Met school op excursie naar Taizé. Passieleerling Elvira (16) trok onlangs met een aantal andere havo-4-leerlingen en een handjevol leraren naar de oecumenische broedergemeenschap in het Franse Taizé. Op deze wereldwijd bekende ontmoetingsplaats komen jaarlijks duizenden jongeren samen voor bezinning, stilte en gebed. Ervaringen van een havoleerling.
De Zwitserse broeder Roger Louis Schutz-Marsauche, beter bekend als frère (broeder) Roger, was theoloog en verzetsheld. Hij zette zich zijn hele leven in voor verzoening de verschillende kerken en richtte zich vooral op christelijke jongeren. In 1940 richtte hij Taizé op in de Bourgogne, waar jaarlijks tachtig- tot honderdduizend bezoekers komen, vooral jongeren tussen 15 en 29 jaar.
Elvira’s eerste keuze was om te gaan survivallen in de Ardennen, maar daarvoor werd ze uitgeloot. Taizé is van een heel andere orde. “Het werd gepresenteerd als ‘rust, reinheid en regelmaat’ en ik verwachtte dat het best wel saai zou zijn. Alleen een beetje bidden en Bijbellezen. En ook dacht ik dat we alleen maar iets van aardappelen zouden eten, dat leek me best wel vies.”

Poort
Om zes uur ’s ochtends verzamelden zo’n vijfentwintig leerlingen zich bij de school en in drie busjes reden docenten en leerlingen ernaartoe. “Toen we na een uur of negen rijden aankwamen, keken een vriendin en ik elkaar aan. Het zag er bijzonder uit, een grote poort met klokken. We zagen allemaal tenten en waren bang dat we daarin moesten slapen. We dachten: waar zijn we beland?”
De groep wordt warm ontvangen. “We kregen een korte inleiding in het Engels over praktische dingen, zoals brandveiligheid en wie je moet bellen als er iets gebeurt. We moesten even wachten en mochten daarna naar onze kamers. Een aardige man zag mij struggelen met mijn tas en hij ging mij helpen, dat was heel lief. De mensen waren heel aardig. Bij de uitleg kwam ook een oudere man naar ons toe, een soort opafiguur. Hij vertelde trots dat hij de klokken bij de ingang had gemaakt.”
Worstje
Overnachten gebeurt in een soort stenen huisjes die geschakeld zijn. Er is plek voor zes mensen. “Toen we binnenkwamen, oogde het wel klein en er waren stapelbedden, maar we dachten dat we het wel konden overleven.” De badkamer wordt gedeeld. “We hoorden dat je een stukje moest lopen, maar de badkamer was heel dicht bij de huisjes. We maakten onze bedden op en toen was het al tijd voor het avondeten.”
Op de plek waar je eten haalt, bekijkt Elvira wat er op haar bord wordt geschept. Een worstje, twee plakjes stokbrood en een banaan. “Het aardappelprakje met erwten nam ik niet. Je kreeg je drinken in een bakje, dat was wel apart.”

Liedjes
Na het eten is er een kerkdienst. Het is even zoeken waar die plaatsvindt, maar met behulp van een kaart komen de leerlingen er wel uit. “We moesten op de grond gaan zitten. Er waren heel veel mensen. Voorin de kerk waren de broeders. Eerst zongen we liedjes in verschillende talen, daarna werden er Bijbelverzen voorgelezen, ook in verschillende talen. En in elke dienst was er iets van acht minuten stilte en dan ging je weer zingen. De eerste dienst was wel mooi, je hebt niet echt een verwachting. Je hoort allemaal mensen zingen, dat is wel mooi maar elke dienst was het een beetje hetzelfde en dan weet je wat er komt. Het is wel handig dat de liedjes uit een paar zinnen bestaan die steeds worden herhaald. Ook kon je een zangboek pakken.” De avonddiensten duren ongeveer een uur, de ochtend- en middagdiensten zijn wat korter.
De ochtenddienst begint vroeg. “Om half acht moet je al verzamelen, dus je moet vroeg opstaan, zeker als je nog wilt douchen. “Dat was best een beetje zwaar, maar op zich lukte het wel.” De middagdienst is ongeveer om half een, schat Elvira. “Je leeft echt in een ritme, maar zonder klok. Je let niet op de tijd. Als je iedereen naar de kerk ziet gaan, ga je ook gewoon naar de kerk.”
Had ze niet de neiging om een dienst over te slaan? “Je had niet altijd zin, maar het was wel verplicht. Na een paar dagen is het niet meer zo leuk als de eerste paar keer, maar uit respect ga je er toch heen. We hadden niet echt een plan om het te skippen ofzo.”
