Straat evangelist Timotheüs deelt regelmatig video’s van ontmoetingen op straat tijdens het verspreiden van het Evangelie. In één van die gesprekken ontmoet hij een jonge man die vertelt dat hij onlangs droomde dat hij omkwam bij een auto-ongeluk.
De jongen geeft Timotheüs een hand en omhelst hem terwijl hij preekt, waarop Timotheüs reageert: “Jezus houdt van je, man.”
“I know,” antwoordt de jongen. Vervolgens vertelt hij dat hij zijn leven aan Jezus gaf toen hij vijftien jaar oud was.
Daarna stelt Timotheüs hem een indringende vraag: “Ben je zeker van je redding? Als je op dit moment zou sterven, waar zou je dan heengaan?”
De jongen antwoordt eerlijk dat hij dat niet weet. Sinds hij Jezus heeft aangenomen, heeft hij naar eigen zeggen met veel verleidingen te maken gekregen. “Ik denk er vaker over na,” vertelt hij. “Laatst droomde ik dat ik stierf bij een auto-ongeluk. Ik schrok wakker en vroeg mezelf meteen af: ga ik eigenlijk wel naar de hemel? Ik ben laatst nog naar een kerk geweest, maar van mijn redding ben ik niet zeker.”
Timotheüs legt hem vervolgens uit dat de Bijbel zegt dat vandaag de dag van redding is, niet morgen of overmorgen, omdat morgen niet is beloofd. “Die droom kan een waarschuwing zijn,” zegt hij. “Dat hoop ik natuurlijk niet, maar het kan zijn dat morgen daadwerkelijk je laatste dag is.”
Ook benadrukt hij dat zekerheid van redding niet gebaseerd is op goede werken. “In Jezus hebben wij echte zekerheid,” zegt Timotheüs. “Niet omdat we een goed persoon proberen te zijn. De enige reden waarom iemand naar de hemel kan gaan, is door Jezus te belijden als Heer.”





