Estelle groeide op in een liefdevol christelijk gezin in Enschede. Het geloof werd haar met de paplepel ingegoten. Totdat haar opa overleed en dat een storm aan vragen met zich meebracht. “Wat is het nut van het leven? Waarom zijn we hier? Bestaat God eigenlijk wel?” Ze begon zich af te keren van het geloof en leefde een dubbelleven. Totdat ze een beeld kreeg van God en ze een belangrijke keuze moest maken.
Hoewel ze zich naar buiten toe stabiel voelde, merkte ze dat ze steeds meer begon te zoeken. Niet per se bewust naar God, maar vooral naar afleiding. “Ik was veel bezig met vrienden, met sociaal zijn. Want zodra ik alleen was, kwamen die vragen weer. Dan werd het onrustig in mijn hoofd.” Op school hield ze haar twijfels verborgen. “Thuis was ik het brave kerkmeisje, maar op school zei ik: ‘Ja, ik ben christelijk opgevoed, maar ik heb er niet zoveel mee.’” Zo begon ze een dubbelleven te leiden.
In vakken zoals levensbeschouwing werd ze vaak als ‘de christen in de klas’ naar voren geschoven. “Dan moest ik ineens namens alle christenen ter wereld antwoord geven op moeilijke vragen, terwijl ik zelf ook totaal geen idee had.” Ondertussen worstelde ze met haar identiteit. “Ik begon ook te denken: misschien ben ik wel queer, of iets daartussenin, maar ik wist het niet goed en ik hield er al helemaal niet van om mezelf een label op te plakken.”
Die innerlijke strijd trok een steeds grotere kloof tussen haar thuis- en schoolleven. “Ik wist gewoon niet wie ik was. Bij mijn ouders hield ik de schijn op. Ze zeiden zelfs dat ze het zo fijn vonden dat ik niet zo’n onzekere puber was – lief bedoeld natuurlijk, maar ik dacht alleen maar: je moest eens weten.”
Alles leek te draaien om wat anderen van haar zouden denken. “Ik was heel erg bezig met hoe mensen mij zagen. Ik klampte me vast aan mensen, omdat alleen zijn te confronterend was.”
Twee wegen
Langzaam begon er een beeld in haar hoofd te vormen. Geen spectaculaire droom, geen donderslag, maar een steeds helderder idee: er lagen twee wegen voor haar. “Eén pad volledig gewijd aan God, en één werelds pad: een veilig leven zonder kinderen, met een vaste baan van negen tot vijf, misschien een man of vrouw, maar uiteindelijk leeg.” Toch koos ze toen nog niet meteen voor God. “Ik wist niet eens zeker of Hij bestond.”
Op een avond riep ze in wanhoop uit: “God, als U echt bestaat, laat het me dan zien, want anders kap ik met het zoeken naar U.” Maar er kwam geen teken. Geen droom. Geen overweldigend gevoel.
Toch begon er vanaf dat moment iets te verschuiven. “Mensen kwamen zomaar naar me toe met profetieën die precies weergaven wat ik dacht. In een kerkdienst werd gezegd: ‘Misschien is het één grote warboel in je hoofd, maar God houdt van je en wil je ontmoeten.’ Dat raakte me. Het was precies waar ik op dat moment in zat.”
Toen ze begonnen te bidden, kreeg ik ineens klamme handjes, een hoge hartslag. Het was alsof mijn lichaam reageerde op wat er gezegd werd”
Ze huilde alles eruit. “Daar gaf ik mijn hart aan Jezus.” Twee maanden later liet ze zich dopen. “Dat veranderde alles. Foute vrienden vielen vanzelf weg. Mijn gedachten en patronen veranderden. Ik begon me steeds meer mezelf te voelen.”
Nieuw perspectief
In de weken na haar bekering merkte Estelle dat er écht iets veranderd was. “Ik had mijn been gebroken, dus ik kon sowieso weinig met vrienden afspreken. Daardoor kreeg ik de ruimte om écht stil te staan, te bidden, en met God te praten. Ik kwam erachter hoeveel ik mijn sociale leven eigenlijk gebruikte als een soort coping, om mijn gedachten te vermijden. En nu wilde ik eigenlijk alleen maar met God bezig zijn.”
Tijdens een bevrijdingsdienst van Tom de Wal gebeurde er iets beslissends. “Toen ze begonnen te bidden, kreeg ik ineens klamme handjes, een hoge hartslag. Het was alsof mijn lichaam reageerde op wat er gezegd werd.” Ze vulde een kaartje in met gebedspunten zoals onzekerheid, maar vertelde daarna ook over haar worsteling met seksuele identiteit. Er werd met haar gebeden, en hoewel er niet direct iets spectaculairs gebeurde, voelde ze zich wel opgelucht.
“In de weken daarna merkte ik ineens het verschil. Dingen vielen weg. Ik had rust in mijn hoofd, geen drang meer naar bepaalde dingen. Zelfs haar waarneming veranderde. “Ik zag kleuren anders, intenser. Ik voelde me vrijer. Gedachten waar ik eerst constant mee bezig was, verdwenen gewoon. Ik had geen zin meer in feestjes, niet meer in roken of flirten. Alles veranderde.”
Geroepen om te delen
Estelle ervaart God nu overal. “Als ik opsta, als ik loop, in de natuur maar ook gewoon als ik boodschappen doe, ook in de lastige dingen is Hij er gewoon.” Ze bezocht het ‘CfaN Fire Camp’, leerde evangeliseren, en sprak voor het eerst op straat met een microfoon. “Ik dacht: hoe dan? Maar God gaf me de kracht. Mijn schaamte is weg. De wereld moet weten wie Jezus is.”
Nu volgt Estelle een voltijd Bijbelschool. “Ik wist niet dat ik dat zou willen, maar nu zie ik hoeveel ik van onderwijs over God houd.” Eén ding is zeker: haar keuze is gemaakt. “Ik loop het pad dat God voor mij heeft. Hij is liefde, en ik wil niets anders dan Hem.”