Ontmoeting
Vooral de avonden zijn leuk. Dan gaan alle jongeren naar ‘Oyak’, een jongerenontmoetingsplek. “Hier komen jongeren bij elkaar en je leert elkaar dansen. Zo hebben we de Finse dans geleerd van Finse jongeren. En verder zing je en doe je spelletjes. Mensen zijn heel sociaal. Zo vroeg een stelletje of we ‘happy birthday’ in het Nederlands wilden zingen omdat iemand jarig was. Dat was wel grappig en je krijgt leuke gesprekken met mensen.”
Na de middagdienst gaan de jongeren lunchen, daarna krijgen ze Bijbelstudie van een broeder, in groepen van veertig of vijftig mensen. “Hij had een aantal Bijbelverzen in verschillende talen uitgeprint en we gingen de tekst ontleden. Ook had hij een soort tekeningen gemaakt, zodat je het goed kon onthouden.” Na de uitleg spreken de jongeren verder over de tekst in groepjes van zeven of acht mensen. “We bespraken wat we van de tekst vonden en hoe we ernaar keken. Zo leer je elkaar ook beter kennen.”
Spelletjes
“Hoewel het op zich wel leerzaam was, was het ook best wel saai want het duurde lang. Wat ik wel bijzonder was dat in een tekst die we bespraken dat het ging over de discipel van Jezus van wie Hij hield, maar dat hij niet bij naam werd genoemd. Uiteindelijk word je een beetje moe en dan ga je kletsen met iemand naast je.”
Er worden veel spelletjes gespeeld, vertelt Elvira. “We hebben heel veel geweerwolfd, dat is misschien niet heel christelijk. Ook deden we imposter en hebben we lekker gekletst met mensen uit andere landen. We gingen ook elke dag lekker wandelen met ons groepje uit de bus. We haalden wel 24.000 stappen. De omgeving is heel mooi, er was een lekker zonnetje en we zijn zelfs een beetje verbrand. Om vijf uur ging Oyak voor de jongeren open, dan gingen we daar een ijsje halen ofzo.”
Andermans leven
Wat leerde Elvira van het vijfdaagse verblijf in Taizé? “Dat regelmaat heel veel rust kan geven. Je weet waar je aan toe bent. Het is best prettig om zonder klok te leven. Tegelijkertijd voelden dingen ook wel een beetje als moeten, bijvoorbeeld het vroege opstaan. Maar je doet gewoon mee, omdat je wel respect wilt tonen. Mensen doen moeite om dingen voor ons te regelen. En het was ook best interessant om in andermans leven te stappen, dat maak je niet vaak mee.”
Ervoer Elvira God in Taizé? “Niet echt. Ik heb wel geprobeerd Hem te zoeken, maar in onze (Pinkster)kerk voel ik Gods aanwezigheid meer dan daar. Ik heb die daar bijna niet gevoeld, ik weet niet waar het aan ligt. Misschien aan hoe je bent opgevoed. Het is ook niet de kerk waar ik heen zou gaan.” Wel ervaart ze eenheid met christenen uit de hele wereld, iets wat broeder Roger ook voor ogen had.
De leerlingen waren er ook tijdens Pasen. “Op Goede Vrijdag gingen alle lichten uit, om stil te staan bij de kruisiging. En op zondag kreeg je bij binnenkomst allemaal een kaarsje. We gaven het licht aan elkaar door, het licht verspreidde zich snel.”
Interactie
Het allerleukste zijn volgens Elvira de ontmoetingen met mensen uit heel de wereld. “We moesten ook een keer helpen met eten opscheppen, dat was heel leuk. Dan heb je echt interactie met elkaar. Het viel anderen vooral op dat we lang zijn. ‘You must be from The Netherlands’, hebben we heel vaak gehoord.” En Oyak was echt heel gezellig, vooral de laatste avond. Er waren Spaanse mensen die instrumenten bij zich hadden en we zongen samen liedjes.”
Zou ze Taizé aanraden aan anderen? “Aan het begin van de week dacht ik: ik kom nooit meer terug, maar als je nu de foto’s en filmpjes terugziet, was het echt heel gezellig. Met de mensen om je heen, met nieuwe mensen uit andere landen die je leert kennen. Ik zou het eigenlijk wel aanaden. Je moet het wel echt willen. Het is niet echt zwaar, maar je moet wel bereid zijn je een beetje aan te passen aan de levensstijl daar. Aan het einde van de week mochten we nog vragen stellen aan een Nederlandse broeder die er al twintig jaar woont. We vroegen wat hij op een dag doet, hoe het gaat als een broeder overlijdt en of je een contact moet tekenen. Dat laatste is niet het geval. Er is geen contract, maar je doet wel een soort levensbelofte. Je mag daarna nog wel weg, dus je bent niet echt opgesloten, zei hij. Of hij het er naar zijn zin had? Het lijkt me wel, hij woont er al twintig jaar!”





