De Nederlandse pro-lifeorganisatie Schreeuw om Leven trekt naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Dit volgt op de uitspraak van Raad van State, die eerder deze week bevestigde dat burgemeesters betogingen direct bij de ingang van abortusklinieken mogen verbieden. De uitspraak maakt het mogelijk dat gemeenten betogers op enige afstand plaatsen, zolang ze binnen “zicht- en gehoorafstand” blijven.
Voor Schreeuw om Leven is de uitspraak “zuur en teleurstellend”. Volgens directeur Arthur Alderliesten maakt het de praktische uitvoering van hun missie — het “waken” en het spreken met vrouwen op kwetsbare momenten — nagenoeg onmogelijk. Zelfs een stille aanwezigheid of het aanbieden van een folder of bloem kan voortaan verboden worden wanneer de burgemeester dat wenselijk acht.
Waarom heeft deze zaak Europese betekenis?
Schreeuw om Leven wijst erop dat het EHRM eerder heeft beslist dat vreedzame, stille demonstraties ook in de nabijheid van abortusklinieken vallen onder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting en vergadering. Volgens de organisatie is dat recht nu onder druk komen te staan — doordat gemeenten op basis van vermoedens van “wanordelijkheden” eerder mogen ingrijpen.
Hun advocaat, Max Vermeij, stelt dat het aanbieden van folders of het voeren van een gesprek niet kan worden opgevat als een “verwerpelijke daad” — en dat de uitspraak van de Raad van State daarmee te ver gaat.
Wat is de juridische kern van het conflict?
In de zaak draaide het om demonstraties bij een abortus-kliniek in Groningen uit juni 2021. De burgemeester had toen bepaald dat de betogers niet op het trottoir direct voor de kliniek mochten staan — de stoep moest vrij blijven om bezoekers toegang te geven zonder confrontatie. Later werd dat besluit ondersteund door rechtbank en Raad van State.
De Raad van State concludeerde dat de gemeente bevoegd is om beperkingen op te leggen, op grond van de Wet openbare manifestaties — zonder dat het demonstratierecht daarmee “illusoir” wordt. Demonstreren blijft mogelijk, mits op afstand. Volgens de rechter is het doel (rust, bescherming van kwetsbare bezoekers) legitiem, en zijn locatiebeperkingen proportioneel.
Schreeuw om Leven betoogt dat deze beperkingen het fundament van hun werk ondermijnen — omdat de effectiviteit van hun oproep en hulp volgens hen juist afhankelijk is van nabijheid en contact.
Wat nu? Een zaak bij het Europees Hof
De organisatie kondigt aan de kwestie internationaal juridisch voort te zetten. Volgens hen gaat het om meer dan nationale wetgeving: het raakt aan fundamentele mensenrechten op vrije meningsuiting en vereniging. Ze vrezen dat zulke uitspraken precedent scheppen — niet alleen voor abortus, maar ook voor andere controversiële vormen van protest en publieke expressie.
Met steun van internationale juridische hulp — onder andere de organisatie ADF International — hoopt Schreeuw om Leven dat het EHRM oordeelt dat de Nederlandse beperkingen onrechtmatig zijn.




