“Van buiten had ik alles. Maar van binnen niet.” Voor Daphne Smit vat die ene zin haar jaren in het topvoetbal samen. Al vanaf haar vierde draaide haar leven om voetballen. Waar andere meisjes met poppen speelden, liep zij rond met een bal. “Ik had zelfs een kussen dat een voetbal was,” Vertelt ze samen met haar man Lucas, die basketbal speelde, bij het tv-programma Hour of Power. “Ik was gewoon verliefd op het spelletje.”
Alles stond in het teken van voetbal. De techniek, de tactiek, de spanning van winnen, het spelen in een team — het trok haar volledig naar binnen. “Alles wat ik deed stond in het teken van voetballen,” vertelt ze. “Ik kon gewoon niet stoppen.”
Op haar zeventiende en achttiende brak ze door in de Eredivisie. Niet veel later volgde een grote stap: Amerika. Op negentienjarige leeftijd vertrok ze naar een professionele voetbalomgeving die nauwelijks te vergelijken was met Nederland.
“Dat was echt bizar,” zegt ze. “We vlogen naar wedstrijden met het vliegtuig. Ik kreeg een gigantische beurs, alles werd betaald — huisvesting, studie, sport. Mijn hele leven was ingericht op presteren.”
‘Van buiten had ik alles, maar van binnen niet’
“Van buiten had ik alles,” zegt Daphne. “Maar van binnen niet.”
Juist in Amerika begon het te schuren. Ze leefde voor een doel, trainde harder dan ooit en bereikte waar ze jarenlang voor had gevochten. Toch ontdekte ze dat succes haar niet gaf waar ze diep vanbinnen naar verlangde.
“Voetbal zelf vervult je niet,” zegt ze. “Ik ben dankbaar voor alles wat ik heb meegemaakt — toernooien, wedstrijden, binnen- en buitenland — maar uiteindelijk is het niet wat je hart vult.”
Tegelijk zag ze ook de andere kant van de topsportwereld. “In voetbal heb je ook te maken met manipulatie, hoge druk, mentale problemen,” zegt ze. “Veel van wat onder jongeren speelt, speelt daar ook gewoon.” Het werd een confronterende ontdekking: zelfs een droom die uitkomt, kan leeg voelen.
Juist in die periode begon er iets te verschuiven. Iemand nodigde haar uit voor een kerkdienst. Veel verwachtingen had ze niet. “Gemiddeld bleef ik tien minuten,” zegt ze lachend. “Ik had er echt helemaal niks mee.”
Haar beeld van christenen was bovendien niet positief. “Ik dacht: christenen doen zich beter voor dan anderen. Als God echt bestaat, dan moet dat toch je hele leven beïnvloeden — niet alleen een uurtje op zondag.” Toch bleef de vraag ergens knagen.
‘God, als U echt bent, dan moet er nu iets gebeuren’
Op een gegeven moment besloot ze God uit te dagen. “Ik was er helemaal klaar mee,” zegt ze. “Ik zei letterlijk: ‘God, als U echt bent, dan geef ik U één kans.’” Samen met een vriend googelde ze een kerk in de buurt van haar universiteit. Wat ze aantrof, leek totaal niet op wat zij als kerk kende. “Ik dacht: wow, dit is anders.”
Tijdens de aanbidding gebeurde er iets wat ze nauwelijks onder woorden kan brengen. “Op het moment dat een vrouw begon te zingen, voelde het alsof een vloedgolf over me heen kwam,” vertelt ze. “Alsof er elektriciteit door mijn lichaam ging. Ik voelde een diepe liefde die ik nog nooit eerder had ervaren.”
Ze begon te huilen — iets wat al lange tijd niet was gebeurd. “Het voelde alsof er licht in mijn hart kwam,” zegt ze. “En ik wist gewoon: Jezus is de weg, de waarheid en het leven.” De ervaring zette haar leven op z’n kop. Tussen trainingen en colleges begon ze op zoek te gaan naar antwoorden.
“Ik snapte nog helemaal niet wat er gebeurd was,” zegt ze. “Maar in mijn hart wist ik: dit is het.” Ze dronk koffie met voorgangers, sprak met christenen van verschillende leeftijden en ontdekte langzaam een verschil dat haar diep raakte. “Ik zag het verschil tussen in een kerkbank zitten en echt een persoonlijke relatie met God hebben.”
