Een brede interreligieuze coalitie heeft deze week een rechtszaak aangespannen tegen de regering van president Donald Trump wegens vermeende onevenwichtige vertegenwoordiging van geloofsgroepen in de Amerikaanse Commissie voor Godsdienstvrijheid.
De zaak is ingediend bij een federale rechtbank in New York. De klagers — onder wie organisaties van moslims, hindoes, sikhs en andere geloofsgroepen — stellen dat de commissie in praktijk vooral christelijke stemmenvertegenwoordigt, en daarmee andere religieuze gemeenschappen onvoldoende betrekt.
Volgens de aanklacht bestaat de commissie grotendeels uit leden met een christelijke achtergrond, met slechts één orthodox-joodse rabbi als uitzondering. De coalitie noemt dit een zijdelingse ‘joods-christelijke’ visie die niet representatief is ‘voor de religieuze diversiteit van de Verenigde Staten.’
De interreligieuze groepen beweren dat de commissie, die in mei vorig jaar op initiatief van Trump werd ingesteld om de regering te adviseren over godsdienstvrijheid en beleid met religieuze impact, niet voldoet aan de eisen van transparantie en evenwicht die zijn vastgelegd in de federal advisory committee-wetgeving. Volgens die regels moeten overheidsadviesorganen een brede en evenwichtige vertegenwoordiging van perspectieven waarborgen.
In een tijd dat de VS zich sterker profileert als een christelijke natie, wordt er een beroep gedaan op tolerantie en diversiteit.




