In het hartje van de stad Groningen, ligt de centrum-locatie van De Stadskerk. Een kerk die nu ruim vijf jaar bestaat en een plek is waar veel studenten hun eerste ontmoetingen met God hebben. Tachtig procent van de kerk is onder de dertig! Pastor Mark Stoorvogel wil vooral niet teveel credits pakken voor deze bekeringen. “De meesten hebben Jezus niet in een kerk, maar in hun eigen studentenkamer ontmoet. Vervolgens gaan ze op zoek, en zijn wij een toegankelijke plek om naartoe te gaan. Ik sprak laatst een jongen die drie jaar na zijn bekering pas voor het eerst christenen had ontmoet”, lacht Stoorvogel. Daarnaast zijn er uiteraard ook mensen met kerkelijke achtergrond die aanhaken.
Eén kerk, één visie
De Stadskerk is één gemeenschap op twee plekken: een hoofdlocatie en de diensten in de binnenstad. “We zijn niet twee kerken,” legt Stoorvogel uit, “maar één familie. Eén leiderschap, één begroting, één visie. De diensten in de stad zijn niet ‘iets extra’s’, maar gewoon uitbreiding van wat God al doet.”
Zelf kende hij in zijn leven alleen groeiende kerken: Bethel in Drachten en later de Stadskerk. “Ik heb nul ervaring met kerkverlating,” zegt hij. “Altijd zag ik hoe God toevoegde. Maar toch begon het te kriebelen: mooi, zo’n grote kerk, maar er zijn nog zó veel mensen in Groningen die we niet bereiken. Daarom droomden we ervan om naar de binnenstad te gaan, naar de plek waar het leven 24/7 doorgaat.”
Een nieuwe start uit zwakte
De eerste stap was hoopvol: vijftig mensen van de hoofdlocatie trokken mee, bewust gekozen om hun gaven en talenten. Anderhalf jaar lang groeide er iets moois – totdat corona alles stillegde. Wat opgebouwd was, leek ineen te storten. “We hielden dertig mensen over. Toen kwam de vraag: concluderen we dat het mislukt is? Gaan we terug?”
Het antwoord van een paar vrijwilligers was helder: God is nog niet klaar. “We hadden nauwelijks iets om mee te werken: één gitarist, één zangeres. Maar we concludeerden: we hebben Jezus. Laten we kijken hoe Hij het leidt.”
Die keuze bleek een keerpunt. Vier jaar later is de groep gegroeid van dertig naar driehonderd. Niet door grote strategieën of campagnes, maar mede omdat God – breder dan het werk van de Stadskerk – een werk aan het doen was in Groningen.
Jezus ontmoeten in je slaapkamer
De verhalen die Stoorvogel hoort, zijn vaak indrukwekkend. “Jongeren vertellen dat ze op een dieptepunt in hun leven waren. Zonder christelijke opvoeding, zonder ooit een kerk van binnen te hebben gezien. Dan bidden ze een simpel gebed, en ineens ontmoeten ze daar Jezus, in hun simpele studentenkamer.”
Hij vertelt over een jonge vrouw die het leven niet meer zag zitten. “Ze besloot maar te bidden. Toen hoorde ze een hoorbare stem: Volg Mij. Ze wist: dit is Jezus. Daarna kwam ze naar een Alpha-cursus en begon haar leven opnieuw.”
Een andere jongen vond God via TikTok en begon de Bijbel te lezen. “Drie jaar lang noemde hij zich christen, maar hij had nog nooit een andere christen ontmoet. Totdat hij ons googelde. Toen hij binnenkwam vroeg ik: ken je andere gelovigen? Hij zei: nee, u bent de eerste.”
“Het is God die jongeren roept, in hun kamers, in hun wanhoop, en die hen vervolgens naar een gemeenschap leidt waar ze thuis mogen komen.”
Meedoen in plaats van toekijken
Wat jongeren aantrekt in De Stadskerk, is dat ze vanaf het begin mogen meedoen. “Ze zijn geen toeschouwers. Ze zingen, dienen, organiseren mee. Sommigen leiden aanbidding, anderen helpen bij de techniek of het pastoraat. Natuurlijk laten we jongeren niet direct preken, maar ze voelen zich echt onderdeel.”
Dat geeft een sterk gevoel van familie. “Elke zondag zie je groepen die na de dienst gaat lunchen. Niemand zegt dat het moet, maar het gebeurt gewoon. Jongeren zoeken elkaar op, ze vinden gemeenschap. En dat is precies wat zoveel van hen nooit eerder hebben gekend.”
Een honger naar meer van God
Ook in de tienergeneratie ziet Stoorvogel een opleving. Laatst was hij met 350 tieners en leiders op kamp en daar gebeurde iets bijzonders. “Vroeger moest je jongeren aansporen: doe mee, ga staan, zing mee. Nu rennen ze naar voren, ze willen God ontmoeten.”
Tijdens een jeugdweekend vroeg de kerk jongeren symbolisch hun oude leven achter te laten en het nieuwe leven in Christus aan te trekken. “Honderden reageerden. Jongeren schreven kernmerken van hun oude leven op een bordje en gooiden dat in het kampvuur.”
Ook op moeilijke thema’s zoals relaties en seksualiteit kiezen velen radicaal. “We zien jongeren die besluiten te wachten met seks tot het huwelijk, of die stoppen met een relatie waarin dat anders ging. Ze praten daar open en kwetsbaar over, en je merkt: ze willen God in alles behagen.”
Een nieuwe tijd voor Groningen
Dat dit allemaal gebeurt in Groningen – de stad die ligt in “de meest atheïstische provincie van Nederland” – maakt het voor Stoorvogel nog bijzonderder. “Er is geestelijk gezien harde grond. Maar juist daar zien we jongeren opstaan die Jezus ontmoeten. En niet alleen bij ons. Laatst zaten we met voorgangers uit de stad, en bijna allemaal vertelden ze dat hun kerken groeien, vooral onder jongeren. Het is echt een nieuwe tijd.”
Wat hem het meest raakt, is hoe eenvoudig God werkt. “Wij hebben er niet zoveel voor gedaan. Jongeren vinden Jezus zelf, natuurlijk ook wel in onze dienst. Onze taak is vooral: een plek zijn waar ze zich thuis voelen, waar ze gezien worden en waar ze Jezus beter leren kennen.”





