Tijdens een recente uitzending van Hour of Power vertelde Mariam Emers-Atya openhartig over haar weg van de islam naar het christelijk geloof. Geboren in Mekka, opgegroeid met de Koran en jarenlang gekleed in een boerka, noemt zij haar bekering tot Jezus Christus een radicale, maar bevrijdende keuze. “Uiteindelijk was Jezus mijn vaste grond,” zegt ze in de uitzending.
Opgegroeid in Mekka
Mariam werd geboren in Mekka, de stad waar jaarlijks miljoenen moslims naartoe reizen voor de hadj. Zelf herinnert ze zich weinig van haar tijd daar; ze was nog jong toen haar familie uit Algerije naar Saoedi-Arabië vluchtte en later naar Nederland kwam. Haar ouders wilden het islamitische geloof verdiepen, maar konden in Saoedi-Arabië niet blijven omdat zij geen werkvergunning kregen.
In haar jeugd werd het geloof volgens eigen zeggen “ingestampt”. Ze hield zich strikt aan de regels: niet drinken, geen feestjes, bidden, vasten. De islam bood haar houvast, vooral in de vraag wat er na de dood zou gebeuren. “Op dat moment gaf het me zekerheid,” vertelt ze. Tegelijk groeiden er vragen. “Mijn hart werd niet vervuld. Ik ontving die liefde gewoon niet.”
Leven in een boerka
Als tiener koos Mariam ervoor een boerka te dragen. Ze deed dat uit overtuiging. In haar interpretatie van de Koran was volledige bedekking de juiste manier voor een vrouw om zich te kleden. “Ik wilde het graag dragen,” zegt ze. “Het werd geadviseerd, en ik dacht dat dit het beste was.”
Op school leidde dat tot reacties. Ze werd uitgescholden en buitengesloten. Toch bleef ze vastberaden. “Ik was zo overtuigd dat ik dacht: wat er ook gebeurt, ik blijf hem dragen.”
Later gaf ze zelf les aan kinderen in de moskee. Met behulp van lesmateriaal vanuit de moskee onderwees ze hen in de Koran, de Arabische taal en het leven van de profeet Mohammed. “Volgens het lesmateriaal was hij heel aardig en lief,” zegt ze. “Nu denk ik daar anders over.”
Twijfel die niet mocht
Rond haar negentiende begon de twijfel. In de islam, zegt Mariam, is ruimte voor twijfel beperkt. “Je mag niet twijfelen. Dat vond ik altijd moeilijk.” Toch kon ze de innerlijke vragen niet negeren, vooral als het ging om de omgang met andersgelovigen in islamitische landen. “Dat dubbele kon ik niet accepteren.”
Ze besloot haar geloof opnieuw te onderzoeken, aanvankelijk met de intentie om de islam beter te begrijpen, niet om christen te worden. Ze stopte met bidden, legde haar hoofddoek af en begon opnieuw te studeren. Die periode noemt ze “chaos”. Ze verloor relaties en werd gezien als afvallige. “Je raakt niet alleen jezelf kwijt, maar ook je familie en vrienden.”
Inmiddels was ze getrouwd in een islamitisch huwelijk en moeder van een dochter. Kort na haar huwelijk volgde een scheiding. Ze beschrijft het huwelijk als een relatie waarin gehoorzaamheid centraal stond, maar waarin zij liefde en genade miste.
Ontmoeting met christenen
In haar zoektocht ontmoette Mariam een christelijke vrouw die haar adviseerde te bidden. “Vraag gewoon wat je nodig hebt,” kreeg ze te horen. Mariam wist niet tot wie ze moest bidden, maar het gesprek maakte indruk. Later kreeg ze op haar werk een christelijke leidinggevende die openlijk sprak over Jezus. “Je zag warmte, liefde. Dat raakte me.”
Een worshiplied dat zij toegestuurd kreeg, over een toekomst zonder angst, bleef hangen. Ze begon de Bijbel te lezen, aanvankelijk zonder te weten hoe. Via online contacten kwam ze in contact met iemand die wekelijks met haar de Schrift doornam. “Dat was zo waardevol.”
Een droom over Jezus
Het beslissende moment kwam in een droom. Mariam beschrijft hoe ze in haar woning door het kijkgaatje van de deur keek en een beeld zag van chaos, ambulances en pijn. Toen voelde ze een warmte en zag ze een fel licht. “Ik kon het gezicht niet zien, maar ik wist dat het Jezus was.” In de droom legde Hij zijn hand op haar en zei: “Het is voorbij. Ik ben er en ik ga voor je zorgen.”
Voor haar was dat het keerpunt. “Toen dacht ik: oké, dan. Ik neem Hem aan als mijn Redder.”
De liefde die ze daarna ervoer, noemt ze overweldigend. “Ik kende dat niet. Niet als jong meisje, niet als tiener, niet als volwassene.” Het christelijk geloof bracht haar naar eigen zeggen houvast, identiteit en zelfwaarde. “Ik leer mezelf lief te hebben. Ik leer anderen lief te hebben.”
Alles verloren – nieuw leven gevonden
De overstap had consequenties. Op haar werk, waar ze met migranten werkte, werd ze uitgescholden omdat ze haar hoofddoek niet meer droeg. Toch zegt ze dat ze uiteindelijk rust vond. Inmiddels is ze opnieuw getrouwd en moeder van drie dochters.
Haar favoriete Bijbelfiguur is Job. “Alles werd hem afgenomen,” zegt ze. “Dat herken ik.” Toch benadrukt ze dat ze vandaag “super blij” is. Als Jezus tegenover haar zou zitten, zou ze Hem vragen: “Doe ik het goed?” Maar zelf gelooft ze dat Hij haar zou antwoorden: “Je bent mijn geliefde dochter.”
Getuigenis met impact
Mariam deelt haar verhaal inmiddels publiekelijk, onder meer via Stichting Present en in televisie-uitzendingen. Een vrouw die haar nog kende uit haar islamitische periode liet weten door haar getuigenis zelf op zoek te zijn gegaan naar Jezus en zich inmiddels te hebben bekeerd.
Volgens Mariam komen er in Nederland steeds meer moslims tot geloof in Christus. Zij ziet een verband met ex-moslims die hun verhaal durven delen. “Als je je bekeert, raak je alles kwijt. Het is mooi om iemand te vinden die hetzelfde heeft meegemaakt.”
Haar droom is helder: “Dat iedereen ooit een ontmoeting zal hebben met Jezus.”
Aan het einde van het interview krijgt zij een armband met de tekst uit Jesaja 43:1: ‘Je bent zo kostbaar in mijn ogen.’Een tekst die, zo blijkt uit haar verhaal, voor haar persoonlijk werkelijkheid is geworden.




