Wereldwijd is er veel commotie over de oorlog die op 7 oktober 2023 in Israël uitbrak toen terroristen vanuit Gaza Israël infiltreerden en massaslachtingen aanrichtten. Veel mediaberichtgeving erover heeft bijgedragen aan polarisatie, waardoor zelfs soms christenen zich afvragen of ze met Israël kunnen staan. God roept ons als kerk echter op om boven het politieke narratief uit te stijgen en naar Zijn beloftes voor Zijn volk en het land te kijken. Als kerk zijn we geroepen met Israël te staan op basis van Gods roeping en bestemming voor hen. Ruth Shaked woont samen met haar man al jaren in Jeruzalem en spreekt ook regelmatig in Nederlandse kerken. Zij vertelt over de directe impact die de oorlog op onder andere haar familie heeft, zodat we als christenen een beter beeld krijgen van waar het Joodse volk doorheen gaat en hoe we er voor hen kunnen zijn.
Ruth: “De oorlog duurt nu al meer dan een jaar. Ik geloof dat de grootste klap die alle Israëli’s hebben gekregen, de schok is dat ons leger er niet was. Dat is een traumatische ervaring. Je moet het zien als een gezin waar het veilig en goed is en waar na vele jaren ineens de vader er niet is, terwijl er iets heel gewelddadigs gebeurt. Dat heeft een enorme impact, omdat het niet te bevatten is dat zoiets dan zou kunnen gebeuren. Dit is de enorme mentale klap die Israël heeft gekregen op 7 oktober.
Je kunt bijna niet uitleggen wat voor impact dat heeft. Bijna alle Israëli’s hebben last van PTSS. Mensen vragen zich nog steeds af waarom het uren duurde voor het leger kwam. Sommigen proberen het weg te drukken en zeggen nu Israël terugvecht: ‘Dit is het Israël dat ik ken’. Maar als je mensen hier spreekt, merk je dat ze onder de oppervlakte nog steeds met veel vragen rondlopen.”
Verwerken
“Daarnaast hebben de Israëli’s die aan de rand van Gaza wonen, letterlijk bloed, dood en sadisme gezien. Degenen die het overleefd hebben, moeten daar ook mee leren leven. Ze moeten verwerken dat ze geliefden zijn verloren. Sommigen hebben zelfs meegemaakt dat hun halve gemeenschap is vermoord. Dat is heel heftig.
Natuurlijk proberen mensen het leven zo goed mogelijk weer op te pakken. Maar als je het vergelijkt met een verhaal in een boek, lijkt het hier voor sommige mensen wel alsof er een paar hoofdstukken zijn overgeslagen. Dat is heel hard; je zit ineens in een verhaal dat je helemaal niet meer herkent. Dit is wat oorlog doet.
Hoe moet men dat verwerken? Het volk heeft enorm veel troost nodig. Ik zeg altijd: de troost is bij de Heer. Roep uit, kijk waar je hulp vandaan komt. Hij is de Maker, Hij is onze Schepper, Hij weet wat we nodig hebben.”
Evacueren
Ruth vertelt verder over de situatie: “Veel Israëli’s moesten op of na 7 oktober ook evacueren. Mijn schoonzus die aan de grens met Libanon woont, kreeg zo ook te horen dat ze tijdelijk uit haar huis moest. Als je als Israëli hoort dat je moet evacueren, denk je aan een paar weken. Want de oorlogen van Israël hebben in het verleden altijd maar kort geduurd. Dus je pakt bij wijze van spreken tien kledingstukken en misschien wat documenten die je nodig hebt.
Maar op een gegeven moment zat mijn schoonzus al bijna twee maanden in een soort kibboets. Er hingen lakens voor het raam en het keukentje was zo klein dat je je bijna niet eens kon omdraaien. Er was geen kookplaat, dus hebben we haar een campinggasstel gebracht. Dat is een hele omschakeling als je een volledig huis hebt achtergelaten. Die omschakeling in combinatie met alle trauma van 7 oktober… Mijn schoonzus heeft echt iedere avond gehuild.
Wat dit soort dingen met mensen doet, kun je bijna niet uitleggen.”
Na twee maanden begon ze last te krijgen van depressie. Toen vond ze in de buurt van haar werk een soort airbnb waar ze voor langere tijd in mocht. Het zag er heel leuk uit en het deed haar goed. Maar er was geen schuilkelder, dus als de luchtalarmen afgingen, moest ze naar de overkant van haar straatje rennen, waar ze met allerlei anderen in een schuilkelder zat.
