Om 5 uur ’s ochtends gaat mijn telefoon. Mijn moeder belt. “Miran, ik voel me niet zo lekker, kun je even komen?”“Tuurlijk mam, ik kom eraan.” Gelukkig wonen we dichtbij, dus mijn man en ik waren er al om 5.10 uur. Ze zag er vermoeid uit, maar kon niet goed uitleggen wat er aan de hand was. “Moet ik de ambulance bellen?”, vroeg ik. “Nee, dat is niet nodig,” zei ze. We zetten een kopje thee en legden haar in een slaappositie op de stoel. Samen baden we krachtig voor rust, genezing en bescherming. Terwijl we baden, viel ze in slaap. Ik keek naar haar en mijn hart stroomde over van liefde. Ze zag er zo lief uit, maar ergens maakte ik me zorgen.
Een dag vol signalen
Rond 9 uur haalde ik haar weer op voor een afspraak bij de cardioloog. Ze kreeg een kastje mee om haar hartritme te controleren. Na het bezoek was ze uitgeput en wilde ze bij mij thuis op de bank liggen. Ik zette worshipmuziek op en ze viel weer in slaap. Maar ook in haar slaap was ze onrustig en kreunde ze van de pijn. Ik pakte haar hand en bad opnieuw: voor rust, vrede en de nabijheid van onze Hemelse Vader. Toen ze wakker schrok, klaagde ze over pijn aan haar kaken. Gezien haar hartverleden vertrouwde ik het niet. Ik belde de huisarts. Die liet meteen iemand bloed prikken en gaf aan de uitslag nog dezelfde dag te willen ontvangen. Iets in mij zei dat dit belangrijk was.

“Niet opgeven!”
Om 16.00 uur belde ik naar de huisartsenpraktijk. Geen uitslag. Om 16.45 uur weer gebeld. Nog niets. Om 16.55 uur: nog steeds niets. De assistente vroeg me de volgende ochtend terug te bellen. Maar ik hoorde de Heilige Geest heel duidelijk: Niet opgeven! Om 17.30 uur belde ik de spoeddienst. Ook daar geen uitslag. Ze vroegen of ik de volgende ochtend terug wilde bellen. Toch bleef het gevoel knagen: Blijf bellen! Om 19.30 uur belde ik opnieuw. Ik verontschuldigde me: “Sorry dat ik zo vaak bel, maar ik wil die uitslag graag weten.” De assistente was begripvol en zei dat ze me zou terugbellen zodra er iets binnenkwam. Om 19.50 uur werd ik gebeld: “Kan uw moeder zo snel mogelijk naar het ziekenhuis komen?”
Aankomst op de spoedeisende hulp
Mijn moeder zat achterin de auto, benauwd, ziek, moe. Ik fluisterde in het oor van mijn man: “Geef maar wat gas erbij.” In het ziekenhuis werd ze direct opgenomen. Bloed werd geprikt, een hartfilmpje gemaakt. Mijn dochter en ik zaten aan haar bed. Ik las Psalm 91 voor. Mijn moeder had haar ogen afwisselend open en dicht.
Chaos en een wonder
Plotseling zag ik haar ogen wegdraaien en haar handen beginnen te schudden. Ik gilde: “Help! Het gaat niet goed hier!” Mijn dochter rende naar de gang en begon wanhopig te bidden: “Nee God, dit kan niet waar zijn! Het is haar tijd nog niet!” Wat volgde was complete chaos – maar met orde. Verplegers gaven elkaar bevelen: “Haal de reanimatiekar! Geef medicatie!” Ik zat op mijn knieën, verdoofd, achter het bed terwijl mijn moeder gereanimeerd werd. Een verpleegkundige duwde ritmisch op haar borst, een ander kneep in de beademingsballon. Wat ik toen zag, zal ik nooit vergeten.
Gebed in crisistijd
Ik kon niets anders dan bidden. “Heer, als het haar tijd nog niet is, doe dan alstublieft een wonder. Laat Uw grootheid zien.” Vier minuten bad ik, smeekte ik. Alles in mij riep om genade. Mijn dochter was ontroostbaar. Mijn man kwam binnen en wist niet wat hij zag. Hij pakte onze handen en bad met ons het Onze Vader. Toen we de woorden uitspraken: Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede, hoorden we ineens: “We hebben haar terug!”
“Dank U, Jezus!”
Ik viel bijna flauw van emotie. Ze was terug. Jezus had haar gered. Ik schreeuwde: “Dank U Jezus! Dank U Jezus!” Mijn geloof werd in één klap een miljoen keer sterker. Jezus stond naast me – dat voelde ik met alles in mij.
Naar het Erasmus MC
Mijn moeder werd overgebracht naar de traumakamer. Daar stonden wel twaalf mensen om haar heen. Ze werd klaargemaakt voor een rit naar het Erasmus MC voor het plaatsen van stents. Ik bleef aan haar zijde. In haar oor fluisterde ik: “Hou Jezus heel dichtbij, mam.” En zij fluisterde: “Jezus helpt me.” God had alles geleid. Alles. Hij verhoorde onze gebeden en gebruikte artsen en verpleging als Zijn instrumenten.
Herstel en verwarring
De operatie slaagde. Die nacht werd ze overgeplaatst naar een ander ziekenhuis, waar ze drie weken lag. Ik was elke dag bij haar. Twee nachten sliep ik in het ziekenhuis omdat ze een delier kreeg van de oxycodon. Ze was in de war en zag hallucinaties: slangen, torren, leeuwen. Het was heftig. Maar in die periode ervoer ik Filippenzen 4:13: Alle dingen zijn mogelijk door Christus, Die mij kracht geeft. Ik verzorgde haar, las de Bijbel voor, hield haar hand vast. Mijn man en dochter stonden ook klaar. Wat een gezinsband werd er gesmeed in deze tijd.
“Ik ging weer terug”
Toen de medicatie werd afgebouwd, kwam ze beetje bij beetje weer terug. We hadden mooie gesprekken. Ze herinnerde zich niets van wat er gebeurd was. Op een dag zei ze: “Ja, daar was ik naar op weg, maar ik ging weer terug.” Alsof ze even op weg was naar de hemel… Die woorden raakten me diep. Wat een bevestiging dat ze bij Jezus hoort. Ik huilde van geluk. Ze keek me aan en zei: “Ik hou van jou, dat weet je wel hè?”
Terug naar huis
Na drie weken mocht ze naar huis. Ik ben nog steeds elke dag bij haar. We koken, zorgen voor haar medicatie. En nu de rust is wedergekeerd, besef ik pas echt wat er is gebeurd. God is in controle. Altijd. Hij heeft het laatste woord. Wat er ook gebeurt: het is goed, want Hij is daar.
Miranda Kleijweg-de Groote, 56 jaar, moeder van 2 kinderen, getrouwd met Ard.
Meer blogs over de getuigenissen over wat Jezus in haar leven heeft gedaan vind je op: www.mirandadegroote.nl





