Twee jaar lang zit de Amerikaan Andrew Brunson opgesloten in een Turkse cel in verband met zijn missionaire activiteiten in Turkije. Hij verwacht vreugde te vinden in verdrukking, net als zijn voorbeeld SDOK-grondlegger Richard Wurmbrand. Andrew ervaart God echter niet in de gevangenis. Elke dag is een worsteling – waarom blijft God stil?
Hij heeft het niet aan zien komen. Om hem heen worden buitenlandse voorgangers wel eens verhoord, maar niet gevangengenomen. De Amerikaan Andrew Brunson werkt al drieëntwintig jaar als zendeling in Turkije als hij samen met zijn vrouw Norine in oktober 2016 opgepakt wordt.
“Norine en ik werden naar het politiebureau geroepen. Ik dacht dat we daarheen gingen om onze verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd te ontvangen. We waren erg verbaasd dat we bij aankomst werden gearresteerd.” Dertien dagen lang worden Andrew en zijn vrouw vastgehouden. “Ik zei tegen mijn vrouw: ‘Waar ik écht bang voor ben, is dat we uit elkaar gehaald worden; dat ik helemaal alleen zal zijn en niet zal weten hoe het met jou is.’ De dag erna gebeurde dat: Norine werd vrijgelaten en ik bleef alleen achter.”
Alleen
Andrew wordt vals beschuldigd van spionage en samenwerking met de Koerdische afscheidingsbeweging PKK en wordt twee jaar lang van gevangenis naar gevangenis verplaatst. “Ik kwam in een cel voor acht personen. Maar er waren twintig mannen. Wat ik moeilijk vond, is dat ik er tóch alleen was. Ik was anders. Door mijn cultuur, levenservaring en taal, maar al helemáál door mijn geloof. Ik was de enige christen en alle anderen waren strenggelovige moslims. Het was als een 24-uurs gebedsdienst, maar dan met islamitische gebeden. En ik brak! Het isolement en de angst van dat ik niet wist wat er met me zou gaan gebeuren, werden me te veel en ik kreeg zelfmoordgedachten.”
Andrew is wanhopig en voelt zich verlaten door God. Waar hij vroeger Gods nabijheid ervoer, heeft hij deze ervaring in de gevangenis totaal niet. “Door biografieën die ik had gelezen van onder andere Richard Wurmbrand, had ik de verwachting dat wanneer ik verdrukking zou meemaken, ik vreugde en geestelijke kracht zou ervaren – dat Gods aanwezigheid en Zijn genade me zouden overweldigen. Maar in de twee jaar dat ik gevangen zat, ervoer ik Gods aanwezigheid níet. Ik voelde me door God in de steek gelaten en raakte in een geestelijke crisis. Ik had dit niet verwacht en was geschokt. Ik had veel vragen en twijfels. Ik zei: ‘Waar bent U, God? Waarom blijft U stil? Hoe kunt u me alleen laten in de meest moeilijke, de meest duistere tijd van mijn leven?’”
Het eerste jaar gevangenschap is voor Andrew erg zwaar. Alle rechtszaken om Andrew vrij te krijgen lopen op niets uit en Andrew voelt zich machteloos en depressief. “Ik werd vijftig dagen opgesloten in een isoleercel. Ik sliep hierin maar drie uur per dag en ik was oververmoeid. Ik voelde golven van adrenaline door mijn lichaam gaan van de stress en ik raakte wanhopig. Op een gegeven moment wist ik niet meer wat echt was en wat niet. Ik voelde dat ik langzaam weggleed in krankzinnigheid.”
Kantelpunt
Andrews wanhoop en het gebrek aan toekomstperspectief hebben ook invloed op zijn geloof. Zijn vertrouwen in God vermindert en hij is boos op God. “Mijn hart was koud en dat ondermijnde mijn relatie met God. Het kantelpunt kwam toen ik besefte: ik kan niet vechten voor mijn vrijheid, maar ik kan wél vechten voor mijn geloof. En ik nam het besluit: ik richt mij op God, ik houd mijn ogen gericht op Hém. Ik zei: ‘Wat U ook doet of niet doet, God, ik zal U volgen. Of U nu tot mij spreekt of niet, ik zal U volgen. Of U Uw aanwezigheid laat merken of niet, ik zal U volgen. Of U mij laat vrijkomen of niet, ik zal U volgen.’
