Isanne Yard (32) had zich aangemeld bij de Levenseindekliniek en maakte al een keuze voor een doodskist. Ze groeit op in een gebroken thuissituatie, belandt in de wereld van sm en voelt zich vaak eenzaam en depressief. Isanne ziet geen reden meer om te leven. Maar ineens krijgt ze allerlei kleine tekens die haar wijzen op het bestaan van God. Ze besluit om haar afspraak voor euthanasie af te zeggen. “Ik ben zo dankbaar dat God me heeft gered. Er is nog zoveel in het leven wat ik wil doen nu ik Zijn liefde ervaar.”
Isannes ouders gaan uit elkaar op Isannes geboortedag. Haar moeder ontdekt die dag dat haar man ook een relatie heeft met een ander. “Mijn vader was even weg om kleding te halen voor mijn moeder. Toen mijn moeder hem belde, nam een andere vrouw op.”
Haar moeder kan Isanne en haar tien jaar oudere zus geen structuur en stabiliteit bieden. “Mijn moeder is in Suriname geboren. Haar vader werkte in Nederland keihard voor het gezin. Mijn moeder droeg zorg voor het haar zes broers en zussen. Ze had nooit geleerd om met gevoelens om te gaan. Zij heeft zelf niet gekregen wat zij nodig had en kon mij dat ook niet geven. Mijn moeder was vaak weg, dan moest mijn zus op mij passen. Voor haar was dat niet leuk, zij wilde met vrienden afspreken. Ik zag ook de gebrokenheid in haar leven en werd snel blootgesteld aan dingen die voor een kind niet goed zijn. Foute vriendjes, foute mannen. Ik was heel veel alleen en liep om elf uur ’s avonds alleen op straat als een zwerver, wanhopig op zoek naar hoop, liefde en warmte.”
Misbruik
Isanne heeft ook contact met haar vader, die nog drie dochters en een zoon heeft, halfzussen en een halfbroertje van haar. “Ik was twee keer per jaar bij mijn vader, tijdens vakanties. Ook daar was heel veel gebrokenheid. “Mijn broer was heel jong blootgesteld aan dingen die een kind niet hoort te zien en hij misbruikte mij. Het was heel heftig bij mijn vader thuis.”

Naast geweld en eenzaamheid die ze bij haar ouders ervaart in Utrecht en Amsterdam, groeit Isanne ook op met afgoderij in de vorm van Winti-religie en vrijmetselarij die vader en moeder praktiseren. “Ik heb heel veel dingen gezien, rituelen met allerlei soorten mensen, dierenoffers, spreuken die over ons gezin werden uitgesproken, een familielid dat leek te veranderen in een voorouder. Ik kwam al heel vroeg in aanraking met foute machten. Als kind wist ik al dat dat niet goed was.” Met haar familie gaat Isanne ook naar de Rooms-Katholieke kerk. “Daar voelde ik een connectie met God, maar ik snapte er niet zoveel van en ik miste het familiegevoel, de warmte en liefde.”
Kwaad
Op school liet Isanne twee kanten zien. “Aan de ene kant was ik de lieve zorgzame Isanne die altijd wilde helpen en op zoek was naar liefde. Aan de andere kant was ik een rebel. Ik voelde me niet gezien en gehoord en als bepaalde dingen oneerlijk gingen, werd ik ontzettend kwaad. Daarom moest ik vaak nablijven. Achteraf komt het misschien door mijn adhd en add, maar die diagnose had ik toen niet. Het enige wat me staande hield op de christelijke basisschool waren de liedjes die over God gingen.”

