Marian Eisden, beter bekend als ‘Dushi’, de pleegmoeder van de doodgeschoten tiener Jerryson, overleed gisteren op 59-jarige leeftijd na een spoedopname in het ziekenhuis. De pleegmoeder maakte veel indruk met haar boodschap van vergeving. Zelfs tegenover de agent die het fatale schot loste sprak zij geen woorden van wraak, maar van liefde. “Tuurlijk kan ik hem vergeven,” zei ze in een interview met Hour of Power. “Dat is voor mij het belangrijkste wat van ons gevraagd wordt. We zijn allemaal mensen en we maken allemaal fouten.”
In Gouda stond Marian bekend als een warme en betrokken vrouw. Ze was jarenlang vrijwilliger in ontmoetingscentrum De Walvis, waar ze kookte, mensen hielp en een luisterend oor bood aan jongeren uit de buurt. Veel mensen noemden haar liefkozend “Dushi”, een woord dat volgens haar simpelweg liefde betekent. “Als ik iemand ‘dushi’ noem,” zei ze eens lachend, “is het alsof ik je een geruststellende hand op de rug leg.”
Het grote publiek leerde haar kennen na de dood van haar pleegzoon Jerryson. De vijftienjarige jongen kwam in september 2025 om het leven na een schietincident met de politie bij een McDonald’s in Capelle aan den IJssel. Het nieuws sloeg in als een bom in haar leven. Toch koos Marian vrijwel meteen voor een boodschap van vrede in plaats van woede. Tijdens een rouwmars riep ze mensen op niet te demonstreren uit boosheid, maar liefde te tonen.
Pleegzoon doodgeschoten
De dag waarop ze hoorde dat er iets mis was met Jerryson staat haar nog scherp voor ogen. Ze was aan het koken voor een groep mensen toen haar telefoon ging. Familieleden vroegen of ze wist waar hij was. “Ik probeerde hem te bereiken, maar hij nam niet op,” vertelde ze later. “Dat was vreemd, want normaal nam hij altijd op en zei hij waar hij was.”
Niet lang daarna werd haar gevraagd naar huis te komen en vervolgens naar het politiebureau te gaan. Daar kreeg ze het nieuws dat haar pleegzoon was doodgeschoten. “Dan hoor je dat de jongen van wie je zoveel houdt er niet meer is,” zei ze. “Het eerste wat ik voelde was pijn voor hem. Eerlijk gezegd dacht ik: liever was ik het geweest, want ik gunde hem nog zoveel.”
Blikjes drinken
Juist in de weken voor zijn dood leek Jerryson steeds meer uit zijn schulp te kruipen. Volgens Marian was hij lange tijd een stille jongen geweest, maar begon hij meer zelfvertrouwen te krijgen. “Hij was aan het opbloeien,” vertelde ze. “Van een kind dat zich stil hield naar iemand die meer naar buiten trad. En net in die periode gebeurt dit.”
De laatste berichten die ze met hem uitwisselde waren klein en alledaags. Jerryson stuurde haar een bericht terwijl ze aan het werk was. “Hij vroeg: ‘Ma, er zijn twee blikjes drinken in de koelkast. Mag ik er eentje?’ Ik zei: ‘Ja Jerry, pak er maar één.’ Dat was ons laatste bericht.” Ook de ochtend van die dag staat haar bij. “Ik had nog ontbijt voor hem klaargemaakt voordat ik wegging.”
Jerryson geschenk
In haar verdriet vond Marian veel kracht in haar geloof. Wanneer haar werd gevraagd waar God was toen haar pleegzoon stierf, antwoordde ze zonder aarzeling: “Hij draagt mij. Dat geeft mij rust en vrede.” Voor haar was Jerryson zelfs een geschenk van God, iemand die in haar leven kwam in een periode waarin ze zelf ernstig ziek was. “Toen ik borstkanker had en chemo kreeg, was hij degene die mij door die tijd heen hielp.”
Daarom probeerde ze ook betekenis te vinden in zijn dood. Ze gebruikte een beeld dat haar veel troost gaf. “Ik zie hem als een zaadje,” zei ze. “Een zaadje moet sterven om te kunnen bloeien. Misschien kan zijn verhaal onze ogen openen voor jongeren.” Volgens haar moeten volwassenen beter kijken naar wat er in het leven van jongeren speelt, in plaats van meteen te oordelen.
Gebed om wijsheid
Die overtuiging gaf haar een nieuwe missie. Marian wilde zich blijven inzetten voor jongeren die zich onbegrepen voelen. “Mijn liefde voor jongeren was er altijd,” zei ze. “Maar wat er met Jerryson is gebeurd opent deuren. Het helpt mij om meer naar buiten te treden en er voor hen te zijn.” Volgens haar gaat het daarbij niet om geld, maar om aandacht. “Geef je tijd. Als je maar één jongere helpt, kan dat al een verschil maken.”
Elke dag begon ze met een gebed waarin ze om wijsheid vroeg. “Het eerste wat ik aan God vraag is: geef me de juiste woorden voor de mensen die ik ontmoet,” vertelde ze. Een bijbeltekst die haar veel kracht gaf was uit Jeremia: “Roep tot mij en ik zal je antwoorden.” Voor Marian was dat een belofte waar ze dagelijks op vertrouwde.
Ook geloofde ze dat ze haar pleegzoon ooit weer zou ontmoeten. “Ja, zeker,” zei ze rustig. “In de hemel.” Dat vooruitzicht gaf haar hoop, zelfs midden in het verdriet. Tegelijk bleef ze anderen aansporen om met meer liefde naar elkaar te kijken. “We moeten elkaar niet naar beneden halen,” zei ze. “We moeten elkaar helpen opstaan.”