Het was puur een beslissing van mijn wil en niet van mijn emoties. Ik voelde Gods aanwezigheid niet. Ik wist dat er genade was, maar ik ervoer dat niet. Ik kon niet geloven op basis van mijn emoties. Ik zei vaak tegen God: ‘Kijkt U alstublieft niet naar mijn emoties, maar luister naar wat ik zeg, luister naar wat ik uitroep. Als ik U zeg dat ik achter U aan wil gaan en dat ik wil doorzetten, is dat een beslissing van mijn wil, kijk alstublieft naar mijn wil.’
Geen emotie
Een van de Bijbelverzen die voor Andrew erg belangrijk wordt in deze periode was Jesaja 50:10, waar God zegt: ‘Als hij in duisternissen gaat en geen licht heeft, laat hij dan vertrouwen op de Naam van de HEERE en steunen op zijn God.’ “God zegt dit tegen het volk Israël, dat op dat moment in ballingschap is. Dus God heeft hen ín de duisternis gebracht en Hij kan hen úit de duisternis halen en op elk moment licht geven. Hij zegt niet: ‘Hier, ik geef je licht’, maar hij zegt: ‘Steun op Mij’. Ik moest dit steeds weer horen en ik moest leren om dit in de praktijk te brengen: te steunen op God, ook als mijn gevoel hier helemaal niet in mee ging.”
Hoewel Andrew gevangen zit, krijgt hij wel nieuws mee van buitenaf. “Er werden verschrikkelijk dingen over mij gezegd.” De overheid schildert Andrew af als een terrorist die het land wil opsplitsen. Er wordt gezegd dat hij alle Turken wilde onthoofden en dat Andrew leiding had over Amerikaanse legertroepen. “Norine en ik werkten altijd openlijk. Wat we deden, was niet illegaal, dus de overheid wist dat ik onschuldig was. Ik denk dat ze me arresteerden om andere zendelingen en Turkse christenen te intimideren. De overheid stelde niet alleen míj in een kwaad daglicht, maar ook alle christenen in het land.” Andrew herinnert zich de Bijbeltekst: ‘Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij’ (Mattheüs 5:11 en 12). “Mij overkwam precies wat Jezus hier zegt. Als de overheid had gezegd: ‘we houden Andrew gevangen omdat hij kerken heeft gesticht’, of ‘omdat hij christen is’ dan had ik dit omarmd, maar in plaats daarvan verkondigden ze leugens over mij. Dit frustreerde mij erg.”
Huppelen
Om met zijn frustratie om te gaan, spreekt Andrew deze bijbelteksten regelmatig hardop uit. Zo herinnert hij zichzelf aan Jezus’ belofte. Ook brengt hij een les van Wurmbrand in praktijk. “Richard Wurmbrand las deze tekst als een bevel van God. Hij zei: ‘Ook al ben ik in deze cel, toch zal ik mij verblijden in de Heere.’ Hij begon te dansen voor God – daar in zijn cel. Ik was hier erg door geïnspireerd. Ik besloot elke dag vijf minuten apart te zetten om me te verheugen.”
“Ik begon steeds met schuldbelijdenis: Ik zei dan: ‘Ik heb berouw dat ik niet vreugdevol ben geweest, want U heeft me opgedragen vreugdevol te zijn. Vergeeft U me alstublieft. Maar nú zal ik mij verheugen. Ik voel het niet, maar kijk alstublieft naar wat ik doe. Dit is een stap in gehoorzaamheid van mijn wil. Ik zál blij zijn in Uw tegenwoordigheid – ook in deze verschrikkelijke omstandigheden. Ik ben gescheiden van mijn vrouw en kinderen, ik ken de toekomst niet of wat er met me zal gebeuren, ik ben geïsoleerd in de gevangenis, maar ik zál me verheugen.’ Na dit gebed begint Andrew te dansen. “Het was geen mooie dans, maar ik huppelde en sprong. Ik danste elke dag voor God uit discipline. Ik sprak de bijbelverzen hardop uit: ‘Verblijd en verheug u, verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen!’”
