Op 18 april organiseren Jonathan Nolan en ds. David ten Voorde een DMM-conferentie in Veenendaal, waarin zij kerken en gelovigen oproepen tot een fundamentele heroriëntatie op discipelschap. Jonathan is spreker, samen met Kevin Wiegelt, en David is organisator. In een gesprek vooraf maken David en Jonathan duidelijk waar het volgens hen misgaat: discipelschap is losgeraakt van gehoorzaamheid en vermenigvuldiging — en daarmee van de kern van de opdracht van Jezus. Wat resteert, zeggen zij, is vaak een vorm van christen-zijn die vooral bestaat uit luisteren, maar nauwelijks uit doen of doorgeven.
In aanloop naar de conferentie spreken we met hen over een aantal misvattingen rondom discipelen maken– en waarom het tijd is voor een vernieuwde focus.
“We zijn discipelschap kwijtgeraakt”
“Als je eerlijk kijkt,” zegt Nolan, christelijke spreker, trainer en International Business Director bij All Nations Nederland “is discipelschap in veel kerken losgeraakt van gehoorzaamheid en vermenigvuldiging – en daarmee van de kern van de opdracht van Jezus Christus.”
“Wat overblijft is een vorm van christen-zijn die vooral draait om luisteren,” vult Ten Voorde aan, “maar nauwelijks om doen of doorgeven.”
Volgens Nolan begint de opdracht om discipelen te maken niet pas in het Nieuwe Testament. “Al in Genesis geeft God de mens de opdracht om zich te vermenigvuldigen. Dat principe loopt door de hele Bijbel heen.” In Mattheüs 28:19 wordt dat door Jezus concreet aangehaald: ‘maak discipelen en leer hen alles te onderhouden wat Ik jullie geboden heb’.
“Daar zit precies de crux,” zegt Nolan. “Het gaat niet alleen om horen, maar om gehoorzamen. Wij hebben ‘leren’ vaak ingevuld als kennisoverdracht, terwijl het in de tekst gaat om doen.”
Van kennis naar gehoorzaamheid
Dat ziet Nolan wereldwijd terug.
“Mensen volgen cursussen, luisteren naar preken, maar de vraag is: doen we wat Jezus zegt?”
Volgens hem ontstaat echte vrucht pas wanneer gehoorzaamheid centraal staat. “Je kunt veel weten, maar als je er niet naar handelt, verandert er niets – en ontstaat er ook geen vermenigvuldiging.”
Die nadruk op doen is volgens beiden onlosmakelijk verbonden met vermenigvuldiging. “Alles wat leeft, vermenigvuldigt zich,” zegt Nolan. “Dat zie je in de schepping, dat zie je biologisch, en dat zie je ook geestelijk. Als iets niet vermenigvuldigt, sterft het uiteindelijk.”
“Vanaf het moment dat Jezus mensen roept, zegt Hij: ‘Ik zal jullie vissers van mensen maken’, vult Ten Voorde aan. “Discipel zijn en discipelen maken horen bij elkaar. Het is geen volgende stap – het is één geheel, vanaf het begin.”
“Investeer in mensen die het echt doen”
In zijn eigen werk, verspreid over tien landen, werkt Nolan met lokale leiders die discipelen maken en nieuwe initiatieven starten, soms ook in zakelijke context. Zijn aanpak is daarbij doelbewust selectief.
“Ik investeer niet in potentie, maar in bewezen trouw. Jezus deed dat ook. Hij had duizenden mensen om Zich heen, maar Hij investeerde het meest in twaalf discipelen die Hem daadwerkelijk volgden. Na een training kijken we: wie gaat het toepassen? Wie komt terug met vrucht? Dáár gaan we verder mee.”Hij noemt dat ook een kwestie van trouw binnen je ‘oikos’ – je directe omgeving. “Is iemand trouw? Doet hij wat hij heeft geleerd? Dat is de basis.”
Ten Voorde verwijst naar 2 Timotheüs 2:2 als blauwdruk van discipelschap. “Paulus zegt daar: wat je van mij hebt gehoord, vertrouw dat toe aan betrouwbare mensen, die op hun beurt weer anderen kunnen onderwijzen. Je ziet daar vier generaties in één vers.”
Nolan merkt op dat als je de moeder en grootmoeder van Timothëus meerekent in het hoofdstuk daarvoor (2 Timotheüs 1:5), het nog meer generaties zijn. “Dat is hoe discipelschap werkt: het wordt doorgegeven van generatie op generatie.”
Paulus’ oproep is helder: “Stop je meeste tijd in discipelen die het echt doen.”
Horen, doen én doorgeven
Volgens Nolan ontstaat vermenigvuldiging alleen wanneer drie aspecten samenkomen:
- horen
- doen
- doorgeven
“Veel mensen blijven steken bij horen,” zegt hij. “Sommigen gaan een stap verder en doen. Maar pas als iemand het ook doorgeeft, zie je echte vermenigvuldiging.”
Hij verbindt dat ook aan de bekende gelijkenis van de zaaier. “Jezus spreekt over verschillende soorten grond. Alleen waar het zaad wordt gehoord, begrepen en vrucht draagt, ontstaat vermenigvuldiging. Daar zie je het patroon: horen, begrijpen, doen – en dan vrucht dragen.”
Terug naar het model van Jezus
“We zijn gewend geraakt aan een model waarin mensen naar de kerk komen,” zegt Nolan. “Maar als je naar Jezus kijkt, zie je het tegenovergestelde: Hij ging juist naar de mensen toe. Hij kwam in huizen – in hun dagelijks leven.”
