Ik ben christen. Ik heb Joodse wortels. En ik ben zionist.
Voor veel mensen is dat al reden genoeg om mij te haten.
Door: David Jeroen de Boer
Sinds 7 oktober 2023 – de dag waarop Israël op beestachtige wijze werd aangevallen – is het antisemitisme wereldwijd niet alleen zichtbaar, maar schaamteloos geworden. Niet fluisterend achter gesloten deuren, maar openlijk schreeuwend op straat, op universiteiten, in kerken, online. De maskers zijn afgevallen.
Israël wordt niet bekritiseerd – wat normaal is in een democratie – maar gedehumaniseerd.
Joden worden niet gezien als mensen met verdriet en verlies, maar als collectieve daders. Onze doden tellen niet. Onze pijn wordt weggelachen. Verkrachting, onthoofding, gijzeling en pogroms worden ‘te begrijpen’ gevonden, zolang het om Joden gaat.
De morele standaarden veranderen zodra Israël in beeld komt.
Terrorisme wordt ineens verzet. Haat wordt heldendom. En de wereld kijkt toe. Of klapt.
Ik verzet me daartegen. Elke dag. Online, in gesprekken, in wat ik schrijf.
Niet voor de likes. Niet omdat het iets oplevert.
Maar omdat ik niet anders kán. Zwijgen voelt als verraad.
Maar ik ben moe.
Niet alleen in mijn hoofd, ook in mijn lichaam. Het kruipt onder mijn huid, drukt op mijn dagelijks leven, vreet aan mijn energie. En ik weet: ik sta niet alleen. Vrienden, volgers, onbekenden sturen me berichten: “Ik ben zó moe. Maar ik kan niet stoppen. Want als wij zwijgen, is er niemand meer.”
We zijn moe van het uitleggen dat Joodse levens óók waarde hebben.
Moe van de eeuwige complexiteit zodra het over Joden gaat.
Moe van mensen die wél schreeuwen voor anderen, maar zwijgen over ons.
Moe van het feit dat het in 2025 in Europa nog steeds gevaarlijk is om zichtbaar Joods te zijn.
Zelfs privé voel ik die dreiging.
Mijn kinderen dragen Joodse namen – geen politiek statement, maar een teken van trots. Mijn jongste zoon heet Zion. Zelfs dat werd me verweten.
Ik draag een Davidster – en ben ermee uitgescholden, bespuugd.
Mijn vrouw is bang dat ik op een dag niet thuiskom, simpelweg omdat ik zichtbaar Joods ben. Die angst is reëel. Maar de ketting gaat niet af.
Op Joodse feestdagen wil ik de Israëlische vlag aan mijn huis hangen. In mijn eigen straat. In een vrij land. Maar ik doe het niet. Niet uit schaamte – ik zou niets liever willen – maar omdat ik wéét wat het uitlokt.
De vlag van het enige Joodse land ter wereld is in Nederland een provocatie geworden. Terwijl het voor mij een symbool is van overleven.
Ik ben trots dat mijn kerk Israël niet laat vallen. Die begrijpt dat je de God van Israël niet kunt volgen en tegelijk zijn volk afwijzen.
Maar ik zie ook het verraad van andere kerken. Die zwijgen. Of erger: kiezen partij tegen het volk waaruit hun eigen Messias voortkwam.
Ze snappen niet dat Joden altijd als eerste worden geraakt. Maar nooit als enigen.
En we moeten het durven zeggen:
De invloed van islamitisch antisemitisme is enorm. In veel islamitische landen is Jodenhaat verweven met cultuur, onderwijs en religie.
Door migratie is dat denken hiernaartoe gekomen.
Wie denkt dat die haat bij aankomst stopt, leeft in een leugen. Dat stopt niet bij een wapenstilstand. Dit gaat niet over land. Niet over grenzen.
Dit gaat over het bestaan van Joden.
Mijn inbox staat vol met haat. Doodswensen. Holocaustverheerlijking. Naziteksten.
Niet van randfiguren op zolderkamertjes, maar van gewone mensen. Met banen. Kinderen. Profielen met naam en foto. Ze zeggen het hardop – omdat ze weten dat ze ermee wegkomen.
Ik ben geen soldaat. Maar ik zit midden in een oorlog.
Een oorlog tegen doelbewuste leugens die als feiten worden verkocht.
Tegen Jodenhaat die zich vermomt als medeleven.
Tegen morele lafheid, verpakt in holle slogans.
Antisemitisme heeft nieuwe woorden gekregen: “vrijheid”, “solidariteit”, “mensenrechten” – maar alleen zolang het níét over Joden gaat.
Als het over Israël gaat, is haat opeens legitiem. Dan mag alles. Dan zwijgt de wereld. Of juicht mee.
Ik ben vóór vrede. Maar niet als dat betekent dat ik mijn volk moet opgeven.
Niet als het betekent dat waarheid moet wijken voor propaganda.
Ik blijf spreken. Niet om aardig gevonden te worden.
Maar omdat ik niet ga buigen voor haat.
Omdat zwijgen ruimte geeft aan leugens – en ik weiger daaraan mee te doen.
Ja, ik ben moe. Maar ik stop niet.
Want ondanks alles zijn we wakker geworden. Hechter. Sterker. Bewuster.
Am Yisrael leeft. En wij buigen niet.
AM YISRAEL CHAI





