Mariam is geboren in Saoedi-Arabië, in een islamitisch gezin. Haar eerste jaren bracht ze door in Mekka, de stad die door miljoenen moslims als ‘heilig’ wordt beschouwd. “We hadden een liefdevolle opvoeding,” vertelt ze. “Ik heb veel mooie dingen meegekregen, maar ik had altijd vragen. Waarom voelde ik niet de liefde die anderen zeiden te ervaren in hun hart?”
Een leven in toewijding
Om antwoorden te vinden, verdiepte Mariam zich steeds dieper in de islam. Ze studeerde de boeken, gaf zelf les in moskeeën en leefde streng toegewijd. “Ik deed alles wat ik kon: van bedekking tot gebeden, ik wijdde mijn leven volledig aan Allah. Maar er bleef iets missen — rust in mijn hart.”
Zelfs toen ze moeder werd, bleef het gemis bestaan. “Ik dacht: nu ga ik de liefde van God voelen, want ik voel nu zelf de liefde van een ouder voor een kind. Maar ook dat gebeurde niet.”
“Ik wist niet meer wie echt van mij hield”
Mariam’s zoektocht bracht haar op een kruispunt. “Ik wist niet meer of Allah echt van mij hield. Ik had alles gegeven en voelde me toch verlaten.”
Op haar werk ontmoette ze een collega die haar advies gaf: ga bidden, praat gewoon met God.
“Ik zei: ‘Dat kan ik niet. Degene die ik liefhad, heeft mij verlaten.’ Maar haar woorden bleven in mijn hoofd. Thuis ging ik op de bank zitten en zei tegen God: ‘Ik weet niet wie U bent. Maar als U echt bent, laat dan vijf dingen in mijn leven gebeuren. Dan kies ik voor U.’”
De vijf dingen die ze vroeg, waren simpel maar diep: liefde, rust, vertrouwen, bevrijding, en de zekerheid dat ze God echt zou ontmoeten.
Onverklaarbare veranderingen
Wat daarna gebeurde, beschrijft Mariam als een reeks wonderlijke gebeurtenissen. “Mensen die ik nooit sprak, kwamen ineens op me af met een Bijbel. Mijn schuld, die mij onrechtmatig was opgelegd, werd ineens betaald. Alles wat ik had gevraagd, gebeurde.”
Toch bleef ze twijfelen. “Was dit Allah die mij voor de gek hield? Of iemand anders?”
Tot ze een droom kreeg die alles veranderde.
“Hij pakte mij bij mijn arm en zei: het is voorbij”
“In mijn droom zat ik in mijn huis, en buiten zag ik chaos: politie, doden, ellende — precies zoals mijn leven toen voelde. Toen voelde ik een aanwezigheid achter me. Ik draaide me om, en ik wist: dit is Jezus.”
“Hij pakte mij bij mijn arm en zei: ‘Kom, het is voorbij. Het hoeft niet meer. Je hebt gestreden, je hebt pijn gehad, maar het is genoeg.’ Hij sloot het gaatje in mijn deur, en alles werd stil.”
Toen Mariam wakker werd, wist ze het zeker. “Ik belde mijn vriendin en zei: ‘Ik moet me laten dopen, nu.’ Vanaf dat moment wist ik wie Degene was die mij had gemaakt en van mij hield.”
Een nieuw leven
De doop betekende voor haar een nieuw begin. “Het voelde alsof ik elke dag een lepeltje honing eet,” zegt ze lachend. “Zoet, vol liefde. Natuurlijk zijn er moeilijke dagen, maar ik weet nu: ik ben nooit meer alleen. Jezus is altijd bij mij.”
“Wees niet bang om Hem te zoeken”
Aan het eind van haar verhaal wil Mariam één boodschap meegeven. “Ben jij iemand die zoekt naar liefde, warmte of erkenning? Vraag het Hem. Zoals ik dat deed. Al is het maar een kleine wens — God hoort je. Jezus is er voor iedereen, ook voor wie denkt dat het te laat is.”
“Als jij aanklopt, dan doet Hij de deur open en zegt Hij: ‘Kom naast Mij zitten.’ Hij stopt nooit met liefde geven. Nooit.”

