Elke week komt in onze rubriek “Zeg ’t maar!” een lezer aan het woord met zijn of haar ingezonden brief.
Je kent het wel: mensen die schelden met ziektes of Jezus beledigen. Draait de wereld dan alleen om hen? En kennen zij geen mensen met deze ziektes? Nog erger zijn de vloekwoorden die worden gebruikt om Jezus neer te halen. Dit doet pijn in mijn hart, omdat ik weet dat dit ook pijn doet in Gods hart. Het haalt het bloed onder mijn nagels vandaan.
Ze weten dat ik een volgeling van Jezus ben. Toch zeggen ze deze woorden, vaak zonder dat ze het beseffen. Soms zeggen ze daarna: “Oeps, sorry!”
Eerst wist ik niet goed wat ik erop moest zeggen en zei ik vaak niks. Nu geef ik aan dat ik het vervelend vind. Soms volgen er dan gesprekken over het geloof. In deze gesprekken hoor ik vaak de pijn die mensen met zich meedragen. Het raakt mij, maar geeft ook gelegenheid om over Jezus liefde te spreken. Ze stellen hierdoor vragen en willen graag meer leren over Hem. Ik heb hierdoor geleerd om niet naar deze woorden te luisteren, maar ze om te zetten in daden. Het delen van wat Hij voor mij gedaan heeft, helpt mij om te laten zien dat Hij dit ook voor anderen kan doen.
Toch weet ik dat woorden alleen soms niet genoeg zijn. Daarom richt ik me in gebed tot de mensen die zulke woorden gebruiken. Zoals Jezus zelf zegt: “Ze weten niet wat ze doen” (Lukas 23:34). Gebed geeft kracht, zodat zij een openbaring ontvangen en Jezus persoonlijk zullen ontmoeten.
Zoals in Spreuken 18:21 staat: “Dood en leven zijn in de macht van de tong”. Daarom wil ik geen woorden van dood spreken, maar woorden van leven. Wij hebben namelijk een levende God!
Z. Wieringa uit Drachten
Heb jij ook een dringend onderwerp dat je wil aankaarten of wil je reageren op een van onze artikelen, stuur je ingezonden brief in naar [email protected] (maximaal 300 woorden)





