Op zaterdag 15 november werd opnieuw de stille tocht van de Mars voor het Leven gehouden, georganiseerd door Schreeuw om Leven. Ook de NPV en de Week voor het Leven waren aanwezig. Chris Develing, projectleider van de Week voor het Leven en betrokken bij NPV, vertelt dat het een unieke editie was. “Je loopt met duizenden mensen in stilte rond. Waardoor je laat zien: je kan ook waardig demonstreren … we zijn niet snel van de pannendeksel, ook niet agressief”.
Volgens Develing vond dit jaar de mars plaats met circa 11.000 deelnemers — een stijging ten opzichte van ongeveer 10.000 vorig jaar. Hij noemde de deelname van jongeren, vriendengroepen en christelijke influencers opvallend: “Ook best wel wat christelijke influencers, eigen camera’s, mensen interviewen zelf verslag doen. Sommige ken ik ook, best wel volgers, best wel verspreid.” Politici als Bert-Jan Ruissen (SGP) en ook vrouwen die hun getuigenis deelden kwamen aan het woord.
De mars zelf verliep in stilte: “Je loopt met duizenden mensen in stilte rond. Waardoor je: je kan ook waardig demonstreren … we zijn niet snel van de pannendeksel, ook niet agressief,” gaf Develing aan. Tegelijk werd benadrukt dat het protest-klimaat intensiever werd: “Wij hebben ook wel gezien meer tegendemonstranten waren, vorig jaar nog maar 100 en nu zeker meer dan duizend.”
Voor Develing is de mars méér dan een manifestatie; hij ziet het als onderdeel van cultuur- en beleidsbeïnvloeding. Hij haalt onderzoek aan dat in Nederland één op de zes zwangerschappen eindigt in abortus, terwijl slechts ruim één op de tien Nederlanders zich daarvan bewust is. “Het lijkt erop dat mensen weinig of eenzijdig geïnformeerd zijn,” aldus Develing, “hoe beter mensen feiten kennen over abortus, hoe beter.” Vanuit deze optiek positioneert hij de Week van het Leven en de mars als middel om gesprek en bewustzijn te stimuleren.
De organisatieachtergrond is helder: de Mars voor het Leven werd gehouden op zaterdag 15 november op het Malieveld in Den Haag. De boodschap luidde: “voor een abortusvrije samenleving” — een samenleving waarin elk leven welkom is en hulp geboden wordt aan moeder, vader én kind. Develing stelt dat de mars richting politiek en maatschappij een duidelijk signaal geeft: abortus is niet uitsluitend een individuele medische keuze, maar raakt aan de waardigheid van ongeboren leven en de vraag hoe een maatschappij met kwetsbaarheid omgaat.
Toename
Toch erkent hij dat meetbaarheid van resultaten moeilijk is: “Lastig te meten, je werkt met ideeën en opinies … ga maar meten waar aanslaat… ook social media.” Hij stelt dat een belangrijke metric het aantal deelnemers is (“Als meer mensen dan vorig jaar kwamen, dan zegt het ook wel iets.”) maar ook de discussie eromheen en de zichtbaarheid in media- en sociale mediakanalen. De groei van jongerenparticipatie beschouwt hij als strategisch relevant: “Ook best wel wat jongeren … soms vanuit SGPj of jeuggroepen … ze pakken dit echt op.”
Voor de komende periode ligt de focus volgens Develing op verdieping en hulpverlening, niet alleen op demonstratie: in de Week van het Leven wordt aandacht besteed aan vragen als: wanneer begint leven? hoe komt hulpverlening tot stand bij onbedoelde zwangerschap? De rol van de NPV-organisatie is daarin actief.
Tegenstand
Develing noemt de toegenomen oppositie duidelijk: de tegendemonstratie kwam in groten getale, met onder meer Dolle Mina’s en de Vrije Keuze Coalitie geformeerd op de Laan van Reagan en Gorbatsjov. Hij ziet dit niet uitsluitend als tegenstand, maar ook als indicatie dat het debat scherper geworden is — en dus dat de inzet urgenter is.
Zowel in de politiek als in de samenleving, neemt pro-life namelijk toe. Ook Gen Z’ers blijken negatiever te zijn over abortus dan generaties daarvoor. 25 procent van de Gen Z-mannen vindt bijvoorbeeld dat abortus enkel toegestaan zou moeten zijn na een verkrachting. Dat verklaart mede waarom de tegenstand ook feller wordt.