Een Nederlands elftal-shirt op schoot — en een radicale keuze
Terwijl haar voetbalcarrière verder openlag, begon tegelijk een andere overtuiging te groeien. “Alles in mij zei: stop,” vertelt Daphne. Ze had aanbiedingen om verder te spelen in Europa. De sportwereld lag nog steeds open. Maar sinds haar ontmoeting met God voelde ze steeds sterker dat haar weg ergens anders lag.
“Ik wist gewoon: het is genoeg geweest,” zegt ze. “Ga voor God.” In december 2021 besloot ze definitief te stoppen met haar carrière. Op haar schoot ligt tijdens het interview haar shirt van het Nederlands elftal — nummer vijftien. Een tastbare herinnering aan wat had kunnen zijn. Was die keuze moeilijk? “Nee,” zegt ze opvallend resoluut. “De keuze was eigenlijk niet moeilijk.”
“Het was alsof ik diepe vrede had. Alsof ik wist: nu ga ik een andere kant op.” Wel duurde het lang voordat ze weer een voetbalveld opstapte. “Ik moest daar echt afstand van nemen,” zegt ze. “Maar ik ben er heel dankbaar voor.”
Ook Lucas zocht vervulling — eerst in sport, daarna in drugs
Voor haar man, Lucas Smit, verliep de zoektocht anders. Opgegroeid in Katwijk begon hij al jong met basketbal. Zijn talent viel op en uiteindelijk speelde hij in Leiden op het hoogste jeugdniveau. “Ik was guard,” vertelt hij. “Driepunters schieten, het spel opzetten, de bal brengen.”
Maar tegelijk verdween geloof steeds verder naar de achtergrond. Wedstrijden op zondag, nieuwe vrienden en een zoektocht naar vervulling brachten hem op een ander pad. “Toen kwamen vrouwen, drank en drugs,” zegt hij open.
Wat begon als zoeken in sport, verschoof naar feestjes, relaties en uiteindelijk een verslaving. “Ik hield er een wietverslaving aan over,” zegt hij. “Ik was eigenlijk gewoon op zoek naar iets wat mij vervulde.” Dat lukte nergens.
Tot ook hij opnieuw in aanraking kwam met geloof. Via zijn moeder, die zelf tot geloof kwam door filmpjes op YouTube over een levende relatie met God, veranderde langzaam ook zijn eigen leven.
Toch bleef één ding verborgen: zijn verslaving. Tot zijn moeder op een dag naar hem toe kwam. “Ze zei: ‘Ik heb het idee dat het niet goed met je gaat.’ Ik dacht alleen maar: oh nee, ze weet het.” Hij vertelde eerlijk over zijn verslaving. Daarna volgde hulp — en herstel. “Op een bijzondere manier ben ik daar vanaf gekomen,” zegt hij.
‘Het geloof bracht ons samen’
Opvallend genoeg bracht niet sport, maar geloof hen uiteindelijk samen. “Het geloof bracht ons samen,” zeggen ze allebei lachend. Ze ontmoetten elkaar op de bijbelschool. Liefde op het eerste gezicht was het niet. “Nee,” lachen ze. “We leefden eerst gewoon langs elkaar heen.”
Tot er toch iets veranderde. Inmiddels zijn ze getrouwd en actief als evangelisten in Goes. Op straat spreken ze met mensen over Jezus, bidden voor zieken en zien mensen tot geloof komen. “De Bijbel zegt dat de velden wit zijn om te oogsten,” zegt Lucas. “Iedereen heeft de roeping om het evangelie te delen.”
Hun verlangen reikt verder dan Nederland alleen. “Binnen- en buitenland,” zegt Lucas. “Kerkplanten, mensen tot Jezus leiden. Wat wij hebben meegemaakt, willen we doorgeven. Je kunt vol voor sport gaan,” zegt Lucas. “Maar uiteindelijk is God de enige die echte vervulling geeft. Dat is meer dan goud.”
Bekijk hier de hele uitzending:





