Frits Rouvoet groeide op in een middenstandsgezin waar hard werken belangrijk was. Zijn vader had een eigen delicatessezaak die zes dagen open was. Het was een keurige christelijk gereformeerde familie, maar toen Frits Rouvoet de weg naar de fruitautomaat, ook wel ‘de gokautomaat’, had gevonden, vloog hij toch een beetje uit de bocht. “Ik begon te stelen van mijn baas, heel stom!” Ondanks deze fout, zag hij later toch in dat het hem hielp als vaderfiguur op de Wallen in Amsterdam.
In het gezin van Frits draaide het om hard werken en niet zeuren. Ze begonnen hun werkdagen vroeg en waren laat klaar. “We hadden het goed thuis. Ik weet nog dat we via de winkel meestal onze eigen groenten hadden. Dan moesten we zelf de sperziebonen afhalen. Ik heb veel meegekregen.”
Op zondag gingen ze naar de christelijk-gereformeerde kerk. Frits vond dat leuk. Echter stelde hij wel graag lastige vragen op de catechisatie of de jeugdvereniging. Al op jonge leeftijd wilde hij bijvoorbeeld weten waarom er geen gebedsgenezing plaatsvond in hun kerk, of waarom de zieken niet met olie gezalfd werden. De dominee gaf standaardantwoorden, zoals dat genezing niet voor deze tijd was. Frits kon weinig met deze reactie. Uiteindelijk deed Frits wel belijdenis, maar uitdrukkelijk wilde hij dat niet doen op ‘de leer van de kerk’. “Ik geloof niet in ‘de enige ware kerk’. Ik zei dat ik geen antwoord zou geven als ik de leer van de kerk moest onderstrepen.”
Echtheid
Evangelisatiewerk, campingwerk, kinderwerk, Frits deed het allemaal. Via dat werk, verbreedde zijn wereld zich ook. Hij kwam bijvoorbeeld met mensen in contact uit de Pinkstergemeente en kwam ook met Jeugd met een Opdracht in aanraking. “Ik ben eens naar een dienst geweest waar Floyd Mc Clung sprak. Ik moest wennen aan al die handen in de lucht tijdens het zingen, maar ik voelde wel de echtheid die er was. Ik ontdekte dat er ’meer’ is en zo veranderde mijn leven. Ik heb me uiteindelijk laten dopen en ik ben gedoopt met de Heilige Geest. Een levensveranderende periode.”
Het leven van Frits ging door en toen hij voor stichting Bright Fame vrouwen uit de prostitutie hielp, stond hij eens in het Reformatorisch Dagblad om over zijn leven te vertellen. Onder andere over zijn evangelische inslag. Later kwam hij de dominee weer tegen waar hij in zijn jeugd mee discussieerde. Dominee Maris heette hij. Die had het artikel gelezen. “Hij zei: ‘Frits, je bent gaan doen waar je vroeger voor stond. Je bent kritisch, maar opbouwend kritisch.’ Dat vond ik heel mooie woorden.
Tegelijkertijd ontdekte ik dat de tradities en liturgie die me tegenstonden in de christelijke gereformeerde kerken net zo goed in het evangelische wereldje bestonden. Achteraf gezien ben ik dan ook blij met mijn opvoeding. Ik had vragen, maar ik kon ze wel kwijt.”
Gokken
Desondanks kreeg de nette Frits Rouvoet die zijn dominee graag de maat nam ook een besef van zijn eigen feilbaarheid, toen hij een gokverslaving opdeed. Hij had een leuke baan als filiaalbeheerder, totdat hij eens met kleingeld rondliep en dat in de fruitautomaat besloot te doen. Een liefde voor het spelletje groeide al snel uit in een verslaving. Frits ging steeds meer gokken en begon te liegen om niet betrapt te worden in het gokken. Ook zag hij zijn geld opgaan. “Je weet dat je verkeerd bezig bent, maar op een gegeven moment ben je zo ver weg, dat het nog moeilijk op te lossen is.

Het aparte was dat ik nog steeds evangelisatiewerk deed en naar de kerk ging, maar ondertussen begon ik te stelen van mijn baas uit de kassa. Mijn geld was namelijk op. Ik zag mezelf de afgrond in gaan. Heel moeilijk! Uiteindelijk ben ik betrapt omdat er een te groot kasverschil was. De bedragen klopten niet meer. Mijn baas ontsloeg me op staande voet. Echt boos was hij niet, ik denk dat hij dit soort gesprekken wel gewend was. Ik zat in de avond te huilen in mijn bed, je schaamt je kapot. Gelukkig stopte het gokken hiermee per direct.”
Ontslagen
Achteraf gezien hielp deze gebeurtenis Frits in zijn werk op de Wallen in Amsterdam. Veel sekswerkers schamen zich en voelen zich slecht, bijvoorbeeld tegenover Frits Rouvoet. “Ik vertel hen dat ik geen haar beter ben en dat ik ook stomme dingen heb gedaan. Ik ben zelfs ontslagen geweest omdat ik geld van mijn baas heb gestolen. Dat geeft aanknopingspunten. Joh, die hulpverleners die allemaal zo perfect over proberen te komen, hoe kan een sekswerker zich openstellen naar hen? We moeten niet zo vanuit de hoogte doen.”
Frits heeft in zijn leven een aantal banen gehad, bijvoorbeeld als medewerker bij de BCC. Een keer kreeg hij teveel uitbetaald. Toen ging hij naar zijn baas en zei: ‘Ik heb hier geen recht op.’ De directeur vond het zo eerlijk, dat hij het geld mocht houden. Hij heeft ook nog fulltime in de kerk Berea gewerkt. Nu heeft hij zijn eigen stichting, Bright Fame waar hij al bijna twintig jaar aan werkt. Soms is hij tot middernacht op straat. Dat is weleens pittig. “Maar waarom moet alles leuk zijn? Ik denk dat Paulus en Petrus hun bediening ook niet altijd leuk vonden, het is ook niet zo lekker afgelopen.”
Meer over Bright Fame: Brightfame.nl





