De hel bestaat. Dat geloofde ik van jongs af aan. Toen ik de genade van God leerde kennen, begon ik daar ernstig aan te twijfelen. Alverzoening leek niet alleen logisch, theologisch léék het ook nog te onderbouwen. En al die kerkvaders geloofden er tóch in? Bijna 10 jaar geleden kwam ik uit de kast als alverzoener. Maar ondanks de beste intenties van de wereld werd ik tóch misleid. Vandaag deel ik hoe ik afdwaalde en hoe onze goede Heer mij weer terugbracht naar de waarheid. Dit is mijn verhaal als voormalig universalist.
Een jaar geleden deed ik een boekje open. In een 10-minuut durende video, waar ook Revive over schreef, bood ik mijn excuses aan voor het verspreiden van een dwaalleer. Alhoewel ik alverzoening al jaren geleden de rug toegekeerd had, had ik er nooit publiekelijk een punt achter gezet. Ik denk dat het lange tijd gewoonweg te pijnlijk was. De reacties op mijn onthullingen waren overweldigend. Velen reageerden dankbaar, blij en opgelucht, maar anderen vroegen zich af hoe ik in alverzoening begon te geloven en waarom ik het achter mij gelaten heb. Ik wist dat ik toelichting moest geven, maar ik wachtte op de juiste timing.
En toen veranderde alles
Eén week later kondigde David de Vos, mijn jeugdheld en voorbeeldevangelist, zijn boek Rauw aan. Alhoewel ik mij als medecharismaat zeker kon vinden in veel van zijn pijnpunten, maakte ik mij ook grote zorgen over die ene uitspraak, dat “iedereen een kind van God” zou zijn. Mijn reis naar het universalisme was immers begonnen met diezelfde uitspraak.
Ik hield mijn hart vast. Ik besloot zijn boek te kopen en na het lezen van zijn boek werden mijn zorgen enkel groter. Maar ik besloot mijn kruid droog te houden. Toen David laatst Reinier Sonneveld, auteur van ‘Het Einde van de Hel’, op zijn podcast ontving, wist ik dat dat juiste moment aangebroken was.
Mijn afdwaling in hypergenade
Het is een verhaal waar velen zich in zullen herkennen: na een goede, evangelische kindertijd riep God mij op mijn 14e om mensen tot Hem te leiden. Bomvol enthousiasme en gesterkt door wonderen getuigde ik erop los. Maar er ging wat fout. Zonder dat ik er bewust van was, zat mijn hart niet op de juiste plek. Ik probeerde namelijk Zijn goedkeuring te verdienen door zo goed mogelijk te presteren. Na het uiteenvallen van mijn jeugdgroep, tevens mijn bediening en vriendenkring, raakte ik in een dal. Ondanks al mijn inzet leken mijn dromen uiteen te vallen.
En daar, in de vallei, leerde ik de genade van God kennen. Ik ontdekte zoveel over Hem en besefte mij dat ik eigenlijk nog helemaal niets wist van Gods hart. Ik dacht dat Jezus kwam om ons te redden van een boze God, maar blijkbaar openbaarde Hij juist het hart van de Vader. Mijn theologie stond op de kop.
Binnen enkele maanden trok God mij uit de put: Ik vond een warme gemeente, ontving herstel in mijn hart, maakte een zendingsreis naar Oeganda en werd zelfs de fulltime bediening in geroepen. En dat allemaal op mijn 19e! De enige die er toen écht achter stond kreeg niet lang daarna een psychose… Maar, hey, God had gesproken!
En God voorzag. Elke maand wist ik op wonderlijke wijze rond te komen. Man! Wat is Zijn genade toch geweldig? Mensen moesten eens weten! Welke andere boodschap valt er te vertellen?
Genade versus wet
Online volgde ik diverse genadepredikers. Achteraf gezien deelden ze geweldige Bijbelse waarheden, maar negeerden ze ook een hoop. Naar hun voorbeeld ging ook ik shoppen. Intern ontsprong er een strijd tussen Bijbelpassages, tussen genade en wet. Omdat de genadeboodschap mij zo’n kick had gegeven, zocht ik al gauw naar mijn volgende high. Ik ontdekte predikers die “spannend” waren. Zij zeiden dingen die door de religieuze mensen verafschuwd werden. Dan moest het wel goed zijn!
Ondertussen zag ik alles wat tegen deze high inging als wettisch. Gestuwd door puberale neigingen gaf ik volop tegengas. Ook mensen met wie ik het doorgaans goed kon vinden werden wettisch. Alles werd wettisch. Dat werd de trechter waardoor ik naar de wereld, de kerk en de Bijbel keek. Het maakte mij blind voor de volledige Bijbelse boodschap. Daardoor was ik niet in staat om de argumenten voor alverzoening te weerleggen toen het mij ter ore kwam. Het was de apostel Paulus die dit ook om zich heen zag gebeuren en zijn discipel Timotheüs hiervoor waarschuwde. Ook wij kunnen hiervan leren:
“Predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht. Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten. Ze zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels.” – 2 Timotheüs 4:2-4, HSV.
