In een tijd waarin de wereld in rap tempo verandert en standvastigheid zeldzaam lijkt, getuigt Wim van Putten van een leven waarin Gods trouw steeds opnieuw zichtbaar werd. In een openhartig gesprek deelt hij hoe hij ondanks tegenslag, ziekte, conflicten in de kerk en maatschappelijke druk zijn geloof niet verloor, maar juist dieper geworteld raakte in zijn relatie met Jezus Christus.
Radicale bekering door een vurige jongen uit de klas
Op zijn nieuwe website vertelt Wim van Putten hoe hij als jongere, opgegroeid is in een gereformeerd gezin, en tot een levend geloof in Jezus Christus kwam na een persoonlijke bekering. De aanleiding hiertoe was het getuigenis van een jongen uit Wims klas, die vol passie vertelde over Jezus, die hij pas had leren kennen door het getuigenis van zijn broers. Wim nam Jezus aan en werd niet veel later gedoopt in de Heilige Geest. Ook werd hij bevrijd van verslavingen en angst, en ontving hij groeiend inzicht in geestelijke strijd.
Na zijn hbo-opleiding werkte hij zeven jaar als maatschappelijk werker in de Kinderbescherming, maar na verloop van tijd ervaarde hij een roeping om in het middelbaar onderwijs te gaan werken als leraar maatschappijleer en godsdienst.
Samen met zijn vrouw Ingrid sloot hij zich aan bij een Volle Evangelie Gemeente, waar zij actief betrokken waren bij evangelisatie en jeugdwerk. Wim benadrukt hoe het leven met Christus echte vrijheid en innerlijk herstel bracht, met zicht op de geestelijke wereld en de kracht van Gods Koninkrijk.
Van jeugdleider tot oudste: een leven in dienst van het Koninkrijk
“Mijn hele leven stond in het teken van de gemeente,” begint Wim. “Ik ben 25 jaar oudste geweest en daarvoor zo’n 15 jaar jeugdleider. We begonnen op straat, evangeliseren in kroegen en buurten, maar later richtten we ons meer op de opbouw van de gemeente.”
Wim en Ingrid’s hart lag altijd bij het pastoraat en de bemoediging. “Wat ik veel mooier vond dan al het bestuurlijke, was het bezig zijn met het Woord van God. Mensen bemoedigen, zieken zegenen, handen opleggen, prediken, daarin mochten wij vele jaren dienen.” Toch kwam daar verandering in. Helaas staken bij het ouder worden gezondheidsproblemen de kop op.
Ziekte als leraar: “Ik ben door God én de dokter genezen”
Rond zijn zestigste kreeg Wim te maken met ernstige gezondheidsproblemen. Eerst een klein herseninfarct, later darmkanker én prostaatkanker. Het was een zware tijd. “De chemo was zwaar. Ik had me echt vergist in hoe zwaar dat fysiek zou zijn. Ik dacht: ik ga mijn conditie opbouwen, maar met de chemo werkte dat niet echt.”
En toch: “Ik ben genezen. Door God én door de dokter,” zegt hij met nadruk. “Soms denken mensen dat het het één of het ander moet zijn, maar ik zie de artsen, de verpleegkundigen, de hele medische wereld als een instrument van God. En ik ben daar ongelooflijk dankbaar voor.”
Die combinatie van geloof en realiteitszin typeert Wim. Hij verliest zich niet in idealisme, maar getuigt eerlijk: “Als ik niet in Nederland had gewoond, met deze medische zorg, was ik er de afgelopen zeven jaar niet meer geweest.”
Trouw ondanks breuken: “Liefde van God geeft grenzen aan”
Ook binnen kerkleiderschap waren er beproevingen. Na jarenlang oudste te zijn geweest in een gemeente, kregen Wim en Ingrid via twee afzonderlijke profetieën te horen dat God hen een nieuwe weg wees. Temidden van deze lastige keuze, gebeurde er iets bijzonders.
“Een broeder, die net nieuw in de gemeente was, stond op na het beëindigen van de dienst en vroeg of we nog een lied konden zingen. Een opwekkingslied dat precies ging over zegenen en uitgezonden worden. Dat was voor mij een knipoog van God.’’
