DEN HAAG – De ChristenUnie wil dat het kabinet concreter en daadkrachtiger optreedt tegen christenvervolging wereldwijd. In schriftelijke vragen over de kabinetsreactie op de initiatiefnota van Kamerlid Don Ceder (ChristenUnie) zet de fractie druk op de minister om verder te gaan dan bestaand beleid.
De partij erkent dat het kabinet aandacht heeft voor vrijheid van religie en levensovertuiging binnen het buitenlandbeleid, maar constateert tegelijk dat de reactie grotendeels een herhaling is van eerder ingezet beleid. Daarmee blijft volgens de ChristenUnie onvoldoende antwoord op kritiek uit een evaluatie van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) uit 2023, waarin tekortkomingen in de aanpak van geloofsvervolging worden blootgelegd.
De fractie vraagt de minister expliciet om op deze bevindingen te reflecteren en duidelijk te maken welke verbeteringen worden doorgevoerd.
Grondrechten
Ook wil de ChristenUnie meer duidelijkheid over mogelijke spanningen tussen grondrechten. Het kabinet stelt dat fundamentele rechten soms kunnen botsen, maar volgens de fractie is onduidelijk hoe het bestrijden van christenvervolging andere rechten onder druk zou zetten. De partij vraagt om concrete voorbeelden.
Daarnaast ligt de focus op de rol van de Speciaal Gezant voor Vrijheid van Religie en Levensovertuiging. De ChristenUnie wil weten of deze functie voldoende mandaat, middelen en politieke steun krijgt om wereldwijd effectief op te treden. De partij vraagt om inzicht in het budget en de personele capaciteit, en of uitbreiding nodig is gezien de omvang van religieuze vervolging wereldwijd.
Op het gebied van ontwikkelingssamenwerking pleit de fractie voor intensievere samenwerking met religieuze organisaties. De minister wordt gevraagd in kaart te brengen hoeveel van de huidige projecten al met religieuze partners werken en of dit aandeel wordt vergroot.
Meetbare consequenties
Verder dringt de ChristenUnie aan op meetbare consequenties voor landen die de godsdienstvrijheid schenden. De fractie vraagt om voorbeelden van situaties waarin Nederland daadwerkelijk druk heeft uitgeoefend of sancties heeft overwogen.
Specifiek wordt ook gevraagd naar de inzet tegen landen waar de doodstraf staat op blasfemie of afvalligheid, en wanneer uitvoering wordt gegeven aan een eerder aangenomen motie van Ceder en Ceulemans hierover.
De partij stelt daarnaast kritische vragen over landen met shariawetgeving en hun positie op internationale ranglijsten van christenvervolging. Volgens de ChristenUnie zijn dergelijke landen oververtegenwoordigd in de top van de ranglijst van Open Doors. De fractie wil dat het kabinet deze realiteit meeneemt in het ontwikkelen van effectiever beleid.
Tot slot vraagt de ChristenUnie aandacht voor specifieke vormen van vervolging, zoals die gericht op vrouwen, jongeren en bekeerlingen. De partij wil weten in hoeverre deze groepen expliciet worden meegenomen in het huidige beleid.




