Het is begin jaren zeventig wanneer een jonge Gerhard Hobelman samen met zijn broer opgroeit op de boerderij van zijn ouders. Op een dag stelt hun vader een eenvoudige vraag: “Willen jullie boer worden?” Beide jongens zeggen nee. Maar dan komt er een ingeving. Gerhard: “Waarom maken we er geen camping van?” Zijn vader neemt het serieus, gaat ervoor bidden, en ontvangt bijzondere bevestiging. Op een streekplan van de provincie blijkt het gebied precies aangemerkt als recreatiegebied. Niet lang daarna ontmoet hij een loco-burgemeester die zijn idee met enthousiasme ondersteunt. Voor de familie is het duidelijk: dit is geen toeval, dit is een Godsidee.
Wat begint als een klein idee wordt een levensmissie. In 1972 start de ombouw van boerderij naar camping. “We begonnen met een veldje waar over het hele jaar zo’n veertig gezinnen kwamen. Maar het was meteen serieus: zes hectare, tweehonderd plekken. In zeven jaar tijd bouwden we de camping op en lieten we de boerderij krimpen,” vertelt Gerhard. In 1979 overlijdt zijn vader onverwacht. Gerhard is dan 22, zijn broer 19. Zij nemen het roer over. “We hadden het bedrijf opgebouwd, het was al een plek waar we van konden leven. Maar belangrijker: het was een plek waar God ons voor geroepen had.”
Een missie vanaf dag één
Gerhards vader had vanaf het begin een duidelijke visie. “Hij hield van Jezus, en wilde dat dit een christelijke camping werd. In het eerste jaar zette hij een tent neer en nodigde een evangelist uit. Ik was veertien, dacht aan brommers en vrouwen, maar hij had die geestelijke visie. En uiteindelijk ben ik daarin meegegroeid.”
De geestelijke omslag van Gerhard gebeurt als hij 22 jaar oud is. Zijn vader overlijdt en draagt op z’n sterfbed de mantel over aan Gerhard. Hij besluit zijn leven en de camping flink serieus aan te vliegen.
Gerhard en zijn broer bouwen De Betteld uit. Ze kopen grond bij, investeren in gebouwen, recreatie, voorzieningen. Maar altijd is er het geestelijke fundament. “De camping is een bedrijf, ja. Maar het is eerst en vooral een bediening.”
Opgroeien op heilige grond
Bas Hobelman, zoon van Gerhard, groeit op te midden van deze visie. “Ik heb hier alles gedaan,” vertelt hij. “Receptie draaien op zondag als tiener, gasflessen omwisselen, snoeien in de winter. We werden als kinderen overal bij betrokken. Niet omdat het moest, maar omdat het erbij hoorde.”
Maar die vanzelfsprekende betrokkenheid kent ook een keerzijde. In zijn tienerjaren keert Bas zich af van het geloof en van de camping. “Ik zat op voetbal, ik had vrienden buiten de christelijke bubbel. Ik wilde niet ‘die jongen van de Betteld’ zijn. Ik ging drinken, blowen, zocht grenzen op en ging eroverheen.”
Het leidde zelfs tot een tijdelijk ‘campingverbod’. Bas lacht: “Ik woonde hier, dus dat werkte natuurlijk niet. Maar het was duidelijk: ik was even goed de weg kwijt.”
Een stem die blijft fluisteren
Toch bleef er iets knagen. “Zelfs in relaties dacht ik soms: wat als ik ooit toch terugkeer naar De Betteld? Wat als ik hier hoor?” Rond zijn zeventiende maakt hij een bekering mee bij You-nity, een jeugdkerk van Wilkin van de Kamp. Hij laat zich dopen, maar verliest het geloof later opnieuw uit het oog tijdens zijn studententijd.
