Manifestaties van de Heilige Geest zijn opnieuw onderwerp van gesprek in kerkelijk Nederland. Waar komen deze verschijnselen vandaan? Staan ze in de Bijbel? En hoe verhouden ze zich tot de kerkgeschiedenis? In dit artikel spreken we met PKN-predikant David ten Voorde en evangelist en schrijver Ashvien Jitan, en nemen we je mee naar de historische Nijkerkse beroeringen van 1749 tot en met 1752.
De Nijkerkse beroeringen: een nacht die de geschiedenis inging
Het is november 1749 wanneer in de dorpskerk van Nijkerk een gewone avondpreek plots omslaat in een nacht vol hevige geestelijke beroering – later bekend als de Nacht van de Schreeuwende Bekeringen. Dominee Gerardus Kuypers is nog geen kwartier aan het woord wanneer een jonge vrouw in de kerk begint te schreeuwen. Ze klemt zich vast aan de bank, alsof ze fysiek werd vastgehouden.
Tussen haar snikken door roept ze: “Ik verga! Ik verga! Mijn zonden drukken mij!” Haar lichaam schokt zo hevig dat omstanders haar moeten ondersteunen. Anderen vrezen dat ze ter plekke zal sterven.
Kuypers probeert zijn preek voort te zetten, maar al snel beginnen mensen op meerdere plaatsen in de kerk:
- luid te huilen,
- oncontroleerbaar te beven
- op de grond te vallen
- met een luide stem om genade te roepen
Volgens een ooggetuige “steeg het gehuil op als een stormwind in een bos”.
Sommigen vallen bewusteloos op de grond, anderen liggen kronkelend tussen de banken, hun knieën op de vloer, hun handen in de lucht.
Ook buiten de kerk barst het los
Op het kerkhof en in de straten rondom de kerk staan groepen mensen die niet eens binnen waren geweest. Nadat ze hoorden wat er gebeurd was, vallen sommigen buiten eveneens onder hevige geestelijke overtuiging. Ze knielen in de modder en roepen luid om vergeving. Sommigen liggen op de grond alsof ze hun krachten volledig zijn verloren. Een passerende soldaat denkt dat er een epidemie is uitgebroken.
Niet pas in Toronto: manifestaties door de hele kerkgeschiedenis heen
Het idee dat zulke manifestaties pas sinds de Toronto Blessing (1994) zouden bestaan, klopt volgens veel theologen en historici niet. Door de eeuwen heen zijn vergelijkbare verschijnselen vastgelegd. Zo beschreef kerkvader Tertullianus al in de tweede eeuw dat mensen begonnen te beven wanneer de Heilige Geest hen raakte.
Ook tijdens de First Great Awakening (1730–1755) in de samenkomsten van John Wesley en Jonathan Edwards kwamen huilen, beven, roepen en vallen veelvuldig voor. Wesley schreef in zijn dagboek hoe mensen “samentrekkingen in het hele lichaam ervoeren” en “mensen vielen op de grond”.
Er zijn door de eeuwen heen vele getuigenissen hierover te delen.
“Ik moest het onderzoeken: Waarom vallen mensen op de grond?”
Evangelist Ashvien Jitan, die regelmatig genezingsdiensten en gebedssamenkomsten leidt, kwam zelf midden in de vragen terecht. “Tijdens handoplegging begonnen mensen te vallen. Later zelfs via de livestream: ik stond in Nederland, zij keken in Londen – en toch vielen ze. Ik móest dit onderzoeken en wil dit Bijbels gezien begrijpen.”
Zijn zoektocht bracht hem terug naar de Schrift. “Ik ontdekte dat veel dingen die in kerken als ‘vreemd’ of ‘spannend’ worden gezien, gewoon in de Bijbel staan. Maar we praten er nauwelijks over.”
Schuddende gebouwen, vallende priesters en overweldigende heerlijkheid
Jitan noemt Handelingen 4:31, waar het hele gebouw begon te schudden tijdens gebed. “Dat heb ik nooit iemand horen uitleggen. Als dat vandaag zou gebeuren, zouden we waarschijnlijk roepen: ‘demonisch!’ Maar de Bijbel noteert het gewoon zonder uitleg.” In 2 Kronieken 5 kunnen de priesters tijdens de inwijding van de tempel niet meer blijven staan. Ze gaan letterlijk knock-out door de heerlijkheid van God. “Als dat nu in een dienst gebeurt – priesters of leiders die niet meer kunnen staan – zouden we dat meteen verdacht maken.”
Voorover of achterover vallen – maakt het uit?
Een bekend argument tegen vallen in de Geest is dat ‘achterover vallen’ een teken van oordeel zou zijn. Ds. Ten Voorde nuanceert dit:
“In de meeste Bijbelteksten staat niets over de richting. Het gaat simpelweg om vallen – het Griekse pipto of Hebreeuwse nafal. Soms voorover, soms achterover, vaak zonder richting.”
Voorbeelden:
- Ezechiël valt herhaaldelijk voorover wanneer Gods heerlijkheid verschijnt. (Ez. 1:28)
- Daniël valt “ter aarde” en beeft (Daniël 8:17 en 10;9)
- De soldaten in Getsemaneh vallen neer wanneer Jezus zegt: “Ik ben.” (Johannes 18:6)
- Goliath valt voorover – juist onder oordeel (1 Samuël 17:49)
- Dagon, de afgod van de Filistijnen, valt eveneens voorover (1 Samuël 5:3)
“Dit bewijst,” zegt Ten Voorde, “dat de richting geen enkel geestelijk criterium is. De Bijbel legt er geen betekenis in.”
