“Gefeliciteerd met je verjaardag,” zei Martha tegen mijn man. Ze was eerder die dag bij ons huis geweest en had gehoord dat het zijn verjaardag was. Ze vertelde ons dat God haar had opgedragen hem een origineel schilderij te geven dat haar eigen werk was, maar eerst deelde ze het prachtige gedicht dat ze had geschreven over een dakloze man.
Toen Martha het ontroerende gedicht had voorgelezen, draaide ze het schilderij om zodat wij het konden zien. Iedereen snakte naar adem. De man op het schilderij, dat ze jaren geleden had geschilderd, was identiek aan een man die we net avondeten hadden gegeven. Zij was vertrokken voordat hij kwam en hij was alweer weg voordat zij weer terugkwam.
Hoe kon zij deze man jaren voordat we hem überhaupt hadden ontmoet, hebben geschilderd?
Hij was een aardige man. We spraken over de Heer en gaven hem spaghetti. Ik herinner me dat hij zei dat het een beetje flauw was. Ik gaf hem gelijk en zei: “We doen ons best met wat we hebben. God is trouw en voorziet”. Hij vroeg me of ik de volgende keer Italiaanse kruiden wilde, zodat ik die aan de saus toe kon voegen en ik zei dat dat zeker welkom zou zijn. Daarna praatten we over andere dingen en voor ik het wist, was hij weer weg.
Wie was hij? Ik zal het misschien nooit weten, maar ik vraag me af… Was hij gewoon een willekeurige dakloze man of misschien een engel?
‘Vergeet de gastvrijheid niet, want hierdoor hebben sommigen zonder het te weten engelen onderdak geboden.’ (Hebr. 13:2)
Ik weet alleen dat ik hem nog nooit eerder had gezien en na deze gebeurtenis nooit weer heb gezien.
God is zo trouw. Of het nu een engel of een man was, God hoorde mijn gesprek met hem. Want kort nadat dit was gebeurd, nam een vriendin die niets van dit verhaal wist, contact met me op en zei: “Ik moest aan jou denken en God zei dat ik mijn vriezer moest opruimen en het vlees aan jou moest geven. Hij zei ook dat ik je mijn grote bak met Italiaanse kruiden en andere specerijen moest geven.”
Ik was opnieuw verbaasd dat God zoveel om me gaf dat Hij zelfs in de details voorzag. Hij wilde niet dat ik alleen maar at. Hij wilde ook dat ik genoot van wat Hij gaf!
Hij maakte ons niet alleen zo dat we het nodig hebben om te eten, Hij zorgt er ook voor dat we van de smaak kunnen genieten.
‘En God zei: Zie Ik geef u al het zaaddragende gewas dat op heel de aarde is, en alle bomen waaraan zaaddragende boomvruchten zijn; dat zal u tot voedsel dienen.’ (Genesis 1:29)
God had eten niet lekker hoeven maken. Het feit dat we kunnen genieten van wat we eten, is een bewijs van Zijn liefde voor ons en voor iedereen. Hij wil dat we die liefde delen.
Hebreeën 13 staat vol instructies. Het begint met het liefhebben van anderen en vertelt ons vervolgens hoe dat te doen. Wat een zegen!
Romeinen 13:8-10 zegt het zo:
‘Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. Want dit: U zult geen overspel plegen, u zult niet doden, u zult niet stelen, u zult geen vals getuigenis geven, u zult niet begeren, en welk ander gebod er ook is, wordt in dit woord samengevat, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad. Daarom is de liefde de vervulling van de wet.’
Gebed: Help ons om lief te hebben zoals U dat doet. Help ons om dichter bij U te komen—en help ons om alle kleine dingen te waarderen die U uit liefde voor ons hebt gedaan. In Jezus’ naam. Amen!
Lees hier het originele artikel.




