Toen Fred Williams in 1985 naar Nigeria verhuisde, verwachtte hij vruchtbaar zendingswerk te doen in een land dat hij leerde kennen als warm en open voor God. Maar wat begon als een passie om discipelen te maken, eindigde in een frontlinie vol bloedvergieten, angst en verraad. “We dachten dat dit de plek was waar je veilig het evangelie kon delen,” zegt hij. “Maar uiteindelijk stonden we oog in oog met terroristen. En het kwam niet van buitenaf, maar van de mensen naast wie we woonden.”
Fred werd geboren in het Verenigd Koninkrijk, uit Nigeriaanse ouders. Hij groeide op in wat hij noemt een traditioneel methodistisch gezin, in een context waar geloof meer een gewoonte was dan een overtuiging. In de jaren tachtig raakte hij betrokken bij een Baptistenkerk en dat veranderde zijn leven radicaal. “Voor het eerst had ik een persoonlijke ontmoeting met Jezus. Het was niet meer het geloof van mijn ouders – het werd mijn eigen weg.”
Vruchtbaar
Die weg leidde hem in 1985 naar de staat Plateau in het noorden van Nigeria, waar hij zich vestigde in Jos. Het gebied stond toen nog bekend als vredig, op en zelfs toeristisch. Hij raakte betrokken bij kerkplantingen, jongerenwerk, zendingsinitiatieven en media. Alles leek vruchtbaar terrein. Maar die schijnbare rust bleek tijdelijk. In september 2001 kwam de eerste schok.
“Twee dagen voor 9/11 werd onze kerk aangevallen,” vertelt Fred. “Ze staken het gebouw in brand. Mijn gezin woonde erin. We blusten het vuur, maar ze kwamen terug. Ze wilden het afmaken. Vanaf dat moment wist ik: dit is niet zomaar geweld – dit is georganiseerde haat.” De timing leek geen toeval. “Op 9 september stortte onze kerk ineen. Op 11 september zagen we de Twin Towers instorten. Voor ons voelde het alsof de wereld in brand stond – letterlijk én ook in geestelijke zin.”
In de jaren die volgden namen de spanningen toe. Het was ongekend wat er gebeurde. “Bij elke verkiezing, elk politiek moment, werd de kerk een doelwit. In de moskee vlak naast ons gebouw werden openlijk oproepen gedaan om ons te doden. Eerst de mannen, later iedereen.” Fred beschrijft hoe complete wijken werden verwoest. “Ze wisten exact welke huizen van christenen waren. Alles ging in vlammen op. Zelfs hoge gebouwen werden systematisch vernietigd.”
Confrontatie
Die gebeurtenissen veranderden ook hem. Hij, die gekomen was als zendeling, raakte voor het eerst in zijn leven gewapend. “Ik had een vergunning voor een geweer. Ik dacht: als ze ons aanvallen, verdedigen we de kerk. Ik was klaar om te doden. Tot de Heilige Geest ingreep.” Het was een moment van confrontatie. “De Heer zei tegen me: ‘Op wie je mikt, daar ben Ik ook voor gestorven.’ Die kwam keihard bij me binnen. Ik werd stilgezet. Ik zag mijn eigen haat. En ik wist: dit is niet de weg van Christus.”
De hartsverandering van Fred leidde ertoe dat hij zijn geweer aan de kant legde, en die verrassend genoeg inruilde voor een camera. Hoe ging dat? “Ik schiet nog steeds – maar nu beelden, verhalen. Ik leg het lijden vast, maar ook de hoop, de vergeving, de opstanding.” Zo raakte hij betrokken bij de Arise Africa campagne, een beweging die de vervolgde kerk niet alleen zichtbaar maakt, maar ook ondersteunt – geestelijk en praktisch. Deze campagne is gestart door Open Doors, en richt zich op het creeren van bewustwording van het toegenomen en doelgerichte geweld tegen christenen in sub-Sahara Afrika. Het werk van Fred ondersteunt dorpen in Noord-Nigeria – een van de zwaarst getroffen regio’s – waar vervolging heeft plaatsgevonden, met voedsel, pastorale zorg en zonne-energie.