Verleidelijke ideeën
De Bijbel waarschuwt voor mensen die de waarheid negeren vanwege hun begeerten en daarmee Gods genade misbruikten, zoals in Romeinen 6:1, Judas 1:4 en 2 Petrus 2:1-3. Vaak hoorde ik het verwijt dat dit over mij ging. Daar herkende ik mij niet in, omdat ik Gods genade helemaal niet misbruikte voor losbandigheid. Maar achteraf gezien bleek dat wél zo te zijn. Ik was dan wel niet zichtbaar losbandig, in mijn hart was ik rebels, tegendraads en hoogmoedig. Zo kreeg menselijke filosofische gedachtenspinsels over God als Liefde de overhand over de Bijbelse bewoordingen van Zijn liefde.
Ik begon aanstoot te nemen aan het idee van een rechtvaardig oordeel, verhardde mijn hart en verhief mijzelf boven de Bijbelse openbaring. Ik toetste mijzelf niet langer aan de Bijbel, maar toetste de Bijbel aan mijn hart en gedachten. Dit gebeurde niet bewust, maar achteraf werd duidelijk wat mij motiveerde. Hiermee zette ik de deur open naar vergaande vormen van vrijzinnigheid. Zelfs het idee dat de duivel slechts een metafoor is voor onze kwade gedachten passeerde de revue, al ging dat zelfs voor deze charismaat te ver.
Bijbelteksten voor alverzoening
Wat mij overtuigde, waren de tientallen verzen die alverzoening lijken te onderbouwen. Daaruit bleek immers dat; Christus alles, zélfs geestelijke machten, met Zich had verzoend (Kol. 1:15-20), allen in Hem zullen opstaan (1 Kor. 15:22), Christus de redder van de wereld is (1 Joh. 4:14), Hij alle zonden wegneemt (Joh. 1:29) en elke knie voor Hem zal buigen (Fil. 2:10-11) en Hem zal prijzen (Op. 5:13).
Deze teksten maakten diepe indruk op mij. Temeer omdat ik er nog nooit een preek over gehoord had. Gods goedheid was écht stukken groter dan ik dacht! En iedereen moest het weten! Ondertussen ontdekte ik dat het woord ‘hel’ een Germaans woord is en dat de grondtekst een ander verhaal lijkt te vertellen. Het dodenrijk (sheol, hades) was niet de hel, gehenna was een vallei en de NBV gebruikte “terecht” precies nul keer het woord “hel”.
Het grote relativeren was begonnen. Gewapend met een boodschappenlijst aan bewijsteksten overschreeuwde ik alle passages die de hel wel degelijk noemen, terwijl we dergelijke passages in harmonie dienen te brengen door Schrift met Schrift te vergelijken. Op elke hel-tekst had ik mijn weerwoord klaar staan. Ik was vooral bezig met de teksten te weerleggen, in plaats van eerlijk te onderzoeken wát er oorspronkelijk mee bedoeld werd.
En toen kwam ik naar buiten als alverzoener. Meestal kwam ik impliciet naar buiten, maar zo nu en dan ook expliciet. Ik startte bijvoorbeeld WhatsApp- en Facebookgroepen voor “vrije theologen” en “christelijke universalisten” en trok zo best wat mensen mee. Zo ook diverse vrienden met wie ik in die tijd optrok. Ik werd verguisd, verloor spreekbeurten en partners en droeg “Dwaalniël” als geuzennaam. Ik deed het graag, omdat ik trouw aan mijn reis wou blijven. Een nobel, maar redelijk postmodern streven.
Wat mij wakker schudde
Het duurde zo’n twee jaar totdat ik zag hoe desastreus de uitwerking van deze leer was. Vrienden en kennissen verloren hun geloof, Christus werd een tamme hippie en zonde nam toe. Wat mij wellicht het meest wakker schudde was de confrontatie met een universalist, een gehuwd spreker, die actief de genade van God misbruikte om seksueel grensoverschrijdende handelingen met zijn studenten goed te praten. Ik sprak met slachtoffers, onderzocht het bewijsmateriaal en wist hem privé en uiteindelijk publiekelijk terecht te wijzen.
In die tijd werd ik in mijn hart gegrepen door Gods liefde voor de slachtoffers en Gods woede tegen het onrecht. Ik ontdekte dat oneindige genadeprediking juist tot deze losbandigheid geleid had, wat niet gecorrigeerd kon worden gezien dat “wettisch” was. Passages als Judas 1:4 hielpen mij om te beseffen dat eenzijdige genade vaak tot losbandigheid leidt:
“Want er zijn sommige mensen binnengeslopen, die tot dit oordeel al lang tevoren opgeschreven zijn, goddelozen, die de genade van onze God veranderen in losbandigheid, en die de enige Heerser, God en onze Heere Jezus Christus, verloochenen.” – Judas 1:4, HSV.
Toen óók enkele gelovige vrienden door deze vrijzinnigheid het geloof loslieten en mijn evangelisatie amper impact had, moest ik de pijnlijke conclusie trekken: alverzoening is een doodlopend spoor. Het draagt slechte vruchten en ondermijnt de kracht van het evangelie.
Het is mijn hoop en gebed dat David de Vos en andere mensen die het heilloze pad van alverzoening bewandelen tot datzelfde besef zullen komen.
In de onderstaande video duiken wij verder in op de methodische denkfouten die tot deze dwaling leiden. Komende week volgt een artikel én video waarin de argumenten voor alverzoening inhoudelijk weerlegd worden.





