Reinier Kleiman groeit op in een warm christelijk gezin. In een gesprek bij Hour of Power NL vertelt hij hoe zijn ouders zendingswerk doen in Oost-Europa en hoe hij als kind in Hongarije Bijbels uitdeelt. De blijdschap in de ogen van mensen brandt zich in zijn geheugen en als tiener ervaart hij momenten van diepe vreugde in gebed. Maar in zijn puberteit schuift het geloof naar de achtergrond. Hij denkt: dat is van mijn ouders. Het leven vult zich met drank, drugs, feesten en vrouwen. Wat begint als een zoektocht naar vrijheid, eindigt in een leegte die hem steeds verder meesleept: van New Age naar hekserij en uiteindelijk een angstige nacht waarin hij oog in oog komt te staan met een demoon.
Leegte en duisternis
De kick raakt op, somberte neemt toe. Zijn ouders zien hem wegglijden. Reinier voelt niets meer—zelfs een frisse bries zegt hem niets. Onder bruggen denkt hij: als ik nu spring, ben ik klaar met deze ellende. De neerwaartse spiraal is echt.
Omdat de leegte blijft, gaat hij op zoek. Hij leest, kijkt video’s en stapt in New Age-praktijken: manifesteren, astraal reizen, het idee dat “het universum” geeft wat je uitspreekt. Hij houdt zichzelf lang voor dat dit zingeving is, maar glijdt door richting hekserij. Hij spreekt woorden over zichzelf uit, merkt agressie bij volle maan en begint dingen te zien in de geestelijke wereld die hij niet wíl zien. De duisternis wordt zwaarder.
De nacht die alles veranderde
Dan nodigt een vriendin hem uit voor een kerkdienst. Hij heeft niets meer te verliezen en gaat mee. In de ogen van de mensen ziet hij iets wat hij kent van vroeger: hoop, liefde en rust. De boodschap gaat over een God die je ziet en liefheeft, die zelfs de haren op je hoofd telt. Na afloop, bij een barbecue, spreekt het nichtje van die vriendin hem aan: ze deelt woorden die exact raken wat hij alleen met zijn psycholoog heeft besproken, details die ze niet kan weten. Later die nacht ligt hij in bed. Of hij wakker was of sliep, weet hij niet en ziet een zwarte schim, een demoon, naast zijn bed staan die hem recht aankijkt. Op dat moment bidt hij: “Jezus, als U er bent, kom dan alstublieft, want ik kan dit niet alleen. Ik wil dit niet meer alleen. Als U er bent, alstublieft, kom dan.”
Met die woorden ervaart hij dat er een schild in zijn hand wordt gelegd. Hij richt zijn rug, drukt de demoon tegen de muur en kijkt hem in de ogen. Dan spreekt hij: “In Jezus’ naam: ik ben een geliefd kind van de Allerhoogste en jij hebt niet het recht om mij op deze manier lastig te vallen.” Reinier zegt nog nooit zoveel angst in “iets of iemand” te hebben gezien en weet op dat moment: zijn depressie is voorbij, zijn burn-out is voorbij, zijn oude leven is voorbij. Er is een God die van hem houdt, die elke haar op zijn hoofd heeft geteld en er altijd bij is geweest
Leven met prioriteit en roeping
Mensen merken direct verandering: zijn lichtheid en humor keren terug. Reinier neemt scherpe besluiten, neemt afscheid van zijn oude vriendengroep en richt zijn leven op Jezus. Hij start een theologische studie. Oude bekenden lachen: “Jij, dominee?” Maar zijn roeping staat vast: predikant worden en zoveel mogelijk mensen over Jezus vertellen. Om uit te leggen wat er praktisch veranderde, gebruikt hij een eenvoudig beeld: een vaas die je eerst vult met het belangrijkste—voor hem God, zijn gezin, geloof, hoop en liefde—en pas daarna met studie, werk, taken en randzaken. Wie zijn leven vult met ruis, houdt geen ruimte over voor wat er echt toe doet. Het bijbelvers dat hem draagt, is Mattheüs 6:33: Zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en dit alles zal u bovendien gegeven worden.
Bekijk hieronder het fragment:

