Al een jaar komen steeds de cijfers 911 bij mij terug. Als mijn oog op de klok viel en ik zag deze cijfers ervoer ik steeds dat God er iets doorheen wilde zeggen. De cijfers 911 staan natuurlijk voor het internationale noodnummer dus ik dacht eerst dat ik voor iemand moest bidden die in nood was, maar ik voelde toch niet dat het dat was. Via Handelingen 15 kwam ik op zeker moment op Amos 9:11. Ik geloof dat in dit vers een profetisch woord bevat voor de kerk van Nederland.
In Handelingen 15 keren Paulus en Barnabas na vruchtbaar zendingswerk terug naar Jeruzalem. In hun voetspoor hebben ook bekeerde Joden de nieuwe gemeenten bereikt, wat tot onenigheid heeft geleid omdat zij de nieuwe christenen onderwijzen om zich aan de wet van Mozes te houden. Naar aanleiding hiervan vindt de eerste internationale kerkvergadering plaats. Alle apostelen vertellen hun verhaal, en Petrus vertelt hoe hij vanaf het begin door God gebruikt is om ook heidenen het evangelie te vertellen. Aan het einde van de vergadering concludeert Jacobus, de broer van Jezus: dit is waarover de profeten hebben gesproken, dat God ook uit de heidenen een volk wil verzamelen voor zijn naam. Hierna citeert hij de woorden uit Amos 9:11:
Daarna zal Ik terugkeren en de vervallen tent van David weer opbouwen, wat daarvan is ingestort zal ik weer opbouwen, en ik zal haar weer oprichten zodat het overige deel van de mensheid de Heer zal zoeken en alle heidenen over wie mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Heer die deze dingen doet die van eeuwigheid af bekend zijn. (Hand. 15:16-18).
De tekst in Handelingen wijkt een beetje af van die in Amos. Dat komt doordat in onze bijbel Amos vertaald is vanuit het oorspronkelijke Hebreeuws terwijl in het nieuwe testament veel gebruik wordt gemaakt van de Griekse vertaling van het oude testament (Septuagint). Uit het ontstaan van deze Griekse vertaling blijkt al dat de belofte die God ooit aan Abraham had gegeven tot uiting aan het komen was, namelijk dat door zijn nakomelingen heen alle generaties van de aarde gezegend zouden worden. De Joden waren door de eeuwen heen nooit erg zendingsbewust geweest, maar juist rond het begin van onze jaartelling waren overal in het Romeinse Rijk Joodse gemeenschappen ontstaan waardoorheen ook heidenen tot het geloof in de God van Israël waren gekomen. In Handelingen lezen we dat juist deze groepen, vaak aangeduid als “Grieken” (Griekssprekenden), in vrij grote getale tot geloof in Jezus komen.
Door Jacobus wordt deze ontwikkeling gelinkt aan de woorden van de profeet Amos, namelijk dat de vervallen tent van David weer opgebouwd zal worden. Het woord dat gebruikt wordt in Amos (Sukkat) vinden we ook terug in het Loofhuttenfeest (Sukkot). Het gaat om een tent of een tijdelijk verblijf van takken. Deze tent heeft als doel dat “het overige deel van de mensheid de Heer zal zoeken,” het betreft dus een plaats van aanbidding. Dit kan niet verwijzen naar de tempel want die is niet door David maar door zijn zoon Salomo gebouwd. Toen David de ark van het verbond terugbracht naar Jeruzalem heeft hij wel een tent voor haar opgezet. “Nadat zij de ark van de Here binnengebracht hadden, zetten zij haar neer … in de tent die David voor haar gespannen had…” (2 Sam. 6:17).
In het profetisch woord wordt de wederopbouw van deze tent eraan gelinkt dat ook de heidenen de God van Israël zullen zoeken en aanbidden. Deze verwijzingen vinden we niet bij een herbouw van de tempel. Hoe wordt de aanbidding gekenmerkt die David instelde in de tent die hij gespannen had? Ik haal er drie punten uit, die van profetisch belang zijn voor de kerk van onze tijd:
- Priesterschap van alle gelovigen. Hoewel David geen priester en geen Leviet was bracht hij brand- en vredeoffers (2 Sam. 6:17).
- Uitdelen van eten (2 Sam. 6:19).
- Uitbundige aanbidding (2 Sam. 6:20-23).
Priesterschap van alle gelovigen. In de wet van Mozes was de stam van Levi aangewezen voor de priesterdienst en het brengen van offers. Toch offert David, de man naar Gods hart, zelf en hiermee wijst hij alvast naar het volmaakte offer van Jezus Christus waardoor wij allen kunnen binnengaan in het heilige der heiligen (Hebr. 10:19-21). In de christelijke kerken is toch weer een tendens binnengeslopen dat alleen professionals het werk van God kunnen doen. Het nieuwe testament leert ons dat er één Heilige Geest is die in en op elke gelovige is en ons vaardig maakt voor het werk van God. Laat je op geen enkele wijze weerhouden dat je niet voor God zou kunnen werken maar laat je leiden door de Geest en ga ervoor!
Uitdelen van eten. In de bediening van Jezus zien we nergens dat Hij een collecte houdt en ook bij David zien we dit niet, integendeel: hij deelt juist eten uit aan heel het volk! In de bediening van Paulus zien we het wel, en dit geld wordt ingezet voor mensen die minder of niet hebben en voor werkers. In onze tijd duurt in sommige kerken het praatje voor de collecte langer dan de hele preek! Ik geloof dat geldgerichte bedieningen hun langste tijd hebben gehad maar dat bedieningen die geven aan de armen vruchtbaar zullen zijn. Jezus zegt: zalig de knecht die ik bij mijn terugkomst bezig zal vinden om voedsel uit te delen (Matt. 24:45,46). Als je niet weet wat voor werk je voor God kunt doen: je kunt altijd eten uitdelen. Er zullen altijd mensen zijn die hier behoefte aan hebben en het geeft je een fantastische ingang voor het evangelie.
Uitbundige aanbidding. Het koningschap van David staat op veel punten tegenover dat van zijn schoonvader Saul. Wanneer David de ark binnenhaalt, de aanwezigheid van God, dan is hij zo blij dat hij danst uit alle macht met alleen zijn onderkleding aan. Michal, de vrouw van David en dochter van Saul, is blijkbaar besmet met het zogenaamd “koninklijke” van haar vader en zij veracht David om zijn aanbidding. Elke beweging van Gods Geest is zuiver en onbevangen begonnen maar zo vaak vervalt zij op zeker moment in uiterlijke vormen en regels. Laten we terugkeren en vasthouden aan zuivere en eenvoudige aanbidding: God aanbidden vanuit je hart zonder te malen of er ook mensen kijken. God beweegt op zulke aanbidding. “Vanaf nu is aanbidding geen kwestie van de juiste plaats maar van het juiste hart. God is Geest, en hij verlangt naar oprechte aanbidders die hem aanbidden in de Geest en in waarheid” (Joh. 4:23 TPT).





