De kerk Hoop voor Noord in Amsterdam Noord bestaat inmiddels negentien jaar en in het begin ging dat gepaard met enkele zware tegenstand en intimidatie, met name uit islamitische hoek. Voorganger Jurjen ten Brinke haast zich erbij te vermelden dat het niet zozeer religieus gemotiveerd was, maar dat het vaak gebroken jongeren waren. Ze spraken zijn voicemail vol met koranteksten en dreigden. Jurjen besloot echter te bidden voor die jongeren en de dialoog op te zoeken met de moslims in het stadsdeel. “Als er iets gebeurt, staan nu alle imams aan onze kant.” Afgelopen week ontving Ten Brinke bij zijn afscheid in Hoop voor Noord het erespeldje ‘Knoop van Volten’, van steedsdeelvoorzitter Brahim Abid.
Hoewel Jurjen ten Brinke het niet om hem wil laten draaien en vooral God de eer wil geven, kreeg hij van de stadsdeelvoorzitter een bijzonder compliment. “Hoe heeft die verbroedering tussen religieuze groepen plaats kunnen vinden? Het antwoord is: Jurjen ten Brinke”, zei hij.
Ten Brinke besloot nadat ze zelf bedreigd werden en toen de spanningen in de stad flink toenamen, bijvoorbeeld rondom de aanslag op Charli Hebdo en de rellen rondom de Maccabi Tel Aviv-supporters, voor de dialoog aan te gaan. Hij is geraakt door de tekst in Jeremia 29:7: ‘Zet u in voor de vrede en de welvaart van de stad waarheen Ik u heb verbannen. Bid voor haar tot de HERE, want als uw stad welvarend is, bent u het ook.’ Zo besloten ze als religieuze leiders samen te komen.
Eerder in een interview benadrukte Ten Brinke al dat het zeker geen oecomenische club is die de onderlinge verschillen uitwist. Hij vertelde: “Ik heb tientallen ex-moslims in mijn kerk, denk je echt dat ik vind dat we als moslims en christenen hetzelfde geloven? Zeker niet. Dat maakte ik op die avond ook duidelijk. Ik vond het daarom ook leuk om met die imam hierover te spreken. Hij is vrij zwart-wit en staat bij sommigen zelfs als controversieel bekend. Hij zei tegen mij: ‘Heb je ook zo’n last van die oecumenische bewegingen die doen alsof alle geloven hetzelfde zijn?’ Ik vertelde de imam dat ik daar ook absoluut niet in geloof en dat onze geloofsovertuigingen flink verschillen. Daarna gaven we elkaar een hug; ja, dat kan gewoon!
Echter zijn er ook zaken waarin we elkaar wel vinden. Ik zei tijdens mijn toespraak ook: ‘De seculiere meerderheid vindt dat gelovigen achter de voordeur hoort, dat is niet zo, toch?’ Dan krijg ik heel veel bijval, haha. Ook maatschappelijk kunnen we zeker goed samenleven. Ik geloof dat veel moslims oprecht zoeken om de samenleving beter te maken.”
Rellen
Recentelijk, toen de rellen rondom de supporters van Macabbi Tel Aviv uitbraken, waren veel imams erg boos. In een bijeenkomst van het stadsdeel uitten ze hun onvrede over ‘polariserende’ uitspraken van premier Schoof richting Marokkanen. Ten Brinke greep toen zijn kans. “Ik zei: ‘Jullie kennen allemaal Jezus, bij jullie heet Hij Isa. Hij werd ook vals beschuldigd, door Pilatus. Maar Hij hield zijn mond, omdat Hij wist wie Hij was in God. Wij moeten niet bezig zijn met wat anderen van ons vinden, maar met de vraag wat God van ons vindt. Wij weten dat jullie intenties goed zijn.’ Vervolgens klonk er veel applause in de zaal.”
Verwachtingsvol
Ten Brinke is verwachtingsvol over het werk dat God doet in het stadsdeel, maar ook in de harten van de bestuurders: “De inspanningen zijn niet tevergeefs geweest. Ik was verrast en geraakt toen bleek dat ik, na 20 jaar wonen in Amsterdam, de Volten Knoop van de gemeentebestuurders ontving. Voor langdurige inzet in het stadsdeel en het brengen van verbinding, door toxische negatieve sentimenten te blokkeren en er een vreugdevol, relatiegericht verhaal tegenover te zetten. ‘Nu ik hier in de kerk ben geweest, weet ik waar jij je motivatie vandaan haalt. En wat je bij onze overleggen vertelt over die Ene, ja, dat is dezelfde als waar je hier over predikt, al geloof ik zelf niet in Hem.’ Ik was geroerd. Het Evangelie begon vrucht te dragen, ook in de harten van stadsdeelbestuurders, al is dat dan in hun geval (nog) niet door het aannemen van Jezus als Redder en Heer.
Ik realiseerde me dat er een Bijbelverhaal is wat spreekt over de zaaier, die zaait op rotsachtige grond, op plekken waar onkruid is, op een verharde weg en ook in goede grond. Dat laatste, dat wil ik graag als het gaat om het Evangelie van Jezus. Echter: soms is er nauwelijks kans om te zaaien; dan moet er eerst onkruid gewied worden en moeten er stenen geruimd worden. En vogels verjaagd worden. Zodat op een later moment het onvervalste Evangelie kan klinken, wat vrucht zal dragen.”





