwezig zijn, relaties bouwen en het stigma verbreken.
Het draait allemaal om aanwezigheid. “Alleen het langslopen, keer op keer, dat geeft een beeld van: wij zijn aanwezig. En wanneer jullie ons nodig hebben, dan kan je ons bereiken.”
Frits merkt de vruchten van die volharding. De afgelopen maanden zijn er opnieuw deuren opengegaan – letterlijk en figuurlijk. Vrouwen met wie jarenlang nauwelijks contact mogelijk was, zoeken uit zichzelf toenadering. “Een meisje waar ik denk ik wel zes tot acht jaar langs ben gelopen, die zei: ‘Het was moeilijk om jou te ontmoeten, want we weten waar je voor staat. Je dringt je niet op, je respecteert ons.’”
Vanaf het begin is Bright Fame bewust niet evangeliserend te werk gegaan. “Wij hebben ervoor gekozen om de dames hulp aan te bieden, niet het evangelie te brengen. Ze weten waar we voor staan. Maar wat wij aanbieden is relatie.” Hij wijst op de overdaad aan christenen die de Red Light induiken met hun boodschap: “Mag ik voor je bidden? Ken je Jezus al?”
Soms gaat dat ver: “Dan krijg je boodschappen als: ‘Als je hier blijft staan, krijg je een ongeluk en dan brand je voor eeuwig in de hel.’ Nou, lekker. Dat is niet eenmalig. Elke keer komt er wel iemand die het even beter weet.”
Eigen gebrokenheid delen
Wat volgens Frits ontbreekt, is oprechte interesse. “Alleen maar hulp aanbieden, dat plaatst jou op een voetstuk. Maar iemand die echt in jou geïnteresseerd is, dat is een ander verhaal. Daar wil je mee in gesprek gaan, daar durf je open tegen te zijn.”
Het werk van Bright Fame is niet gebaseerd op een ideaalplaatje van de perfecte christen of hulpverlener. Frits deelt juist zijn eigen gebrokenheid. “Mijn leven is ook niet vlekkeloos geweest. Ik ben verslaafd geweest, heb bij mijn baas in de kassa moeten graaien, maar God bleef in mij geloven. Hij had een doel met mijn leven. En dat ben ik uiteindelijk gaan ontdekken.”
Juist dát maakt zijn verhaal krachtig en herkenbaar. “De vrouwen weten ook van mijn verleden. Ik ben niet die perfecte christen. En dat is belangrijk, want dan sta je niet boven iemand, maar naast iemand. Mensen spiegelen zich makkelijker aan iemand die uit de put is opgeklommen, dan aan iemand die nooit gevallen lijkt. “Aan een perfect iemand kun je je niet spiegelen. Maar als ik deel hoe mijn leven was, dan zie ik soms opluchting in hun ogen. Dan denken ze: ‘Met mij kan het ook nog goedkomen.’”
Frits verwijst naar Job 22 vers 27. “Als wij de goede keuzes maken, dan zal God ons volgen en zijn licht zal schijnen op de wegen die wij gaan. En als wij kiezen om op straat te zijn, dan weten wij dat God met ons mee gaat. Zijn licht schijnt op het raam dat open gaat, maar ook op het raam dat gesloten blijft.”
Gevend hart
Frits komt geregeld op voor het beeld dat mensen van sekswerkers hebben. “De misvattingen zijn groot. Men denkt snel: het zijn vrouwen die snel geld willen, verslaafd zijn aan seks of crimineel zijn. Maar dat is gewoon niet waar.”
Er is bijna altijd een aanleiding. Wat Frits vaak ziet, is dat deze vrouwen – ondanks de harde wereld waarin ze leven – een gevend hart hebben. “Sommige vrouwen staan daar omdat ze een operatie van hun ouders willen betalen, of omdat hun kinderen zorg nodig hebben. Ik herinner me een meisje in Antwerpen, net 18, midden in de nacht. Ze vertelde me: ‘Mijn moeder is overleden omdat we geen ziekenhuis konden betalen. Mijn vader is nu ook ziek. Ik doe dit zodat hij wél naar het ziekenhuis kan.’”
Toen hij haar vroeg naar haar droom, zei ze: “Ik wil arts worden. Mensen helpen die geen geld hebben voor zorg.” Frits weet niet of die droom ooit is uitgekomen – hij heeft haar nooit meer gezien. “Maar het raakte me diep.”
“Jezus oordeelde niet – waarom zouden wij het dan doen?”
Frits trekt een duidelijke lijn in hoe hij kijkt naar mensen die buiten de samenleving vallen. “Jezus zat aan de put met een vrouw die meerdere mannen had gehad. Hij oordeelde niet. Voor Hem is zonde zonde. De een is niet erger dan de ander. Ik zeg het weleens tegen een vrouw: ‘Jezus is ook voor jou aan het kruis gegaan. Als jij de enige was geweest, had Hij het nog gedaan.’”
Toch ziet hij dat de kerk soms moeite heeft met die houding. “Er was een vrouw die jaren naar een kerk ging. Toen ze op een dag haar getuigenis gaf – dat ze in de prostitutie had gezeten – stond na de dienst de vrouw van een gemeentelid ineens naast hem: ‘Schat, we zouden een keer op tijd naar huis gaan, ga je mee?’ Ze bedoelde duidelijk: praat maar niet met haar. Het stigma zit diep.”
Omgeving kennen en liefhebben
Een profeet uit Amerika, die Frits’ werk kende, liep op een avond voor een preek even langs de kerk. Daar werd hij aangesproken door twee prostituees. In plaats van hen af te wijzen, nam hij ze mee uit eten. De volgende dag, bij de kerk, zagen de vrouwen hem uitstappen bij de voorganger. De gemeente keek vol afkeuring toe.
Tijdens zijn preek confronteerde hij de kerk. “Hoe kan het dat ik ze gisteravond voor het eerst sprak en al weet waarom ze daar staan, en jullie die hier elke week komen, kennen ze niet eens?” Frits trekt daaruit een duidelijke les: “We moeten niet alleen kerk zijn op zondag. We moeten onze omgeving kennen. Echte mensen, met echte verhalen.”
Frits gelooft dat kerken een rol kunnen spelen in het doorbreken van stigma. “We moeten open staan voor iedereen. Zonder onderscheid.”
Hij besluit: “Niemand is bij ongeluk geboren. God heeft een bedoeling met ieder leven. En als iemand nog niet op het punt is waar God diegene bedoeld heeft, dan is het onze taak om te vragen: Hoe kunnen wij die persoon helpen daar te komen?”
Help mee en steun Bright Fame via https://brightfame.nl/doe-mee/doneer/





