Vlak voor de joodse vastendag Tisja Be’Av hebben Israëlische archeologen een uitzonderlijke ontdekking bekendgemaakt. Tijdens opgravingen in de Stad van David in Jeruzalem zijn verkoolde houten balken gevonden die volgens onderzoekers afkomstig zijn uit de verwoesting van Jeruzalem door de Babyloniërs in 586 voor Christus. Het gaat om een van de best bewaarde stukken hout uit de IJzertijd die ooit in Israël zijn aangetroffen.
De balken werden gevonden tijdens opgravingen van de Israëlische Oudheidkundige Dienst (Israel Antiquities Authority) en de Universiteit van Tel Aviv in het Givati-opgravingsgebied, onderdeel van het Nationaal Park Stad van David. De onderzoekers denken dat de balken deel uitmaakten van het dak van een binnenplaats van een gebouw uit de tijd van de Eerste Tempel.
Toen de Babyloniërs Jeruzalem innamen en de tempel verwoestten, stortte het gebouw waarschijnlijk in. De houten balken kwamen onder een dikke laag door hitte gesmolten pleister terecht. Juist die laag sloot het hout af van zuurstof, waardoor het bijna 2.600 jaar bewaard bleef. Archeoloog Efrat Bocher noemt de vondst bijzonder indrukwekkend. “Deze ontdekking geeft het gevoel dat je getuige bent van het moment waarop de verwoesting daadwerkelijk plaatsvond.”
Veel nauwkeurigere datering
Naast balken van wilde vijgenboom vonden de onderzoekers ook goed bewaard hout van een naaldboom. Dat bevat tientallen jaarringen, iets wat in Israël zelden wordt aangetroffen. Volgens koolstofdateringsspecialist Johanna Regev biedt dit een unieke kans om de gebeurtenissen veel nauwkeuriger te dateren. Waar archeologen voorheen vaak een marge van honderden jaren hadden, kan de combinatie van jaarringen en moderne koolstofdatering de datering terugbrengen tot een nauwkeurigheid van ongeveer tien jaar.
De onderzoekers vermoeden dat de Joden die tientallen jaren later uit de Babylonische ballingschap terugkeerden, de verbrande resten bewust hebben laten liggen. In plaats van alle sporen van de verwoesting op te ruimen, bouwden zij nieuwe gebouwen boven op de oude ruïnes. Opgravingsleider Yiftah Shalev ziet daarin een bewuste keuze om de herinnering levend te houden. Volgens hem laat de vindplaats zien dat mensen al in de oudheid tastbare herinneringen aan ingrijpende gebeurtenissen wilden bewaren.
Tisja Be’Av
De ontdekking werd bekendgemaakt in de week van Tisja Be’Av, de jaarlijkse Joodse vastendag waarop de verwoesting van zowel de Eerste als de Tweede Tempel wordt herdacht. Volgens de Joodse traditie werden beide tempels op dezelfde kalenderdag verwoest, hoewel daar bijna zeshonderd jaar tussen lag.
De Eerste Tempel, die volgens de Bijbel door koning Salomo werd gebouwd, werd in 586 voor Christus door de Babyloniërs verwoest. De Tweede Tempel werd in het jaar 70 na Christus door de Romeinen vernietigd. Tisja Be’Av geldt als de meest verdrietige dag op de Joodse kalender en staat ook stil bij andere rampen die het Joodse volk in de geschiedenis hebben getroffen.
Bron: Times of Israel




