Utrecht – Binnen de ChristenUnie is discussie ontstaan over de houding van de partij ten opzichte van Israël. Een groep van meer dan twintig partijleden heeft een motie ingediend die oproept tot een kritischer en juridisch meer onderbouwd beleid. Het partijbestuur ontraadt deze motie echter.
De motie wordt aanstaande zaterdag in stemming gebracht tijdens het partijcongres. De initiatiefnemers vinden dat de ChristenUnie zich te eenzijdig opstelt in haar steun aan Israël en roepen op tot een benadering waarin internationaal recht en mensenrechten leidend zijn.
Ambassade en nederzettingen
Concreet stelt de motie onder meer dat de Nederlandse ambassade in Israël in Tel Aviv moet blijven, in lijn met VN-resoluties die Oost-Jeruzalem als bezet gebied beschouwen. Ook wordt aangedrongen op een krachtiger veroordeling van Israëlische nederzettingen in Palestijns gebied, en het oproepen van kolonisten zich daaruit terug te trekken.
CU-bestuur ziet motie als te vergaand
Het partijbestuur heeft de motie inmiddels formeel ontraden. Hoewel het erkent dat er binnen de partij ruimte is voor kritiek op het beleid van premier Netanyahu – met name waar het gaat om nederzettingen – acht het bestuur de motie te eenzijdig. Volgens het bestuur past deze benadering niet bij de genuanceerde koers die de ChristenUnie nastreeft in het Midden-Oostenbeleid.
Interne spanningen
De motie legt een gevoelig thema bloot binnen de partij, waarin van oudsher warme steun voor Israël leeft, mede gevoed door theologische en historische motieven. Tegelijkertijd klinkt er binnen progressieve gelederen van de partij al langer de roep om ook het Palestijnse perspectief nadrukkelijker mee te wegen.
Het congres van zaterdag zal uitwijzen of de leden meegaan in de oproep tot koerswijziging, of de lijn van het bestuur volgen.