Dat was voor mij een knipoog van God.
Ook in een andere gemeente hebben Ingrid en Wim, na ernstige spanningen binnen het leiderschap, besloten om, na tien jaar, samen met een aantal andere leiders te vertrekken. Dit gebeurde met pijn in het hart. “Soms neem je een beslissing om een geestelijke reden, soms ook uit lijfsbehoud. Die spanningen waren niet goed voor mijn lichaam.”
Wim is eerlijk: “De liefde van God geeft ook grenzen aan. Dat is prima en dat is ook nodig. En dat betekent niet alleen naar de ander toe een grens aangeven, maar ook naar jezelf toe.’’
Standvastig geloof in een vluchtige tijd
Door de jaren heen heeft Wim veel wijsheid ontvangen. Toen hem werd gevraagd hoe christenen standvastig kunnen blijven in een tijd waarin alles vluchtig is, was zijn antwoord simpel en diep tegelijkertijd: ‘’Het is belangrijk dat je stille tijd houdt. Dat kan op je fiets, achter het stuur van je auto, in je bed. God is niet gebonden aan een plaats. Maar wel dat je in alle situaties, als het goed gaat, maar ook als het moeilijk is, je gewoon de Heer zoekt.’’
‘’Als je die intimiteit kwijtraakt, dan word je misschien een letterknecht. Dan lees je de Bijbel wel en kan je misschien wat Bijbelteksten citeren, maar het heeft geen leven meer in zich.’ ‘s Ochtends ben ik wat vroeger op en dan lees ik het Woord en ik vraag God om mij daarbij te verlichten. En dat doet Hij dan ook: door Bijbelteksten en Zijn Geest spreekt Hij dan tot mijn hart. Daar kan ik wat mee, voor mijzelf en regelmatig ook voor een ander.’’
Door Bijbelteksten en Zijn Geest spreekt Hij tot mijn hart.
Daarnaast benadrukt Wim het belang van investeren in vriendschappen. “Geef niet te snel op. Soms zie je mensen terugkomen, na zeven jaar stilte, gewoon omdat je blijft liefhebben. Het koninkrijk van God bestaat uit vrienden, als het goed is.”
Loslaten of vastzitten: de keuze is aan jou
Een krachtige metafoor die Wim gebruikt, is die van een aapje dat vastzit met zijn hand in een potje omdat het een nootje vasthoudt. Hij vertelt hoe men in India aapjes vangt. Dat gaat als volgt: ‘’ze legden een nootje in een klein potje met een smalle hals. Het aapje pakt dat nootje vast, daardoor kan die niet meer terug. Dat vond ik altijd een mooie metafoor. Dat betekent dat als jij iets vasthoudt, je misschien juist los moet laten. Anders zit je eraan vast.’’
‘’Zolang je dingen niet loslaat, kom je niet vrij. Dat geldt ook voor pijn, voor je onverwerkte verleden, of iets dat jou ooit zekerheid gaf. God werkt vaak pas als jij loslaat. Als ik het loslaat en en het aan de Heer geef, zeg ik: Ik kan er nu niks meer aan doen, het is Uw zaak. Dan zie je gewoon dat God zijn werk doet.’’
God werkt vaak pas als jij loslaat.
Gods trouw vandaag en je leven lang
Tot sluit deelt Wim nog een les over leven in het heden: “Je moet niet vasthouden aan het manna van gisteren,” zegt hij. “Dat bedierf immers in de woestijn. Zo is het ook met het leven met God. Als je vast blijft houden aan wat geweest is, mis je wat Hij vandaag voor je heeft.”
Als je vast blijft houden aan wat geweest is, mis je wat Hij vandaag voor je heeft.
Door alles heen – ziekte, conflicten, zegeningen, roepingen en afscheid, blijft één lijn zichtbaar: de trouw van God. “Ik was zestien of zeventien toen ik mij bekeerde. Nu, een kleine zestig jaar later, kan ik zeggen: God is trouw! Zoals het liedje: toen ik in de put zat, trok Hij mij eruit.” Die belofte van Gods trouw geldt voor ons allemaal.