Jonathan Edwards waarschuwde al dat manifestaties nooit beoordeeld mogen worden op uiterlijk vertoon, maar op de vrucht. “Brengt het liefde, bekering, heiliging? Dáár gaat het om. Stel dus geen geestelijke diagnose op basis van alleen maar een uiterlijk verschijnsel. Onderzoek de vruchten. ”
Ook Paulus viel – en niet alleen hij
Ook Paulus viel op grond toen hij Jezus ontmoette.
• Handelingen 9:3–4 – Paulus valt op de grond door een ontmoeting met Jezus.
• Handelingen 22:7 – hij zegt zelf: ‘ik viel op de grond’.
• Handelingen 26:14 – de héle groep valt op de grond.
“Hier staat letterlijk dat een groep mensen tegelijk viel door de stem van Jezus. De kracht van God – Zijn heerlijkheid – zorgde ervoor dat ze naar de grond gingen,” aldus Ten Voorde.
Beven, trillen, extase – ook dat is Bijbels
“Er zijn mensen die zeggen: ‘beven is demonisch’. Maar Daniël 10:10-11 zegt dat de profeet beefde onder Gods aanraking. Handelingen 9:5-6 beschrijft dat Paulus trillend en bevend stond. Dat zijn lichamelijke reacties op de Heilige Geest.”
Zelfs trance – vaak geclaimd als ‘kundalini’ – is gewoon Bijbels beschreven, zegt evangelist Ashvien Jitan. In Handelingen 10:9–11 valt Petrus in “extase” (Grieks: ekstasis). “Dat woord hebben wij niet bedacht,” zegt Jitan “Het staat gewoon in de tekst.”
Manifestaties in de kerkgeschiedenis
Toronto kwam niet met iets nieuws – de geschiedenis staat er vol mee. Wie denkt dat manifestaties pas sinds 1994 in de kerk voorkomen, is niet goed op de hoogte van de kerkgeschiedenis, benadrukt Ten Voorde.
Manifestaties komen in bijna elke opwekkingsbeweging voor:
• 1738 – Methodistenbeweging onder John en Charles Wesley: mensen vielen op de grond, huilden, schudden, riepen het uit vanwege zondebesef. In het dagboek van Wesley staan talloze beschrijvingen van mensen die “als dood” op de grond lagen.
• First Great Awakening (1730–1755). In de samenkomsten van Jonathan Edwards en George Whitefield schreeuwden, weenden en beefden mensen en vielen er een aantal bewusteloos neer.
• Second Great Awakening (1790-1840) In de diensten van Charles Finney vielen mensen op hun gezicht, riepen ze luid tot God, en ervoeren ze sterke manifestaties.
• Wales Revival (1904–1905): mensen knielden massaal op straat, overweldigd door Gods aanwezigheid.
•Azusa Street Revival (1906-1909): vallen, beven, lichamelijke reacties waren normaal.
• Shantung Revival in China (1927-1937) met name in Baptistenkerken: Men moest lachen, vallen, ervoer elektriciteit in hun lichaam, ontving genezing en mensen beefden en schudden.
• Toronto Blessing (1994) en Brownsville Revival (1995): vergelijkbare ervaringen.
De Nadere Reformatie (17e eeuw)
Ook in de eeuw voorafgaand aan de Nijkerkse beroeringen vinden we indrukwekkende beschrijvingen van diepe geestelijke ervaringen. Bekende vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie (1600–1750), zoals Willem Teellinck en Theodorus à Brakel, spreken over intense momenten van “roeringen van de Geest” en perioden waarin men “twee à drie dagen met het gemoed in de hemel” verkeerde.
Deze mannen stonden bekend om hun lange en vurige gebedstijden, waarin zij Gods liefde soms zo krachtig ervoeren dat zij getuigden dat hun “hart en lichaam het niet langer hadden kunnen verdragen, anders zouden zij sterven”.
Volgens Ten Voorde zijn dergelijke manifestaties van de Heilige Geest dan ook allesbehalve nieuw:
“De uiteenlopende ervaringen van de Heilige Geest komen door de hele kerkgeschiedenis voor, vooral tijdens perioden van opwekking, persoonlijke heiliging en geestelijke vernieuwing.”
De Biblebelt: een vrucht van de Nijkerkse beroeringen
Volgens Ten Voorde vormden de Nijkerkse beroeringen het begin van een krachtige opwekking die zich verspreidde naar plaatsen als Aalten in het oosten en Bleskensgraaf richting het zuidwesten – gebieden die later de Nederlandse Biblebelt zouden vormen.
Jitan: “De geestelijke honger die je vandaag nog steeds in deze regio voelt, is vrucht van die beweging.”
De kernvraag: God, duivel of emotie?
Volgens Jitan moet elke manifestatie getoetst worden aan drie mogelijke bronnen:
- Goddelijke aanraking
- Demonische vervalsing
- Menselijke emotie
“Maar,” benadrukt hij, “de richting van het vallen zegt niets. De Bijbel geeft daar geen enkel criterium voor.”
De beslissende toetssteen blijft altijd de vrucht:
“Een goede boom herken je aan goede vruchten. Als manifestaties demonisch zouden zijn, zou je massaal gebonden mensen zien. Maar overal waar de Heilige Geest beweegt, zie je het tegenovergestelde: bekering, zuivering, heiliging, liefde voor Jezus. Een koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, kan niet bestaan.”