Dit gebeurde ook toen ze op een keer ziek was: om 7 uur ’s ochtends moest ze, ziek als ze was, toch naar de overkant van de straat vluchten om dekking te zoeken voor raketten. Wat dit soort dingen met mensen doet, kun je bijna niet uitleggen.”
Klap op klap
“Na een tijdje zijn mijn man en ik samen met haar naar haar huis gegaan om zomerkleding voor haar op te halen. Toen zagen we de impact van de raketaanvallen in haar buurt. Veel in de omgeving was verbrand. Het dorp was uitgestorven en alle tuinen waren dood. Gelukkig was haar huis nog intact.
De tweede keer dat we er met haar kwamen, ontdekten we dat er takken en bladeren op haar balkon en regenputje waren gewaaid, waardoor de boel geblokkeerd was geraakt. Daardoor was haar woonkamer vochtig geworden; overal kwam het zout tussen de voegen van de tegels. Zo krijgen mensen klap op klap op klap.
Nu de mensen in het noorden weer terug naar huis mogen, gaat mijn schoonzus iedere dag na haar werk twee uurtjes haar huis aanpakken om het weer leefbaar te maken. Ze hoopt er gauw weer te kunnen wonen. Maar er zijn ook andere verhalen – mensen wiens huis compleet weggevaagd is.”
Stress situaties
“Mijn schoonouders die beide in de tachtig zijn, wonen ook in het noorden. Tijdens de periode toen er veel raketaanvallen waren, was mijn schoonvader erg ziek en moest hij iedere week naar het ziekenhuis voor een behandeling. Hij en mijn schoonmoeder hoopten elke keer dat de sirenes niet af zouden gaan wanneer ze onderweg waren, maar ze hebben een paar keer gehad dat ze langs de weg moesten stoppen.
Op een dag waren ze net op tijd bij de ingang van een shopping mall waar ze konden schuilen en hoorden ze de impact. Bij mijn schoonmoeder ging de stress van situaties als deze op een gegeven moment in haar lichaam zitten.
Dat is bij mij ook gebeurd. Het eerste half jaar van de oorlog ging ik maar door, tot ik voelde: er is iets niet goed met mijn lichaam. Ik had pijn, maar de artsen konden niets vinden. Het bleek stress te zijn. Op een gegeven moment ben ik het toen bewust rustiger aan gaan doen.”
Kerk
“Mijn man en ik hadden toen ook al veel gedaan. Samen met anderen van onze kerk waren we van hot naar her gegaan om te helpen waar we maar konden. Een van de dingen die we hebben gedaan, is eten koken voor geëvacueerde Israëliërs. Ook hebben we boodschappen gedaan voor achtergebleven moeders met kinderen, omdat hun man was opgeroepen in het leger.
Sommigen werden zelfs tot twee keer opgeroepen; zowel naar Gaza als naar Libanon, heel heftig. Er zijn soldaten die nu echt professionele hulp nodig hebben bij het verwerken van dingen die ze hebben gezien. Veel van hen hebben het mentaal heel zwaar.
Wij als inwoners denken: onze soldaten verdedigen ons. Maar ze verdedigen ook elkaar en dat geeft een enorme band aan het front. Sommigen hebben kameraden zien omkomen, of andere ellende om hen heen zien gebeuren. En dan moeten ze meteen door. Dat is zwaar.”
Troost
“Tijdens de Gaza operation in 2014 was een neefje van mijn man in het leger en hij was een ‘eerste hulp soldaat’. Hij verloor vijf kameraden. Hij was op dat moment 19 jaar; dan moet je een keuze maken om degene die het nog kan redden te helpen, en degene van wie je ziet dat die het niet meer gaat redden, te laten liggen. Hij is naar verschillende begrafenissen geweest, dat was heel heftig. Nu wordt hij niet meer opgeroepen, omdat hij al zoveel heeft meegemaakt.”
“Als er dan in Jesaja 40:1 staat: ‘Troost, troost Mijn volk…’, dan denk ik: God wist wel wat Hij zei”, besluit Ruth. “Als mensen me vragen hoe ze voor Israël kunnen bidden, zeg ik altijd: ‘Vraag God dat er vaten met olie uit de hemel zullen worden uitgestort over dit volk. En dat ze ook zullen weten dat God Degene is van Wie die olie komt.’”
‘Troost, troost Mijn volk, zal uw God zeggen…’ (Jesaja 40:1)





