24/7 voor kinderen zorgen en hen de liefde van God laten ervaren. Dat was de droom van Henk en Erna Na zelf drie gezonde kinderen gekregen te hebben, volgden ze een cursus bij Pleegzorg om bevoegd te worden pleegkinderen op te vangen. “Er kwam toen iemand bij ons thuis om met ons af te stemmen wat we voor ogen hadden. We zeiden dat we geen specifieke wensen hadden, dat het ons niet uitmaakte of een kind beperkingen zou hebben of wat dan ook”, vertelt Erna.
“Bij het tweede bezoek van de mevrouw van Pleegzorg, zei ze: ‘Ik heb een kadootje voor jullie’. Ze liet ons een mapje zien met een foto en gegevens van een meisje dat 3 maanden was. Haar ouders waren beide verstandelijk gehandicapt en zij zou dat naar alle waarschijnlijkheid ook zijn . Toen we het mapje bekeken, vonden we het zo bijzonder, dat we allebei begonnen te huilen. We voelen ons zo dankbaar dat we gevraagd waren voor dit kleine kwetsbare meisje, te gaan zorgen.”
“Als in Nederland een moeder besluit om haar kind af te staan voor adoptie, heeft ze drie maanden bedenktijd”, legt Erna uit. “Tijdens die drie maanden verblijft haar kind bij een tijdelijk pleeggezin (neutraal-terrein-gezin).
Ze verbleef drie maanden lang bij een gezin. Vanaf dat wij het hoorden zou het 2 weken duren tot ze bij ons geplaatst zou worden. Toen wij het gezin ontmoetten, ontdekten we dat ze heel gelovig waren en veel vreugde hadden. Dat zette ons aan het denken, we vroegen ons af: wat hebben die mensen toch? Een korte periode daarna zijn we zelf ook tot levend geloof gekomen .
“Toen kwam ze bij ons”, vervolgt Erna. “We zagen al snel een ontwikkelingsachterstand, maar het was een heerlijk meisje en ze bracht veel vreugde. Wij kregen daardoor een verlangen naar een groot pleeggezin. Onze droom was om 24/7 voor kinderen te zorgen en hen Gods liefde te laten ervaren.”
Crisisopvang
Naast het zorgen voor pleegkinderen voor langere tijd , bestaat er ook crisisopvang, waarbij je een kind tijdelijk opvangt tot de rechter bepaalt dat de moeder zelf weer voor haar kinderen kan zorgen of dat een kind naar een langdurig pleeggezin geplaatst wordt. “Ik had nooit gedacht dat ik die vorm van opvang aan zou kunnen”, vertelt Erna, “maar de Heer gaf ons de kracht om ook voor deze vorm van opvang beschikbaar te zijn.
Als we een pleegkind tijdelijk opvingen en het moment kwam dat hij/zij weer weg ging was ik vaak één dag helemaal van slag en huilde ik, maar dan begon ik het ledikantje te poetsen en de boel uit te wassen, en was ik in staat de knop weer om te zetten. Ik bedacht me dat we het kind elke dag hadden gezegend en onder het bloed van Yeshua hadden gebracht en dat gaf rust.
Het was soms ook zwaar. We hebben meegemaakt dat de rechter besloot dat het kind terug moest naar het ouderlijk huis en het toch niet goed bleek te gaan. Er zijn toen nare dingen gebeurd, waarvan we wisten: als ze bij ons was gebleven, was dit niet gebeurd. Maar ook dat hebben we terug moeten leggen in Gods handen.
Het opvangen van pleegkinderen hebben we niet zelf met z’n tweeën gedaan, maar samen met God. We hebben steeds gezegd: ‘Vader, wij zijn weer beschikbaar. Laat een deur alleen opengaan als het van U is’. Als Pleegzorg dan belde of we bereid waren een pleegkind op te nemen in ons gezin, namen we altijd eerst tijd om te bidden om duidelijkheid van onze hemelse Vader te krijgen Die alles overziet !
Als gezin
Henk en Erna zagen het niet alleen als iets wat ze samen deden met God, ook vonden ze het belangrijk hun eigen kinderen erin te betrekken. “We overlegden altijd met onze kinderen of zij het ermee eens waren. We vonden het belangrijk dit als gezin te doen”, zegt Erna.
