Arno groeide op met enorme onrust. Als kind werd hij gezien als te druk, te aanwezig, te onvoorspelbaar voor school en omgeving. Afwijzing werd een constante factor in zijn jeugd. “Ik hoorde al jong: dat wordt nooit wat met jou,” vertelt hij. Zijn zoektocht naar erkenning, bracht hem uiteindelijk in een leven van occultisme en gebondenheid, waar hij velen in meetrok. Maar God keerde het ten goede en nu zet Arno veel mensen vrij van demonen.
Rond zijn twaalfde kwam hij voor het eerst in aanraking met het paranormale, toen hij samen met klasgenoten een Ouija-bord gebruikte. “Het begon als een spel,” zegt Arno. “Maar het werd de opening naar iets wat mijn leven jarenlang zou tekenen.” In de jaren die volgden raakte hij steeds dieper verstrikt in duisternis, totdat hij ontdekte dat bevrijding alleen te vinden is in de Naam van Jezus Christus.
Een jeugd vol afwijzing
Arno groeide op als een jongen die overal buiten leek te vallen. Op school was hij te druk, te aanwezig, te onvoorspelbaar. Het onderwijssysteem wist geen raad met hem. Hij stond vaker op de gang dan in de klas en hoorde al vroeg woorden die zich diep vastzetten.Andere kinderen mochten niet met hem omgaan. Hij werd niet uitgenodigd op feestjes. Leerkrachten zagen hem als een probleem. Afwijzing werd een bril waardoor hij zichzelf ging zien.“En wie zichzelf leert zien als probleem,” zegt Arno, “gaat zich ernaar gedragen.”
De pijn werd hardheid. Straatruzies, conflicten en voortdurende problemen volgden. Uiteindelijk werd hij van school gestuurd en moest hij naar speciaal onderwijs.
In eerste instantie voelde dat bijna bijzonder. “Er kwam een grote Amerikaanse auto die mij ophaalde. Ik dacht: ik ben speciaal.” Maar bij aankomst bleek de werkelijkheid anders. Hoge hekken, agressie, chaos. “Ik leerde daar niet hoe je gezond opgroeit, maar hoe je overleeft.”
Pas jaren later kwam er een school met meer structuur, en een juf die hem werkelijk zag. Ze gaf hem zelfs een knuffel. Voor het eerst begon er iets van eigenwaarde terug te komen.
“Er bleek eigenlijk niets mis met mij,” zegt hij. “Maar toen ging er een andere deur open.”

Een spel dat geen spel bleek
Rond zijn twaalfde gebruikte Arno samen met twee meisjes een Ouija-bord. Ze wilden de overleden moeder van een vriendinnetje oproepen. “Kaarsen aan, zolder donker, vingers op het glas,” vertelt hij. “Het begon als nieuwsgierigheid.”
Maar het glas begon uit zichzelf te bewegen. Het draaide steeds sneller en sloeg uiteindelijk kapot tegen de muur. Tegelijk doofden de kaarsen. Arno zag een zwarte schim met een hoed, het was angstaanjagend. Vanaf dat moment was zijn leven voor goed veranderd.
Diezelfde nacht werd het huis wakker door het gegil van zijn zus. Zij zag een zwarte gedaante op zolder, precies op de plek waar ze het bord hadden gebruikt. Arno is overtuigd: “Als je met zulke dingen speelt, open je een demonisch portaal. Daarom waarschuwt God zo scherp in Deuteronomium 18. Je legt een verbond aan met de duivel. Het was op dat moment gesloten.”
Kort daarna stikte Arno bijna door een blokbeugel die in zijn keel terechtkwam. Medisch gezien is dat bijna onmogelijk. “Vertel jij maar hoe dat kan,” zegt hij. “Maar het gebeurde. Ik was blauw, mijn ogen draaiden weg.” Zijn vader greep in en een huisarts kwam met spoed. Door zijn kaak te rekken konden ze de beugel verwijderen. Het was het begin van veel ellende dat zijn leven binnen kwam.
Van nieuwsgierigheid naar gebondenheid
Na het glaasje draaien veranderde er iets in hem. “Mijn leven werd donker,” zegt hij. Hij raakte steeds verder verwijderd van licht. Uiteindelijk kwam hij in contact met voodoo en duistere priesters. Hij liep daar de deur plat en nam ook andere mensen mee. Die man opereerde in het verborgene, maar via mij was er veel extra aanloop.
Ook op sociaal gebied ging Arno achteruit. Hij zocht identiteit in drugs, feesten en een vriendengroep die steeds verder afgleed. “De eerste XTC-pil voelde als liefde,” zegt Arno. “Een gevoel dat ik in mijn jeugd had gemist. Ik koppelde dat warme gevoel aan een chemische stof en ging erachteraan.”
En toen begon de dood zijn kring binnen te dringen. Een vriend pleegde zelfmoord. Een ander werd op 23-jarige leeftijd doodgeschoten. Weer een ander hing zichzelf op vlak na kerst, terwijl zijn vrouw en kind hem vonden.
“Ik zag kisten,” zegt Arno. “Ik zag ouders instorten van verdriet. En ik voelde leegte die ik niet langer kon negeren.”
Ontsnappen aan de dood
Toch probeerde Arno de pijn te overstemmen met ruig rijden en het gebruik van middelen. Hij reed een motor die 340 kilometer per uur kon en zocht constant de grens op. Op een dag vloog hij in een bocht recht op een boom af. “Ik wist: dit is het einde.”
