Een dag na de digitale ondertekening van een intentieverklaring (MOU) tussen de VS en Iran reageren de markten positief. De olieprijs daalde maandag naar ongeveer 80 dollar per vat, terwijl de Dow Jones een nieuw record vestigde van bijna 52.000 punten.
President Trump prees het akkoord als beter dan het nucleaire deal van Obama uit 2015. Vice-president Vance benadrukte twee concrete winsten: de Straat van Hormuz is per direct weer open voor scheepvaart, en Iran heeft zich op lange termijn gecommitteerd aan het afzien van kernwapens. Teheran zou in ruil voor naleving en internationale inspecties toegang kunnen krijgen tot miljarden aan sanctieverlichting.
De Iraanse president Pezeshkian noemde de overeenkomst “een grote prestatie en een bron van trots voor de regio.”
Toch is het enthousiasme niet universeel. De Saudische staatskrant schreef dat niemand in de Arabische Golfstaten de intenties van Iran vertrouwt, en dat de crisis de agressieve politiek van het Iraanse regime blootgelegd heeft.
Ook Israël is ronduit kritisch. Een Israelische leider bestempelde de MOU als een “catastrofe” omdat die het nucleaire programma niet ontmantelt, de ballistische raketten buiten beschouwing laat en Irans steun aan proxy-milities in de regio niet aanpakt. Premier Netanyahu herhaalde zijn belofte dat Iran, met of zonder akkoord, nooit een kernwapen zal krijgen zolang hij premier is.
Op de achtergrond speelt nog een andere kwestie: veel Iraanse dissidenten voelen zich bedrogen, na eerdere beloften van steun vanuit Washington die niet zijn nagekomen. De komende zestig dagen volgen onderhandelingen over de verdere uitwerking van het nucleaire dossier.

