Het lijkt haast normaal geworden dat gelovigen elkaar bekritiseren, tegenwerken of afleiden van hun roeping. Maar hoe is dat mogelijk? Zijn we vergeten wie onze echte vijand is? “Want waar afgunst en eigenbelang heersen, daar is wanorde en allerlei kwade praktijk.” – Jakobus 3:16
Tekst: Fausto Tumolo
We zeggen dat we Christus volgen, maar gedragen ons soms meer als werktuigen van de vijand dan als kinderen van het licht. Verdeeldheid, jaloezie en afgunst zijn werken van het vlees, niet van de Geest.
“Het vlees echter brengt voort: vijandschappen, ruzie, jaloezie, woede, gekibbel, verdeeldheid, partijschappen, afgunst…”
— Galaten 5:19-21
De wortel ligt vaak in innerlijke wonden, onzekerheden, en een gebrek aan identiteit in Christus. Maar zien we werkelijk niet wat er geestelijk gebeurt?
“Elke stad of elk huis die innerlijk verdeeld is, kan geen stand houden.”
— Mattheüs 12:25
Door deel te nemen aan verdeeldheid, werken we niet samen met God — we werken Hem tegen. Wie zijn broeder jaloers is of zijn zuster veroordeelt, handelt niet naar de Geest, maar naar het vlees.
“Wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis…”
— 1 Johannes 2:11
We zijn geroepen om elkaar op te bouwen, te bemoedigen en te versterken. Als iemand verder of hoger gaat — prijs God! Want het is God zelf die door onze broeders en zusters heen werkt.
“Want het is God die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.”
— Filippenzen 2:13
“Maar aan ieder van ons wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander.”
— 1 Korinthe 12:7
Ja, we zijn verschillend — maar we hebben één Geest. En die Geest werkt in eenheid, liefde en orde. Wanneer we elkaar tegenwerken, oordelen we vaak onbewust het werk van Gods Geest in de ander.
“Verblus de Geest niet. Veracht de profetieën niet, maar beproef alle dingen. Behoud het goede.”
— 1 Thessalonicenzen 5:19-21
We zijn wél geroepen om te toetsen en geestelijk te onderscheiden. Maar niet om te veroordelen — wel om te bidden, te verzoenen en te herstellen.
“Broeders, als iemand tot een misstap komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand terechtbrengen in een geest van zachtmoedigheid. Let op uzelf, opdat ook u niet in verzoeking komt.”
— Galaten 6:1
God roept ons niet tot verdeeldheid, maar tot eenheid in de Geest. Niet tot kritiek, maar tot voorbede. Niet tot jaloezie, maar tot dankbaarheid. Niet tot oordeel, maar tot herstel.
Laten we daarom wandelen in liefde, waarheid en eerbied voor wat Gods Geest doet — in ons én in de ander.





