Marianne groeide op als de middelste van vijf zussen in een gezin vol emotionele lasten, trouwde op haar twintigste uit vluchtgedrag, en bouwde twee keer een succesvol leven op — en verloor zichzelf twee keer volledig. Maar het keerpunt in het leven van Marianne van der Gouwe (46) kwam niet door een therapiesessie of een nieuw businessplan. “Middenin de nacht hoorde ik de stem van God!”
Marianne van der Gouwe weet precies hoe het voelt om onzichtbaar te zijn terwijl je voor iedereen klaarstaat. Als kind nam ze de emotionele rugzakken van haar ouders op haar schouders — haar moeder die het mentaal zwaar had, haar vader die haar met afwijzing beantwoordde als ze verbinding zocht. “Dat was gewoon veel te zwaar voor een kind,” zegt ze. “Emotioneel zat ik heel erg gevangen.”
Ze verstopte alles intern. Op school liep ze vast, ze voelde zich anders dan de rest, maar de buitenkant straalde iets anders uit. Maskers, noemde ze het later zelf. Ze werden haar overlevingsstrategie.
Vluchten naar voren
Op haar twintigste trouwde Marianne. Niet zozeer uit liefde als wel uit een verlangen te ontsnappen, een eigen leven te beginnen dat er anders uit zou zien. “Ik dacht: nu ga ik het maken. Ik ga het anders doen.” Vier kinderen volgden in rap tempo — op haar zesentwintigste was haar gezin compleet.
Maar het patroon herhaalde zich. Alles geven, niets terugkrijgen. Loyaal zijn aan iedereen behalve zichzelf. Op haar drieëndertigste sloeg haar lichaam alarm: een eerste burnout.
Ironisch genoeg opende die crisis ook een deur. Ze raakte in contact met een product dat haar darmen en mentale gezondheid hielp. Ze herkende meteen het potentieel. “Ik dacht: dit is een product waarmee ik iedereen kan helpen.” Binnen vier jaar had ze een groot netwerk opgebouwd en boekte ze aantoonbaar succes.
Toch was ze diep eenzaam. In haar werk, in haar huwelijk. “Maar dat probeerde ik eigenlijk niet onder ogen te komen,” vertelt ze. “Ik dacht: ik zet gewoon mijn schouders eronder. Een keertje komt het goed.”
Het kwam niet goed. Vijf jaar later: een tweede burnout. Ditmaal zo zwaar dat ze twee maanden lang nauwelijks kon lopen.
De vraag die ze niet kon ontwijken
In die diepste put stelde Marianne zichzelf eindelijk de vraag die ze jarenlang had omzeild: waarom bleef ze steeds erkenning en bevestiging zoeken bij mensen om haar heen? Waarom was een gezond lichaam niet genoeg om haar staande te houden?
Ze begon te zoeken — maar niet naar God. Dat was een beladen terrein. Ze was weliswaar kerkelijk opgevoed, maar religie had voor haar altijd meer met vormen en diensten te maken gehad dan met geloof. “Ik was heel bang voor God. Ik had heel veel angst.” Ze keerde haar rug ernaar toe en bewoog zich richting new age: yoga, meditatie, systemisch werk en familieopstellingen. Dat laatste maakt onbewuste patronen, blokkades en loyaliteiten uit je familiesysteem zichtbaar.
Het familieopstellingswerk bracht iets waardevols: ze leerde haar ouders vergeven. “Op het moment dat ik mijn ouders vergaf, zat ik niet meer op de plek van God,” zegt ze. Een subtiele maar ingrijpende verschuiving.
Maar de kloof in haar huwelijk werd groter, de onrust bleef.
De nacht die alles veranderde
Toen kwam die ene nacht.
Marianne lag uitgeput in bed. Ze had geen kracht meer. Haar hele leven trok aan haar voorbij — alles wat ze geprobeerd had, alles wat niet gewerkt had. En toen, in die stilte, hoorde ze een stem.
“Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader dan door mij.”
Ze schoot rechtop. Zei tegen haar man dat ze een stem had gehoord. En beschrijft wat er daarna gebeurde als een ervaring die ze tot op de dag van vandaag niet in gewone woorden kan vatten: “Hij vervulde mij met zijn liefde van top tot teen.” Een belofte volgde: als ze zich op hem richtte, zou hij herstel brengen.
“Elke angst was verdwenen. Elke eenzaamheid was weg. Ik voelde me met hem verbonden. Eindelijk thuisgekomen.”
Het gejaag was weg. De onrust die haar heel haar leven had aangedreven — weg. Maandenlang ervoer ze, naar eigen zeggen, elke dag die vrede.
Haar omgeving reageerde sceptisch. Ongeloof van mensen die haar kenden. Maar Marianne liet het los. “Iedereen kan dat zeggen, maar het is in mijn hart geopenbaard.”
Nog één valkuil
Het verhaal had hier kunnen eindigen. Maar Marianne is eerlijk over wat daarna kwam: ze viel terug in haar oude patroon. Ze begon — opnieuw — alles zelf te willen doen. Nu uit gehoorzaamheid aan God, zoals ze het zag. Ze stortte zich op het werken aan haar ziel, op het aanpakken van blokkades en trauma’s.
Totdat God haar, zo ervaart zij dat, een droom stuurde. Een beeld van geest, ziel en lichaam. De boodschap: ze was te gefixeerd op de ziel, terwijl het echte werk al gedaan was.
“Dat juk viel van mijn schouders,” zegt ze. “Ik kon gewoon bijkomen in die rust.”
Een nieuw fundament
Vandaag richt Marianne van der Gouwen zich op wat ze noemt haar eigenlijke roeping: werken met gebroken mensen — maar op een andere manier dan vroeger. Niet meer vanuit de overtuiging dat zij iemands redder is. “Hij is de redder. Maar ik mag er wel zijn voor gebroken mensen en ze helpen opgroeien.”
Een tekst uit Filippenzen 3:14 raakte haar: kijk niet achterom, maar richt je op het doel. Dat woord geeft richting aan wat ze doet en wie ze wil zijn.
“Ik wil Jezus representeren,” zegt ze simpelweg.
Het meisje dat zichzelf wegcijferde om haar ouders te redden, dat maskers droeg om erbij te horen, dat twee keer instortte terwijl ze voor anderen bleef gaan — ze heeft haar eigen verhaal eindelijk anders leren lezen. Niet als een reeks mislukkingen, maar als een weg naar huis.