Na zijn studie begint hij bij de Jaarbeurs in Utrecht, maar blijft De Betteld helpen in de zomers. Tot het moment komt dat hij wordt gevraagd om een kleine camping in Zeeland, Elzenhof, te leiden. “Ik leefde toen nog deels in de wereld, maar voelde me verantwoordelijk. Het was de eerste keer dat ik ergens volledig de eindverantwoordelijkheid kreeg.”
In die zomer gebeurt er iets. “Ik werd gegrepen. Alles wat ik eerder kapot had gemaakt, bracht ik bij God. Ik ruimde letterlijk rommel op, ook dingen die ik van De Betteld had meegenomen. Ik ging door het stof. En het ruimde op.”
De juiste tijd, de juiste vrouw
Precies in die zomer ontmoet Bas ook zijn toekomstige vrouw, Veronique. Zij springt in om het geestelijke programma van de vestiging in Zeeland te leiden, nadat een ander echtpaar afzegt. “Ze kwam met een heel team, en bleef tot het eind van het seizoen. We deden alles samen: schoonmaak, programma, bediening. In die tijd zijn we verliefd geworden.”
Gerhard herinnert zich die tijd levendig. “Ik wist: dit is Gods timing. We hadden geen plan B, maar God voorzag. En toen wist ik: nu kan het stokje écht doorgegeven worden.”
Een roeping moet je niet opleggen
Opvallend: er was nooit druk. Bas: “Mijn moeder was daar heel duidelijk in: je mag het overnemen, maar het moet niet. Het geestelijke weegt zwaarder dan het zakelijke. Je kunt geen bediening runnen zonder roeping.”
Die roeping wordt in Zeeland bevestigd. Bas groeit terug in zijn geloof, groeit in leiderschap en visie, en begint zijn eigen koers te ontdekken. “Ik leerde dat deze plek meer is dan een bedrijf. Het is mijn geboortegrond, maar ook heilige grond.”
Het stokje wordt doorgegeven
Na jaren van meewerken, niet in Zelhem maar in Zeeland, ontdekken en opnieuw geworteld raken in het geloof, volgt de officiële overdracht. Gerhard: “Ik heb er geen seconde moeite mee gehad. Ik zie Gods hand in alle schakels. En ik zie dat Bas niet alleen capabel is, maar ook geroepen.”
Bas pakt nu door met vernieuwing: laadpalen, toiletgebouwen, stroomvoorziening. “Ik wil de kwaliteit verhogen, maar zonder het geestelijke te verliezen. Dat is het hart van De Betteld.”
Hij is anders dan zijn vader. “Mijn vader is visionair, ik ben meer van de details. Maar ik leer van zijn fouten, van zijn balans. Ik wil geen vader zijn die altijd werkt. Ik wil er ook zijn voor mijn gezin.”
Een fundament dat blijft spreken
Tijdens het afscheidsmoment van Gerhard maakte Bas een symbolisch geschenk: een bokaal met een stuk fundering van de oude huizen op het terrein. “Dit is het fundament waarop wij bouwen,” zei hij. “Letterlijk en geestelijk.”
Spreuken 13:22 zegt: “Een goed mens laat een erfdeel na voor zijn kleinkinderen.” Gerhard: “Ik hoop dat mijn kleinkinderen later ook nog iets vinden van de geestelijke kracht van deze plek.”
Blik op de toekomst
De uitdagingen zijn er – PFAS-regels, personeelskrapte, seizoensdrukte – maar de familie is niet bang. “God heeft keer op keer voorzien. Tijdens corona dachten we: dit is een ramp. Maar het werd de drukste zomer ooit. Mensen mochten niet naar Frankrijk, kwamen hier. Alles werd opgekocht. We konden alles weer investeren in het park.”
En het geestelijke? “Ik geloof dat er opwekking komt,” zegt Gerhard. “We hebben ruimte gemaakt, ook door nieuwe mensen aan te stellen die geestelijk leiderschap dragen.”
Bas sluit af: “Ik zie het als mijn roeping om deze plek voor te bereiden op een volgende fase. Op meer vrucht. Meer impact. Niet alleen recreatie, maar transformatie.”





