Ben Verboom groeide op zonder zijn biologische vader te kennen. Zijn moeder was drugsverslaafd en verkocht haar lichaam om ’s nachts onderdak te hebben. Direct na zijn geboorte in Amsterdam werd hij uit huis geplaatst en kwam hij terecht in een weeshuis in Hilversum. Later werd hij opgenomen in een liefdevol pleeggezin, de familie Verboom, waar hij opgroeide tussen drie biologische kinderen.
In een interview bij Hour of Power vertelt Verboom hoe die jeugd, ondanks de stabiliteit van zijn pleeggezin, werd gekenmerkt door een diep gevoel van onzekerheid. “Er was altijd een stem die zei: hoor je er wel echt bij?” vertelt hij. Die innerlijke twijfel dreef hem later richting het uitgaansleven, feesten en drugs. “Ik was op zoek naar het leven, naar vervulling, naar rust. Maar elke keer kwam ik bedrogen uit.”
Hoewel hij christelijk werd opgevoed, raakte hij God kwijt in zijn zoektocht. Tot een moment in een evangelische dienst alles veranderde. Brak na een nacht stappen zat hij achterin de kerk toen iemand sprak over de liefde van God. “Ik zag het vuur in zijn ogen. Hij had rust, vrede, wist wie hij was. Dat wilde ik ook.” Het evangelie raakte hem diep. “Ik kon alleen maar huilen. Twintig minuten lang. Het voelde als thuiskomen.”
Dat thuiskomen betekende niet dat zijn leven direct op orde was. “Van binnen gebeurde er veel, maar mijn leven was nog steeds een rotzooi.” Verboom beschrijft zijn bekering als opnieuw geboren worden, maar ook opnieuw leren lopen. Oude patronen van presteren en bewijzen zaten diep. “Ik haalde mijn waarde uit cijfers, erkenning, succes. Nu moest ik leren dat ik geliefd was, los van wat ik doe.”
Relatie
Een van de meest indringende delen van het interview gaat over zijn relatie met zijn biologische moeder. Jarenlang wilde hij niets met haar te maken hebben. Woede en onbegrip overheersten. Maar na zijn bekering veranderde dat. “Ik ben zelf vergeven. Waarom zou ik haar dan blijven veroordelen?” Hij zocht haar opnieuw op en ontdekte dat zij leed aan schizofrenie en niet in staat was voor zichzelf te zorgen.
Langzaam ontstond er contact. Ze spraken af, baden samen en Verboom deelde het evangelie met haar. Uiteindelijk gaf zij haar hart aan Jezus. Kort voor haar overlijden aan longkanker bezocht hij haar in het ziekenhuis. Aan haar sterfbed sprak hij woorden die hij zelf zijn meest kostbare moment noemt: “Lieve mam, dank je voor het leven. Je hebt het goed gedaan. Ik hou van je. Ik zie je weer in de hemel.” Tijdens aanbidding bewoog zij in coma haar handen omhoog. “Dat zijn de laatste beelden die ik van haar heb.”
Vandaag is Ben Verboom 34 jaar en actief als voorganger en leider. Samen met zijn vrouw startte hij een bijbelschool gericht op de vijfvoudige bediening uit Efeze 4: apostel, profeet, evangelist, herder en leraar. De kern daarvan ziet hij in het herderschap. “Daar zien we het vaderhart van God. Jezus’ hart brak voor schapen zonder herder.”
Meebouwen
Over Nederland spreekt hij hoopvol, maar realistisch. Hij ziet jonge mensen tot geloof komen, maar ook een samenleving waarin waarheid onder druk staat. “Er is een roep om leiders die opstaan vanuit het Woord van God.” Zijn vertrouwen ligt niet in eigen kracht. “We hebben een grote Redder. Wij mogen meebouwen.”
Zijn favoriete Bijbeltekst is Efeze 2:10: Wij zijn Gods maaksel. “We are God’s masterpiece. God heeft goede werken voorbereid waarin wij mogen wandelen.” Voor Verboom is het de samenvatting van zijn leven: van verloren schaap naar thuisgekomen zoon, geworteld in het vaderhart van God.
Bekijk hier de hele uitzending:

