Laurentine van Landeghem (33) is een Belgische ondernemer en influencer die nu in Amsterdam woont Ze was jarenlang actief in de retail- en daarna de zelfontwikkelingswereld en stond bekend om haar positieve levensstijl en openheid. Maar onder dat succes was ze lang diep ongelukkig. Eén ding heeft ze nooit over gesproken: de abortus die ze op haar 27e pleegde. Een paar jaar geleden kwam ze tot geloof. Nu wil ze voor het eerst openlijk vertellen over wat die ervaring met haar heeft gedaan.
Tekst: Week van het Leven
Hoe keek je vroeger naar abortus?
Zoals bijna iedereen in mijn omgeving. “Baas in eigen buik,” dat was het motto. Ik was fel pro-choice, had er nooit serieus over nagedacht. Ik deelde dat ook op Instagram, zonder er echt bij stil te staan. Mensen die tegen abortus waren, vond ik ouderwets of bekrompen. Ik dacht: laat iedereen zelf kiezen, dat is vrijheid.
Maar dat was vooral omdat ik er nooit diep in gedoken was. In de wereld waarin ik zat – mode, feminisme, spiritualiteit – was dit gewoon de standaard. Het hoorde bij het idee dat jij je eigen leven bepaalt.
Wanneer begon dat te veranderen?
Toen ik zelf zwanger werd. Dat was een klap in mijn gezicht. Ik had net een paar weken yolo gedaan in Amsterdam, leefde losjes, dronk een paar avonden te veel, dacht nergens over na. En toen ineens: een positieve test. Ik kon het niet geloven. Ik dacht: dit kan niet waar zijn. Ik deed nog een test. Weer positief. Ik weet nog dat ik bijna moest lachen van paniek: “nee, dit kan gewoon niet.”
Er was schaamte, angst, en vooral zelfmedelijden. Ik dacht: hoe is het zover gekomen? Ik voelde me mislukt. En ik wilde maar één ding: dat niemand erachter kwam.
Heb je ooit serieus overwogen om het kind te houden?
Eerlijk gezegd niet. Die gedachte heb ik bewust weggedrukt. Ik dacht: ik moet dit ‘oplossen’. Het zou mijn leven te ingrijpend veranderen en ik had op dat moment totaal geen kinderwens. Als ik er nu op terug kijk, had ik alles om een kind een thuis te bieden. En mijn ouders zouden me nooit verstoten, maar ik kon het niet aan om hun te moeten zeggen: “ik ben ongewenst zwanger.”
De vader – een collega, een one night stand – zei alleen: “sterkte mupke.” En dat was het. Toen wist ik: ik moet dit alleen doen.
Hoe verliep de abortus?
Ik koos voor een curretage. De abortuspil leek me te veel gedoe. Ze zeiden: dan komt het er vanzelf uit. Dat klonk te heftig. Dus ik koos voor iets klinisch, snel, één afspraak en klaar.
In de kliniek deden ze eerst een echo, maar die lieten ze me niet zien. Er was bedenktijd, maar dat voelde meer als een formaliteit. Niemand sprak echt met me. Ik herinner me dat ik op de dag van de uiteindelijke ‘behandeling’, zoals ze dat noemen, daar lag met mijn benen wijd, en dat het zoveel pijn deed dat ik moest overgeven. In een flits dacht ik: “nu halen ze mijn kindje eruit.”
Na afloop reed ik op mijn scooter naar huis. Elke hobbel deed pijn. Mijn buik, mijn borsten, alles deed zeer. Ik voelde me leeg, vies, kapot. En vooral: alleen. Ik praat normaal over alles, maar dit heb ik tegen bijna niemand gezegd.
Wanneer kwam het besef van wat er echt was gebeurd?
Pas veel later, toen ik tot geloof kwam. Een jaar daarvoor had ik al iets meegemaakt met een spiritueel medium. Zij zei: “als je ooit echte liefde wilt vinden, moet je ja zeggen tegen de schoonheid van man en vrouw zoals God het bedoeld heeft.” Dat bleef hangen.
Toen ik daarna Jezus leerde kennen, wist ik: dit is de waarheid. En na mijn doop kwam het ineens keihard binnen. Ik werd ’s nachts wakker en dacht: “die abortus is het ergste wat ik ooit heb gedaan.” Niemand had me dat ooit verteld. Geen priester of dominee. Ik kreeg geen dogma aangeleerd ofzo. Het was alsof God me liet zien wat het werkelijk was: een mens, niet een klompje cellen.
Ik heb de hele nacht gehuild. Daarna heb ik filmpjes gekeken van abortusingrepen. Toen ging ik letterlijk over mijn nek. Ik ben op mijn knieën gegaan en heb gebeden: “Heer, vergeef me.” En ik voelde het: Hij deed het.
Hoe ging je daarna verder?
Er kwam veel verdriet naar boven. Rouw, schaamte, schuld. Maar er kwam ook rust. Ik wist: mijn kind is bij Jezus. En ik ben vergeven. Dat was het begin van genezing.
Sindsdien heb ik drie jaar onderzoek gedaan naar het onderwerp. Ik wilde alles begrijpen. Alle pro-choice argumenten ging ik bestuderen. En hoe meer ik leerde, hoe meer ik besefte: leven begint bij conceptie. Dat is niet zomaar een geloofspunt — dat is wat de wetenschap ook zegt. 96% van de biologen bevestigt dat. Het is een ander mens, met een eigen DNA. Het groeit in jou, maar het is niet deel van je eigen lichaam.
Hoe voer je nu het gesprek met mensen die anders denken?
Met begrip. Ik herken mezelf in hen. De oude Laurentine had ook weggezapt als iemand als ik sprak. Daarom probeer ik zacht te blijven. Ik vertel gewoon mijn verhaal. En vaak zie je dan dat mensen stil worden.
Soms sta ik met een Pro-Life-groep op straat. Dan zeggen mensen: “hoe kun jij hier staan?” Ik weet dat ze me zien als een verrader – jong, vrouw en dan opeens pro-life. Maar ik sta daar niet uit veroordeling. Ik sta daar omdat ik weet hoe het voelt om dit mee te maken en omdat ik geloof dat mensen enorm voorgelogen worden over het kwaad van abortus.
Wat zou je tegen vrouwen willen zeggen die nu in die situatie zitten?
Dat ze niet alleen zijn. Dat ze mogen weten wat er echt gebeurt, en dat er altijd een andere weg is. En als ze al een abortus hebben gehad: dat er vergeving is. Echt. Dat je je misschien gebroken voelt, maar dat er een Heler is.
God heeft me vergeven, zelfs hiervoor. Hij heeft me rein gemaakt, schoon. En dat gevoel is onbeschrijfelijk. Maar in alle eerlijkheid, jezelf vergeven is een ander stukje. Ik geloof dat God het zal herstellen, maar het is wel een proces.
Ik draag het mee, elke dag. Maar het definieert me niet meer. Het is een deel van mijn verhaal dat God nu gebruikt om iets goeds te doen.
Dit artikel is met toestemming overgenomen van Week van het Leven.