“Elke keer als een pleegkind dat tijdelijk bij ons verbleef, weer wegging, bedankten we onze kinderen dan ook en gingen dan samen als gezin iets leuks doen. Henk heeft in het begin heel duidelijk gesteld: ‘Het moet geen ruilactie worden’. We wilden absoluut niet dat we zo in pleegzorg zouden opgaan dat onze eigen kinderen eronder zouden lijden.
Een keer hebben we een moment gehad dat we een meisje opvingen dat uit een verschrikkelijke situatie kwam en daardoor continu negatieve aandacht opeiste. Onze oudste zoon die toen 15 was, kwam naar ons toe en zei: ‘Dit trek ik niet meer, of zij er uit, of ik eruit! Een dag later hebben we besloten dat het meisje naar een ander gezin zou gaan. Mijn hart brak voor het meisje, maar ik wist dat er een grens bereikt was en het niet ten koste mocht gaan van onze eigen kinderen.”
Wonder
“We hebben ook hele mooie tijden beleefd”, benadrukt Erna. “Een van de meest bijzondere dingen die ik heb meegemaakt, was toen Pleegzorg ons belde met de vraag of we wilden zorgen voor een zwaar gehandicapt jongetje van drie weken oud dat in het ziekenhuis was achtergelaten. Om voor hem te kunnen zorgen, moesten we leren katheteriseren en hoe sondevoeding te geven. Het jongetje, Giovanni, was ook verlamd door spina bifida.
In een artikel las ik dat als je een kind sondevoeding geeft, de spraak niet ontwikkelt doordat je ook niet slikt. Ook al kon Giovanni niet slikken, toch bood Henk hem steeds de fles aan, zodat hij gestimuleerd werd te leren slikken.
De artsen zeiden dat Giovanni nooit zou kunnen lopen en dat het psychisch heel zwaar zou zijn hem op te voeden. Omdat hij ook een verstandelijke beperking zou hebben door zijn waterhoofd. Wij baden steeds voor herstel voor hem en lieten hem zalven tijdens een dienst bij ons in de gemeente. Henk kreeg toen de indruk dat dit mannetje echt een dienaar van God zou worden.
Wij wilden niets liever dan Giovanni in ons gezin houden, maar we besloten ervoor te bidden en het in Gods handen te leggen. Als er binnen een bepaalde periode een ander gezin zou komen dat Giovanni wilde opnemen, zouden we dat zien als van God, dat Hij een andere plek voor hem had. De pleegzorg zei dat het onwaarschijnlijk was dat er een ander gezin zou komen.
Toch hoorden we later dat een ander gezin interesse had. Hun dochter wist van niets, maar zei ineens vanuit het niets: ‘Mama, ik wil graag een broertje, maar hij moet dan Giovanni heten’. Uiteindelijk resulteerde dat erin dat zij Giovanni opnamen in hun gezin. Omdat wij God erin betrokken hadden, wist ik dat het goed was en had ik er rust over. Het afscheid was vooral voor Henk zwaar die hem zoveel zorg had gegeven. Dit gezin kwam later bij ons in de buurt wonen en is ook gelovig. Hieruit is een mooie relatie ontstaan en daardoor zien we hem nu nog geregeld.
Gelovige vrienden van hen hadden het op hun hart gekregen dat het goed zou zijn Giovanni’s voeten elke dag biddend te masseren en dat hebben ze gedaan. Nu is hij 14 jaar, kan hij lopen en is hij niet meer afhankelijk van sondevoeding. Tot groep 8 is hij ook naar een gewone school gegaan.”
God heeft het laatste woord
“Hij heeft nog steeds Spina bifida en gebruikt een rolstoel voor langere afstanden, maar het is een ontzettend vrolijke jongen”, zegt Erna. “Tijdens een samenkomst dit jaar las hij een stuk voor uit de Bijbel en dat raakte zo mijn hart! We mochten meewerken in Gods Koninkrijk om voor Giovanni te zorgen met liefde, aandacht en met geduld hem laten drinken uit een fles, zodat ook zijn spraak kon ontwikkelen.
Zo mochten we zien dat niet een arts, maar God het laatste woord heeft. Giovanni heeft nu een levende relatie met God en zegt altijd: ‘Ik heb vier vaders, Marco, Henk, mijn echte papa en de Here God’. Aan Hem alle eer!”

