Samen waren we er even op uit, naar een leuk stadje in het midden van het land. Het weer was prachtig. De zon scheen zacht en overal waren de geuren van bloemen en het voorjaar te ruiken. Wanneer we samen zijn, heb ik moeten leren om niet iedereen aan te spreken over het evangelie. Want dan zijn we niet echt samen. Daarom probeer ik ook bewust te genieten van ons samen zijn, omdat dit onze eerste bediening is: een gezond huwelijk en gezin. Maar regelmatig komen er dan toch mensen op ons pad, die we niet zomaar voorbij kunnen lopen.
Door Annelies van Walsem
Het was een oude dame in een scootmobiel van rond de tachtig. Haar kleding was rommelig en zat onder de schilfers. Haar gezicht had plekken die er pijnlijk uitzagen. Maar wat me misschien nog wel het meest raakte… was hoe eenzaam ze eruitzag. We spraken haar aan: “Goedemorgen mevrouw, weertje hè? Heeft iemand u al verteld hoeveel God van u houdt?” Ze glimlachte en begon te vertellen. Over haar leven. Over haar man die overleden was.Over haar dochter die af en toe langskwam. Maar vooral over hoe alleen ze was.
Ze vertelde over haar been, met een grote wond die dagelijks verzorgd moest worden, maar slecht genas en veel pijn deed. Terwijl ze sprak, keek ik naar het eten in haar mandje. Het zag er niet gezond uit. En dat deed wat met me.
Toch was ze ook opvallend positief. Ze vertelde hoe ze vaak naar buiten ging, en gewoon ging genieten van alle mooie bloemenvelden. Dat ze hele einden reedt op haar scootmobiel.
We deelden het evangelie met haar. En terwijl we vertelden over Jezus, zag ik tranen in haar ogen verschijnen. Wat is er toch veel verborgen pijn in mensenlevens. Zoveel eenzaamheid. Zoveel gebrokenheid. We vroegen of we nog iets voor haar konden doen. Misschien eten halen of ergens mee helpen. Maar dat wilde ze niet. Toen vroegen we: “Mogen we dan voor uw genezing bidden? Want Jezus wil u genezen, mevrouw.” Ze glimlachte weer lief, maar leek het moeilijk te vinden om hulp te aanvaarden. We praten nog even over van alles en nog wat. Soms is het luisteren naar verhalen voor iemand ook genoeg. Of zelfs helend.
En eerlijk… Het liefst zou je iemand gewoon mee naar huis nemen. Mensen optillen uit hun pijn. Hun eenzaamheid opvullen. En hun leven weer kleur geven. Maar dat kunnen wij niet. Wel nam ze Jezus aan als haar Redder en Heer. Degene die haar al deze dingen kan geven.
Dus dan bidden we.
‘Heer, staat U zelf deze vrouw bij. Help haar in haar noden, geef u mensen op haar pad. Dank U dat U zelf haar leven kleur geeft.
Heer, zegen deze lieve mevrouw.
Raak haar aan in haar eenzaamheid.
Laat haar merken dat ze gezien en geliefd is.
Dank U dat U de Redder bent.
Dat U kwam om te zoeken en te redden wat verloren is.
“Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is.”
Lukas 19:10