Hij verwijst naar Lukas 10, waar Jezus zijn discipelen uitstuurt met de opdracht om een ‘persoon van vrede’ te vinden en daar te blijven. “Dat betekent: Begin bij mensen die openstaan. Blijf daar. Vanuit relaties groeit het. Niet door mensen naar een gebouw te trekken, maar door aanwezig te zijn in hun omgeving.”
Ten Voorde vult aan en noemt Lukas 15, waar Jezus spreekt over drie verloren zaken. “De herder gaat op zoek naar het verdwaalde schaap, de vrouw zoekt de munt die is kwijtgeraakt. Maar bij de verloren zoon zie je dat niemand op zoek gaat. Dat is een appèl aan de Farizeeën en Schriftgeleerden die ook staan te luisteren: jullie moeten op zoek gaan naar verloren mensen – zondaars en tollenaars.”
Volgens hem is dat ook de roeping van leiders vandaag. “Voorgangers en herders moeten samen met hun gemeenteleden eropuit gaan. Niet blijven binnen de veilige structuren, maar zoeken naar mensen die Jezus nog niet kennen.”
Gods Koninkrijk is een beweging
Nolan verbindt dit zoeken met het karakter van Koninkrijk van God. “Jezus komt Gods Koninkrijk brengen – en dat breidt zich uit, volgens Jesaja 9:6.
Het is per definitie groeiend, uitbreidend, in beweging. Het gaat naar mensen toe, met liefde, met genezing, met kracht. Het is nooit statisch – Gods Koninkrijk is een beweging onder mensen.”
Die beweging vraagt volgens hen ook om een andere kijk op wat ‘kerk’ is. “We denken vaak aan een samenkomst op één plek,” zegt Nolan. “Maar in het Nieuwe Testament zie je netwerken van huiskerken of microkerken, verbonden met elkaar.” Hij verwijst naar Romeinen 16, waar Paulus verschillende huisgemeenten groet die samen de kerk vormen.
“De kerk is een ekklesia – het Griekse woord voor ‘gemeente’. Dat is een kleine groep mensen die bij elkaar komt. Dat hoeft niet per se in een bepaald gebouw. De kerk is relationeel. Jezus bouwt zijn kerk niet met stenen, maar ten diepste met mensen.”
“De kerk is een groep mensen die toegewijd is om Jezus lief te hebben en te gehoorzamen. Op deze manier wordt Gods Koninkrijk zichtbaar.”
Leiders die verantwoording afleggen
Nolan vervolgt: “Omdat relaties juist centraal staan in de kerk, speelt leiderschap een cruciale rol. Maar dit is tegelijk ook een kwetsbaar punt. Vaak willen leiders zich niet echt verbinden met anderen. Er is weinig ruimte voor verantwoording afleggen. Waar geen verantwoording is, is geen correctie.” Hij benadrukt dat discipelschap per definitie relationeel is. “Het is nooit solo-christendom. Discipelschap kan niet zonder relaties en gezonde vormen van openheid en verantwoording afleggen.”
In Handelingen ziet hij een model van verbonden leiderschap. “Er zijn meerdere oudsten, opzieners en apostolische bedieningen die rondtrekken. Er is structuur, maar altijd in relatie.” Problemen ontstaan volgens hem niet door de grootte van een groep, maar door het ontbreken van accountability – verantwoording afleggen aan elkaar. “Dat zie je net zo goed in traditionele kerken als in kleine groepen.”
Geef discipelmakers de ruimte
Voor leiders van bestaande kerken die naar de conferentie komen, adviseren Nolan en Ten Voorde niet om radicaal het roer om te gooien. “Je moet een kerk niet ineens ombouwen,” zegt Ten Voorde. “Dat is alsof je een voetbalclub vraagt om te gaan hockeyen. Dat werkt gewoon niet.”
Maar je kunt naast de bestaande gemeente, wel intentioneel kiezen voor een parallelle beweging.
Nolan pleit voor het vrijzetten van een kleine groep. “Geef mensen ruimte om getraind te worden in het starten van eenvoudige, missionaire gemeenschappen. Laat hen bidden voor hun omgeving, zieken dienen, getuigen, en discipelen maken. Geef discipelmakers de ruimte. Erken, zegen, bemoedig hen en help hen waar je kunt.”
Volgens Nolan vraagt dat ook om loslaten van controle. “Laat hen dopen, laat hen samenkomen, laat hen verantwoordelijkheid nemen. Dáár zit vaak de spanning – maar ook de groei.” Hij erkent dat die omslag niet eenvoudig is. “Het vraagt omdenken. Het betekent bepaalde dingen afleren en opnieuw leren.” In Nederland staat deze benadering volgens hem nog in de beginfase. “Maar we zien dat het nodig is.”
“We zien dat door DMM (Disciple Making Movements) de kerk wereldwijd groeit”, zegt Ten Voorde. Een bemoedigend voorbeeld daarvan is de documentaire ‘Ordinary People’(link). Onder andere in Oost-Afrika ontstaan er bewegingen van discipelen en worden er veel microkerken geplant. Daarnaast laat de documentaire ook opstartende bewegingen van discipelmakers in het Westen zien. Door gewone gelovigen breidt God zijn Koninkrijk uit.”
Meer weten?
Wil je ontdekken wat God vandaag doet in andere landen en hoe jij zelf discipelmaker kunt worden?
Kom dan naar de Disciple Making Movements-conferentie (DMM) op 18 april in Veenendaal.
Sprekers:
- Jonathan Nolan – trainer van ondernemers en leiders die in hun werk discipelmakers willen zijn.
- Kevin Wiegelt – trainer en coach van discipelmakers in Europa en andere landen
Meer info: https://eventsforchrist.nl/evenement/movements-conferentie-2026
Stichting: disciplemaking.nl