Woorden van waarheid
Terwijl Andrew wordt vastgehouden, gaat Norine door met hun werk. Een aantal kerkleiders waarschuwt haar dat ze Turkije beter kan verlaten, omdat de politie het ook op haar gemunt heeft. Omdat Norine al gevangen heeft gezeten, weet ze precies wat de consequenties konden zijn. Uit liefde voor Andrew blijft ze echter toch in Turkije wonen. Ze is de enige die Andrew mag bezoeken. Eén keer per week mag ze – vanachter beveiligd glas – met haar man spreken. . “Norine was Gods manier om mij bij te staan. Op een bepaalde manier was zij op die momenten mijn voorganger. Ze sprak woorden van waarheid, ze moedigde me aan, ze gaf me het juiste perspectief en soms moest ze me corrigeren en zeggen: ‘Andrew dat is fout, wat je nu zegt, is niet goed. Spreek alleen de waarheid.’”
Kluis
Een van de dingen die Andrew leert in deze periode is het ‘gevangennemen’ van zijn gedachten, zoals wordt beschreven in 2 Korinthe 10:5: ‘Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus’.
“Ik stelde me een metalen kluis voor die je alleen kon openen met een digitale handafdruk en een hendel. Ik opende de kluis en ik stelde me voor dat ik alle vragen, alle twijfels en alles wat ik over Gods karakter had gezegd wat niet klopte in deze kluis stopte en de kluis sloot. En ik zei: ‘God, alleen U en ik kunnen deze kluis openen. U mag op elk moment de kluis openen en antwoorden geven op mijn vragen. Maar ik neem het besluit om de kluis niet te openen, want ik heb geen antwoorden nodig om een relatie met U te kunnen hebben.’”
Deze gedachteoefening helpt Andrew enorm. “Ik had nog steeds vragen en twijfels, ik zat in dezelfde omstandigheden, maar het opende mijn hart om opnieuw van God te kunnen ontvangen. Het maakte mijn hart zacht voor Hem.”
Levenslang
De rechtszaken tegen Andrew blijven voortduren en Andrew blijft gevangenzitten. Maar langzaam is er een omkeer in zijn geloof. “Ik wilde niet in de gevangenis zijn. Ik wilde bij mijn familie zijn. De overheid wilde me tot drie keer levenslang veroordelen, dus ik dacht voor altijd in de gevangenis te zitten. Het was een strijd om te zeggen: ‘Uw wil geschiede en niet die van mij. Maar ik kwam op dat punt, waar ik kon zeggen: ‘Als uw doelen het beste gediend zijn wanneer ik hier in de gevangenis zit, dan wil ik Uw doelen dienen en niet die van mijzelf.’ Ik besefte dat God iets groots aan het doen was en dat de gevangenis de plek was waar God mij wilde gebruiken. Terwijl ik gevangenzat en niets hoefde te doen, baden er duizenden mensen uit heel de wereld voor mij, maar ook voor christenen in Turkije.”
Huisarrest
Na bijna twee jaar gevangenschap wordt Andrew met huisarrest naar huis gestuurd, terwijl de rechtszaken blijven lopen. De overheid heeft via de media de aanval op Andrew geopend, waardoor veel mensen hem als bedreiging voor de islam en voor Turkije zien. Andrew is bang dat een van hen hem iets zal aandoen.
“Elke dag stonden er twintig tot veertig politieagenten voor mijn huis, niet om te voorkomen dat ik naar buiten zou gaan, maar om me tegen aanvallers te beschermen.” Op 12 oktober 2018, ruim twee jaar na zijn gevangenneming, trekt de Turkse rechtbank de aanklacht tegen Andrew in onder druk van de overheid van de Verenigde Staten en wordt hij uit zijn huisarrest ontheven. Andrew wordt direct overgevlogen naar Amerika. Daar werkt hij nu als voorganger en spreker.
Terugkijkend op zijn tijd in de gevangenis zegt Andrew: “Ik had veel vragen en twijfels waar ik geen antwoord op kreeg. Nog steeds zijn er onbeantwoorde vragen. Maar ik heb geleerd dat je in elke situatie altijd een keus hebt: keer je je naar God tóe of keer je je van God áf? Ondanks mijn rationele besluit om God te blijven volgen, was ik zelf erg zwak. Zelfs op mijn sterkste punt was ik zwak. Maar God zag mijn gehoorzaamheid en voor Hem is dat waardevol!”


