Naar schatting zijn er wereldwijd meer dan een miljoen christenen en de snelgroeiende Iraanse kerk was de vermoorde ayatollah Ali Khamenei een doorn in het oog. Het verzwakte het regime namelijk van binnenuit. “Khamenei zag christenen als misleiders van moslims. Hij voelde zich door God geroepen om ons werk uit te schakelen”, zegt Farshid Seyed Mehdi, Iraanse voorganger uit Almere. De groeiende kerk heeft veel veranderd in het streng islamitische land. Volgens het Cato Institute behoort Iran tot “een van de heftigste vervolgers van religieuze vrijheid” (Cato Institute, Iran’s Brutal Religious Persecutions). Het rapport beschrijft hoe vooral christenen met een moslimachtergrond doelwit zijn van de staat. Wat is de impact van deze groeiende kerken?
Bekering van de islam wordt niet slechts gezien als een persoonlijke geloofskeuze, maar als een bedreiging van de nationale veiligheid. Het regime vereist namelijk dat iedereen islamitisch is. Huiskerken worden binnengevallen, voorgangers gearresteerd en gelovigen onder druk gezet om hun geloof af te zweren. In een systeem waarin religie en staat samenvallen, wordt geloofsafval automatisch politiek verzet.
“Een spirituele revolutie”
Tegenover de repressie staat opvallende groei. Global Christian Relief spreekt in een recent rapport over “a spiritual revolution in Iran”. Kerkleiders in Iran schatten dat er inmiddels “rond een miljoen bekeerlingen” zijn in het land (Global Christian Relief, A Spiritual Revolution in Iran).
De groei vindt grotendeels plaats in huiskerken, ondergronds en relationeel georganiseerd. Kleine gemeenschappen die samenkomen in woonkamers. Juist die onzichtbaarheid maakt de beweging moeilijk controleerbaar voor de staat. Volgens het rapport maken veel Iraniërs een scherp onderscheid tussen God en het regime. De teleurstelling in de islamitische republiek heeft niet geleid tot massale secularisatie alleen, maar ook tot een hernieuwde zoektocht naar geloof buiten de islam
De dood van Khamenei: een systeem zonder gezicht
Met het overlijden van Khamenei verliest het regime zijn religieuze boegbeeld. Hij was niet alleen staatshoofd, maar “Supreme Leader” – ultieme theologische autoriteit.
Het systeem staat formeel nog overeind, gedragen door de Revolutionaire Garde (IRGC), de Basij-milities en een strak veiligheidsapparaat. Maar de vraag naar opvolging legt interne spanningen bloot. Een theocratie zonder onbetwiste geestelijke leider heeft geen gezag. Het regime ziet de bekeringsgolf naar het christendom als iets bedreigends.
Illustratie uit Nederland: meer dan 400 dopelingen
De impact is zichtbaar in de diaspora. Revive.nl berichtte eerder over de Iraanse pastor Mahmud Khamseh uit Hengelo, die “meer dan 500 Iraanse ex-moslims” doopte. In het artikel wordt beschreven hoe zijn eigen leven veranderde door een ontmoeting met Jezus, waarna hij zich inzette voor andere Iraniërs. De doopdiensten zijn onderdeel van een bredere beweging onder Iraanse vluchtelingen en migranten in Europa.
Pastor Mahmud vertelt: “Ik was communist. Door de streng islamitische regering van Iran was ik helemaal klaar met het geloof. Totdat ik op een avond Jezus heb ontmoet.”
Wonderlijke dingen
Mahmud vertelt hoe hij met zijn vrouw in de rechtbank zat voor een verblijfsvergunning. Toen de stress flink opliep, zei hij uit het niets: ‘Jezus, help ons.’ Mahmud vertelt dat de rechter steeds naast hem keek, naar een stoel die leeg was. “Ik wist dat Jezus naast ons zat, daar keek de rechter steeds naar.”
Normaal gesproken zou de procedure lang duren, maar na een aantal weken kregen ze al antwoord: ze mochten in Nederland blijven.
Intussen is Mahmud zelfs pastor geworden van een Iraanse kerk in Hengelo. Daar doet God hele wonderlijke dingen. Ex-moslims vinden Jezus. “We hebben al 300 tot 400 mensen gedoopt!”




