Hoewel de meerderheid van de Nederlanders niet gelovig is, ligt dat bij het Nederlands Elftal anders. In zowel het eerste als in de jeugdteams, is de meerderheid christelijk. Religie kan topsporters inderdaad helpen, blijkt uit studies, schrijft de NOS. “Sporters die gelovig zijn en bidden, ervaren meer rust”, vertelt Mariecke van den Berg, theoloog aan de VU Amsterdam en de Radboud Universiteit. “Ze kunnen beter omgaan met blessures, voelen minder stress en zijn minder snel geneigd doping te gebruiken.”
Hoe komt het dat zoveel spelers geloven? “Een aantal spelers heeft een migratieachtergrond”, zegt Van den Berg. “En migrantenkerken zijn juist de kerken die het goed doen. Die zijn levendig, ze groeien. Een vitaal deel van het Nederlands christendom.”
En, vertelt de hoogleraar, hier en daar zie je een opleving. “We zien een bredere trend van terugkering of bekering. Je ziet steeds meer berichten over groeiende kerken, jongeren die oosters-orthodox worden, het is aan het omkeren.”
Houvast
Dat houvast is hard nodig, stelt Sarpong. “Uit de persoonlijke boodschappen die worden gedeeld, merken we dat er hoge nood is. Veel spelers hebben het mentaal zwaar.”
Bijbelstudies kunnen therapeutische sessies bij een sportpsycholoog niet vervangen, benadrukt Sarpong. Maar: “Ik ben van mening dat God altijd je basis moet zijn. Van daaruit geloof ik dat je mentaal stappen zult maken.”
Dat de passie om te bidden ook kan overslaan op de trainer, bleek na de wedstrijd van Nederland tegen Hongarije, afgelopen weekend. De Hongaarse assistent-bondscoach Ádám Szalai, die zaterdagavond naar het ziekenhuis werd gebracht tijdens het duel met Oranje (4-0), kreeg te maken met een epileptische aanval. Bondscoach Ronald Koeman besloot te bidden. Hij vertelt tijdens de persconferentie: “Natuurlijk bid je voor die persoon dat het goed afloopt. Uiteindelijk bleek het zo te zijn.”