Toen kwam er een lichtflits. Plots stond hij achter die boom, in een weiland, motor nog draaiend, ongedeerd. “Dat móet een engel geweest zijn,” zegt hij.
Later werd hij tijdens een ruzie neergestoken. Het mes werd tegengehouden door een gouden aansteker in zijn broekzak. Twee momenten waarop hij had moeten sterven. “Maar ik overleefde,” zegt Arno. “God liet mij leven.”

Clusterhoofdpijn en occulte onderdrukking
Daarna kwam de clusterhoofdpijn. Jarenlange, dagelijkse aanvallen van ondraaglijke pijn. Vrienden waren dood of verdwenen. Hij zat alleen thuis met spuiten en wanhoop.
Op een dag schreeuwde hij het uit: “God, als U bestaat, maak me beter. Anders maak ik er zelf een eind aan.” Dat gebed werd gehoord, maar anders dan hij verwachtte. Er kwam een spirituele man in zijn leven die werkte met rituelen, witte en zwarte magie en voodoo.
Zijn pijn werd tijdelijk onderdrukt. “Ik dacht dat het hulp van God was,” zegt Arno. “Maar ik werd dieper gebonden.” Tien jaar lang raakte hij verwikkeld in occulte praktijken, zonder te beseffen hoe wettig die duisternis grond kreeg in zijn leven.
Eén zin die alles veranderde
Tot er onverwacht een christen aan de deur stond die een open gesprek aanging. Die man zei één zin: “Bid in de Naam van Jezus dat God je bevrijdt.” Hij belandde in een kerk waar hij zich eerst niet thuis voelde. Maar toen er een oproep kwam om naar voren te komen voor gebed, liep hij toch.
“Tijdens dat gebed voelde ik alsof een sluier van mijn ogen werd weggenomen,” zegt hij. “Ik zag helder hoe mijn leven jarenlang beïnvloed was.”
“Verbond met satan wordt verbroken”
De periode daarna was geen sprookje. Er waren nachten van angst en geestelijke strijd. “Ik heb als bekeerde een jaar lang gevochten met demonische aanvallen,” zegt Arno. Tot God hem liet zien dat er nog een verbond openstond. Een wettige verbinding met de duivel waar hij zich door occultisme voor geopend had.
Hij beleed concreet elke betrokkenheid bij occultisme en verbrak elke verbinding in de Naam van Jezus. “Toen voelde ik het vuur van de Heilige Geest,” zegt hij. “Alsof alles werd schoongebrand. Daarna kwam rust. Er kwam een vloedgolf van vrede in mij..”
Arno spreekt vandaag openlijk over geestelijke wetmatigheid. “Als jij gebruik maakt van occultisme, heeft satan wetmatige grond in je leven. Een verbond. Alleen het bloed van Jezus aan Golgotha kan dat wegwassen.”
Veel onwetendheid
Arno vertelt dat er veel onwetendheid is rondom occultisme. “Aan sierraden vanuit occultisme wordt kracht gekoppeld, veel mensen weten dat niet. Toen ik zelf nog niet compleet vrij was, zat ik naast een Indische jongen in het bubbelbad die een armband had met een slang erop. Ik wist dat daar machten aan verbonden zijn. Ik werd helemaal naar en ik kreeg dood en verderf-gedachten. Toen zei God: ‘Neem autoriteit erover.’ Toen ik dat deed, rende die man flippend het bad uit.”
“Yoga is ook zo’n ding. Elke instructrice wordt eerst geïnitieerd, geestelijk ingewijd. Wat je bij Yoga moet doen is buigen voor de zonnegod. Je buigt voor een andere god dan de God van Abraham, Izak en Jakob. Het is dezelfde god als waar maya’s en inca’s offers aan brachten. Je geeft je vrije wil op dat moment over aan een macht van occultisme en vaak gaat het van kwaad tot erger. Mensen zien het licht niet meer, er komt een sluier voor je ogen. Tenzij ze Jezus ontmoeten.”
Nu: bevrijding en discipelschap
Vandaag dient Arno in zijn kerk De Bron in Eindhoven. Hij is betrokken bij gebed, pastoraat en bevrijdingstrajecten. Tijdens inloopmomenten (‘Open Bron’) bidden teams met mensen die binnen komen lopen. Daar zitten ook mensen tussen die worstelen met angst, occultisme of New Age-achtergronden. Hij ziet hoe God mensen bevrijdt. “Laatst waren er vier vrouwen uit de New Age die op hun knieën gingen en Jezus aannamen,” vertelt hij. “Ze werden vrijgezet, zo intens en krachtig. Ze en zitten nu vooraan in de gemeente, onverzadigbaar is hun honger naar Jezus.”
Arno benadrukt dat bevrijding eigenlijk niet zonder de doop kan, omdat de doop mensen lossnijdt van hun oude leven. “Mijn taak is mensen naar de voeten van Jezus brengen. Daarna moeten mensen wortelen in een gezonde kerk. Het is dus ook belangrijk dat er een goede leraar in zo’n kerk is die de mensen goed voedt. Dan vallen ze niet snel terug.”
Zijn verlangen is helder: “Ik heb talloze mensen naar de voodoo-man geleid. Maar nu zie ik een veelvoud naar Jezus komen. God keert zelfs mijn duisternis ten goede.” En hij zegt, heel opgetogen. “Over dertig jaar hoop ik dat er een menigte mensen voor Gods aangezicht staat. Dat Hij zegt: je hebt het goed gedaan, je was een goede dienstknecht.”