Ook twee sterfgevallen hebben impact op de jonge Isanne. “Ik moest van juf op een andere locatie een nietmachine ophalen. Toen ik daar wegging, zag ik de juf van school en twee kindertjes spelen op het schoolplein. Op het moment dat ik aankwam bij mijn eigen school, hoorde ik dat de juf plotseling was overleden aan een hartstilstand. Ik voelde een enorme verantwoordelijkheid. Ik had iets moeten doen, waarom was ik niet gebleven?” Ook de jeugdliefde van Isanne sterft als hij tien is bij een ongeluk in de douche. Ze hoort de ambulance langsrijden.”
Moedeloos
Op haar dertiende belt Isanne zelf met Jeugdzorg omdat ze uit huis geplaatst wil worden. “Ik miste liefde en voelde me moedeloos, eenzaam, alleen. Ik werd niet gezien en niet gehoord, terwijl ik zo verlangde naar warmte, liefde, emotionele steun, een familiegevoel. Er was geweld, geldgebrek en onveiligheid. Het was naar mijn idee geen gezonde plek om op te groeien.” Isanne krijgt tijdelijk een plek in een meidenleefgroep. “Daar was ook veel gebrokenheid. Er waren zwangere meiden die abortus lieten plegen, meiden die loverboys hadden, mensen werden bedreigd met messen, je kleding werd gestolen. Ik werd er zelf ook zowat des duivels, je merkt dat er iets in je komt. Er was zoveel onrust, het was geen goede plek. Je komt in de overlevingsstand.
Na de meidenleefgroep komt ze in een internaat. “De eerste avond wilde ik al terug naar huis, ik wist niet dat het zo heftig is. Er zijn heel veel regels. Je krijgt structuur en normen en waarden aangeleerd, maar tegelijkertijd zit je ook in een systeem waarin je niet de juiste zorg krijgt. Er waren liefdevolle groepsleiders, maar er was ook racisme. Ik ging weer zorgen voor anderen.” Isanne heeft ook mooie herinneringen. “We gingen met een groep zwemmen of op kamp naar de Ardennen. Daar kon ik heel dankbaar voor zijn. Kok Gerard maakte speciaal voor mij vegetarische ballen. Ik zag hoeveel liefde hij had, dat was voor mij heel belangrijk.
Tractoren
Op school werd Isanne gepest. “Op die school kwamen jongeren op klompen en met tractoren naar school. Ik liep op hakjes en paste er totaal niet tussen. Ik werd uitgescholden voor zwarte aap. Op een dag werd ik zo boos dat ik iemand een klap verkocht. Dat mocht niet, ik werd van school getrapt.”

Ze komt op een ZMOK-school terecht, een school voor ‘Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen’. “Hoe kun je een school nu zo noemen? Ik moet gewoon huilen als ik eraan denk.” Ook op deze school vindt Isanne geen rust. “Ik zag kinderen met tafels en stoelen gooien en jongens hun broek naar beneden trekken. De leraren gaven nauwelijks les, ze waren er meer om de boel in de gaten te houden.” Bij uitzondering mag ze stagelopen bij een kledingwinkel in Utrecht. Een jaar later gaat ze terug naar het vmbo en haalt haar diploma voor mode en commercie.
Amerika
Na het internaat wil Isanne via een uitwisselingsprogramma naar Amerika. Haar ouders konden dit niet bekostigen. “Ik schreef bedrijven aan: ‘Ik zit op een internaat en heb dromen. Kunnen jullie me helpen? Isanne krijgt de fondsen bij elkaar, maar haar droom gaat stuk. “Het uitwisselingsgezin waar ik terecht kwam, wist niet dat ik een kleurtje heb. Ze deden hun best maar er was een racistische demonische geest en daar wist ik niet mee om te gaan. Ik voelde me er niet veilig en binnen twee maanden was ik weer terug in Nederland.”
Alles probeert ze om de leegte die ze voelt, te vullen. “Ik zocht het in uitgaan, drinken, aandacht van mensen, mannen. Ik zat vanaf mijn negentiende op datingwebsites en zocht altijd contact met oudere mannen. Die hebben meer levenservaring, daar kan ik meer mee levelen. Dacht ik. Maar ik kwam altijd terecht in lust, terwijl ik liefde wilde ontvangen. Ik verkocht mijn lichaam ook voor geld, zo gebroken was ik. Ik heb me zelfs een paar keer als ‘sugarbaby’ mee laten nemen op reis. Ook was ik overal waar ik kwam op zoek naar contact met mannen. Soms vloog ik voor een afspraak naar Noorwegen of was ik aan het daten op Malta. Toen ik als mediamanager werkte voor het Eurosongfestival, keek ik altijd even rond of ik kon daten. Alle remmen waren los, ik had geen grenzen.”