Zonnepanelen bleken een onverwachte sleutel. “In veel van deze dorpen is geen elektriciteit. Geen water. Geen bereik. Alleen maar duisternis. Door een klein zonnepaneel kunnen mensen hun telefoon opladen, licht maken, communiceren. En ineens ontstaat er verbinding.”
Die verbinding bracht hem zelfs tot in een Fulani-dorp – een gemeenschap die vaak wordt gezien als een bron van geweld tegen christenen. “Toen ik hoorde dat we daarheen zouden gaan, protesteerde alles in mij. Deze mensen hadden kerken platgebrand, vrienden vermoord, dominees afgeslacht. Waarom zou ik hen helpen?” Maar opnieuw liet God hem zijn eigen hart zien. “Ik zag dat ik hen haatte. En God zei: ‘Je denkt dat je licht brengt, maar in je hart draag je duisternis.’”
Gevaar
In het Fulani-dorp installeerde hij met zijn team zonnepanelen. “Eerst kwamen de kinderen kijken. Toen lachten ze. En toen vroeg hun leider: ‘Wil je onze kinderen onderwijs geven?’” Inmiddels heeft Fred’s bediening grond verworven in het dorp en is de bouw van een school gestart. “Dit is wat het evangelie doet. Niet met wapens. Met liefde. Met daden van vrede.”
Het werk is niet zonder gevaar. Fred vertelt over meerdere momenten waarop hij wonderbaarlijk ontsnapte aan de dood. Aanvallen op zijn kerk, omsingeld door vijandige groepen, bloed aan zijn handen door een verbrijzelde voorruit – maar telkens kwam hij er levend uit. “Ik droom soms van tevoren. God laat het me zien. En dan weet ik: het komt eraan. Hij waarschuwt me. Hij bewaart me.”
Toch is veiligheid niet het doel. “In Nigeria leer je: God dienen is gevaarlijk. En dat hoort ook zo. We proberen christenen te leren hoe ze moeten leven voor Christus. Maar we moeten ze ook leren hoe ze kunnen sterven voor Christus.” Wat hem overeind houdt is de overtuiging dat Jezus méér vraagt dan overleven. “Onze liefde voor Christus moet sterker zijn dan hun haat voor ons. Liefde is gewelddadiger dan angst. Dat is de enige kracht die het kwaad werkelijk kan breken.”
Fred werkt met lokale evangelisten en onderwijzers die onzichtbaar maar onophoudelijk het goede doen. “We hebben een toegewijde leraar die een paar keer per week naar het Fulani dorp reist om hen te helpen. Hij reist met het openbaar vervoer en moet daarna nog een flink eind lopen om deze gemeenschap te bereiken. Op dit moment zijn we bezig om een weerbestendiger manier van reizen voor hem te regelen, zoals een motor, een driewielige motor of misschien zelfs een kleine auto.”
In het geheim
En ja – er komen bekeringen. Niet altijd publiek, maar ze zijn er. “Er zijn gelovigen onder de Fulani. Zelfs binnen Boko Haram. Mensen die Jezus hebben leren kennen, in het geheim. God werkt. Ook daar. Juist daar.”
Zijn boodschap, overal waar hij komt, is dezelfde. “Jezus stierf voor zowel de vervolgde als de vervolger. De genade van God gaat naar beiden. Dat is niet populair. Maar het is de waarheid. En het is de enige hoop voor Nigeria.”
Naast praktische en geestelijke hulp is de Arise Africa campagne van Open Doors ook op politiek niveau actief. Mensen kunnen een petitie ondertekenen waarin aangedrongen wordt op bescherming, gerechtigheid en herstel. Die petitie – die op verzoek van de kerk in Afrika ontwikkeld is – wordt volgens plan eind 2026 aangeboden aan de VN, Afrikaanse Unie, Europese Unie en nationale regeringen. Teken jij ook mee? www.opendoors.nl/petitie

