Hij sprak het al jaren uit: “Ik ga ooit voor Oranje spelen.” En vrijdagavond werd het werkelijkheid. In de slotfase van de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Polen (1-1) maakte Emmanuel Emegha zijn debuut voor het Nederlands elftal.
De 22-jarige spits van het Franse Strasbourg stond begin deze week nog niet eens op de lijst van bondscoach Ronald Koeman, maar door een blessure bij Wout Weghorst kreeg hij alsnog de kans. “Ik had de moed eigenlijk al opgegeven dat het deze interlandperiode zou gebeuren,” vertelt hij na afloop. “Maar God had een ander plan.”
‘Er zit kracht in wat je spreekt’
Emegha is open over zijn geloof in Jezus Christus en dat geloof beïnvloedt ook hoe hij over zijn carrière praat. “Ik geloof dat er veel kracht zit in de tong,” zegt hij. “Wat je zegt, komt uit. Daarom heb ik nooit geschroomd om te zeggen dat ik in Oranje zou spelen. En dat is nu gebeurd.”
Voor de spits, die dit seizoen ook te maken had met blessures, voelt het als een bevestiging van Gods timing. “Ik heb lang gewacht, maar je moet nooit opgeven. Soms loopt het anders dan jij denkt, maar precies zoals God het wil.”
Dankbaar voor Nederland
Hoewel zowel Togo als Nigeria hem probeerden te overtuigen om voor hun nationale team te kiezen, bleef Emegha bij zijn standpunt. “Ik ben in Nederland opgegroeid en heb alles aan Nederland te danken,” zegt hij. “Mijn moeder heeft mij altijd geleerd om dankbaar te zijn. Daarom wilde ik alleen voor Nederland uitkomen.”