Zelfmoordpoging
Maar de leegte blijft. Tien jaar geleden doet Isanne voor het eerst een zelfmoordpoging door een overdosis medicatie te slikken. Deze mislukt, maar ze blijft worstelen met zichzelf en het leven. In oktober 2020 zit ze drie weken verplicht thuis vanwege covid. “Ik voelde me zo aangevallen door duistere gedachten, het was demonisch.” Isanne ziet het leven niet meer zitten en meldt zich aan bij de Levenseindekliniek. Ze krijgt daarvoor toestemming van haar psychiater en wordt uitgenodigd voor een gesprek met de medewerkers. Door corona duurde de wachttijd twee jaar.
En dan begint Isanne iets op te vallen. “Ik begon allerlei tekentjes van God te zien. Mijn tante stuurde ineens een bijbeltekst, er klopte onverwacht een vrouw aan met een doosje chocolaatjes, Justin Bieber postte op Insta over Jezus. Het was alsof God zei: ‘Ik zie jou, ik heb een plan voor jouw leven, je bent nog niet klaar’.” In de taxi terug van therapie hoort ze het lied Stayin’ alive van de Bee Gees. Het raakt haar diep.
Dopen
Isanne belt een christelijke vriendin, Lydia. Die neemt haar mee naar pastora Irma van der Boom van Best Life Church in Utrecht. Zij bidt voor Isanne, die zich bekeert en Jezus aanneemt in haar leven. “Ik geloofde in God de Schepper, maar Jezus nog niet.” Ze laat zich ook dopen, in januari 2021. “Ik stond toen nog steeds ingeschreven bij de Levenseindekliniek. Ook zat ik nog vast aan wereldse dingen.” Isanne houdt zich bezig met BDSM, wat staat voor Bondage and Discipline (BD), Dominance and Submission (DS) en Sadism and Masochism (SM). “Ik was zo hongerig naar liefde maar ik had ook zoveel slechts gezien van mannen. Ik dacht op een gegeven moment dat als een man onderdanig is en dienend, hij liefde heeft voor mij en zal hij mij niet afwijzen.”
Lydia neemt Isanne mee naar de kerk. “In de kerk voelde ik me ineens anders. Ik merkte: hier gebeurt iets. Maar ik had tijd nodig om God te vertrouwen en te geloven dat het van Hem is. Ik vroeg me af waarom de mensen zo vriendelijk waren. Was dat wel oprecht? Er zat nog zoveel wantrouwen in mij.”
Bevrijd
Haar leven verandert, ontdekt Isanne tot haar eigen verbazing. “Ik weet nog dat ik nog actief was op websites waarop allerlei soorten mensen hun lichaam verkopen en ik dacht: dit wil ik niet meer. Je geest is vernieuwd, dat voel je. En het Woord snijdt in je.” Isanne heeft moeite met het lezen van de Bijbel. “De vijand wil niet dat je dat doet. Mijn ziel zat nog gevangen. Ik heb gezien dat het echt een proces is om vrij te komen. Pas dit jaar kan ik zeggen dat ik voor honderd procent bevrijd ben. Dat is echt heel bijzonder als ik kijk waar ik aan allemaal aan vastzat. Ik wist ook: alles zit zo diep, dit gaat tijd kosten. Maar ik heb ontdekt dat God echt is. Hij ziet mij en ik ben zo dankbaar dat Hij me heeft gered en dat ik Zijn liefde mag ervaren. Dit wil ik heel graag delen met anderen, door over Hem te vertellen. Er is nog zoveel wat ik in mijn leven wil doen.” Ze ervaart ook dat God herstel brengt in haar familie.
Haar levenservaring heeft Isanne gebruikt om kinderen die onder Jeugdzorg vallen, te helpen. “Ik was vier jaar jeugdzorgambassadeur en ging naar scholen toe om te vertellen wat Jeugdzorg inhoudt en dat kinderen die ermee te maken krijgen, zich niet hoeven te schamen.” Nu wil ze als vrijwilliger achter de piano liedjes zingen voor ouderen met dementie of jongeren met psychische en lichamelijke klachten.
Terugkijkend ziet Isanne dat God er altijd was. “Hij heeft helpers in mijn leven gebracht. Zoals Anne, een oudere dame die in een straat achter me woonde. Zij keek naar mij om. Samen zongen we K3-liedjes, speelden we rummikub en dronken we sinaasappelthee. Zij zag mij. God werkte door haar en anderen heen.”

Lydia vond God in de jeugddetentie: “Heb Zijn omarming zo gevoeld”




