Laleh Saati (46) is afgelopen maand onder voorwaarden vrijgelaten uit de beruchte Evin-gevangenis in Iran. Ze zat vijftien maanden uit van een tweejarige vonnis wegens “handelen tegen de nationale veiligheid”. Ze kreeg ook een reisverbod van twee jaar opgelegd. Ze mag geen contact onderhouden met de media en contacten buiten Iran.
De Iraanse moslima Laleh Saati werd christen en liet zich in 2017 in Maleisië dopen. Laleh was in Maleisië om daar asiel aan te vragen, maar na een lange periode van wachten, ging ze gefrustreerd terug naar Iran. Op 13 februari 2024 werd ze daar gearresteerd in het huis van haar vader in Teheran.
Laleh werd direct naar de Evin-gevangenis gebracht, waar ze ongeveer drie weken werd ondervraagd. Tijdens haar verhoor werden foto’s en video’s van haar christelijke activiteiten en doop in Maleisië getoond als bewijs van haar misdaad. Na de ondervragingen werd ze overgebracht naar de vrouwenafdeling van de gevangenis.
Misdaad
De rechter van het Revolutionaire Hof van Teheran die de rechtszitting van Lelah leidde, vroeg haar waarom ze het risico had genomen terug te keren naar Iran, terwijl ze mee had gedaan aan christelijke activiteiten in Maleisië. Uiteindelijk werd ze op 25 maart 2024 veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf én een tweejarig reisverbod vanwege “het handelen tegen de nationale veiligheid door banden te onderhouden met een zionistische christelijke organisatie”. De overheid ziet de bekering van moslims naar christenen als een misdaad tegen de nationale veiligheid. Ook is het christendom volgens Iran een poging van westerse landen om de islam en het islamitische Iraanse regime te ondermijnen.
Iran staat op de negende plaats van de Ranglijst Christenvervolging van Open Doors. Arrestaties van christenen komen er veelvuldig voor en regelmatig belanden gelovigen in de gevangenis. Langere celstraffen komen ook voor, evenals zweepslagen of verbanning naar uithoeken van Iran waar het leven zwaar is. Ook zijn er christenen die de doodstraf opgelegd krijgen vanwege hun geloof.




