De Tweede Kamer heeft de motie van D66 verworpen waarin werd voorgesteld om toegang tot abortus op te nemen als een internationaal mensenrecht. Christelijke partijen en pro-life organisaties zien dit als een onderwinning. Volgens SGP-fractievoorzitter Chris Stoffer onderschrijft dit besluit het, wat hij noemt, fundamentele principe dat abortus geen mensenrecht kan zijn omdat het ongeboren leven spoedig beëindigt.
Stoffer sprak tijdens het debat in scherpe bewoordingen over het initiatief van D66. Hij noemde het plan “radicaal” en “onthutsend” dat abortus gekoppeld zou moeten worden aan mensenrechten. “Het doden van een mens kan onmogelijk een mensenrecht zijn,” zei hij. Stoffer wees erop dat volgens hem in internationaalrechtelijke verdragen en in de Europese grondrechtenverdragen het recht op leven juist één van de kernrechten is.
Mirjam Bikker van de ChristenUnie zei eerder: ““Medische ethiek is terug van weggeweest. D66 heeft de afgelopen tijd weer alle kroonjuwelen opgepoetst. Oprekken van euthanasie, embryokweek, abortus als mensenrecht.”
De verwerping van de motie wordt door de partijen met opluchting ontvangen. Het besluit ondersteunt volgens de partij hun standpunt dat de bescherming van het ongeboren kind nét zo belangrijk is als die van de moeder. De SGP benadrukt dat keuzes over abortus niet genegeerd mogen worden, maar dat er niet automatisch sprake kan zijn van een recht dat internationaal afdwingbaar is, zolang voor de partij onvervreemdbare morele principes — zoals het recht op leven — in het geding zijn.
De afwijzing van de wet betekent dat er niets verandert aan de huidige abortuswet en uiteraard geen einde aan de strijd van christelijke partijen tegen het hoge aantal abortussen in Nederland.





