De meerderheid in Nederland gelooft niet in God, maar bij de jonge generatie gen Z begint dat te kantelen, ze zijn erg positief over de kerk en het geloof. Ook zijn ze veel conservatiever in hun opvattingen over bijvoorbeeld abortus en het homohuwelijk. Dat blijkt uit het VU-onderzoek ‘God in Nederland’, in opdracht van de VU. Dagblad Trouw schreef een reportage over deze trend. “We missen houvast. En dan ga je zoeken. Voor sommigen is dat therapie, voor mij is dat God”, zegt de 23-jarige Suraj Bhoelai over zijn generatie.
Onderzoekers van de zesde editie van God in Nederland concluderen dat de ontkerkelijking sinds het begin van dit onderzoek in 1966 alleen maar verder doorzet. In 1966 rekende 67 procent zichzelf tot een kerkgenootschap, in 2024 is dat gedaald tot 27 procent.
Dit patroon zet niet door, zo laat het onderzoek zien. Van de generatie gen Z beschouwt 27 procent zichzelf als gelovig. Dat is 5 procentpunt meer dan de millennials. Ook is het geloof in een transcendente werkelijkheid, God of een hogere macht, toegenomen bij gen Z, van 26 naar 29 procent. De Gen Z-generatie heeft meer vertrouwen in kerken, ze vinden religie van meer belang voor de identiteit van Nederland, en ze hebben meer bezwaar tegen het verdwijnen van kerken.
Op ethische onderwerpen is gen Z behoudender dan de millennials. Abortus wijzen ze vaker af en ze staan negatiever tegenover homoseksuele relaties.
Wil je meer lezen over het onderzoek, klik dan hier.

