Stefan groeide op in een traditioneel christelijk gezin. Het geloof was overal: catechisaties, geloofsbelijdenissen en vaste christelijke tradities. Maar thuis voelde hij zich niet geliefd. Er was vooral ruzie. “Ik werd niet geliefd. Alleen maar ruzie thuis. Wat is mijn nut hier op aarde?” Die vraag begon steeds harder in zijn hoofd te klinken.
Hoe ouder Stefan werd, hoe meer hij zich verzette tegen alles wat met geloof en zijn opvoeding te maken had. “Ik ging tegen alles aanschoppen: het geloof, mijn ouders, alles.” De discussies thuis liepen hoog op en het zorgde voor een steeds grotere afstand.
Rond zijn zeventiende besloot hij volledig voor de wereld te gaan leven. Hij ging feesten, drinken en roken. Alles wat hij vanuit huis nooit had meegekregen, omarmde hij nu. Wat voelde als vrijheid, veranderde al snel in gebondenheid. Stefan raakte zwaar verslaafd aan alcohol, nicotine en gamen — vaak allemaal tegelijk. “Ik zocht naar vreugde en vervulling, maar alles was tijdelijk. En omdat het tijdelijk was, was de leegte daarna alleen maar erger.”
Leegte
Die leegte leidde tot een diepe depressie. Een half jaar lang werd het donkerder in zijn hoofd. Hij dronk steeds meer en leefde extremer. Uiteindelijk wilde hij niet meer leven. “Ik zag geen toekomst meer. Alleen maar pijn.” Stefan maakte een plan om een einde aan zijn leven te maken, tot in de puntjes uitgewerkt. Het kon niet falen.
De dag dat hij het wilde uitvoeren, ging hij naar zijn ‘plek’. Daar had hij nog één moment van twijfel. “Ga ik dit doen, of niet?” Op het moment dat hij besloot door te zetten, gebeurde er iets onverwachts. Twee vrouwen kwamen naar hem toe en zeiden: “Volgens ons gaat het niet goed met jou. Mogen wij voor je bidden?”
Zoekende
Ze baden voor hem en raakten met hem in gesprek. Ongeveer een half uur spraken ze samen, waarna ze ieder hun eigen weg gingen. Maar die ontmoeting veranderde alles. “Zij haalden mij uit die trans van: ik ga een eind aan mijn leven maken.” Stefan besloot te blijven leven, al bleven zijn verslavingen en de spanningen thuis nog bestaan.
In de periode daarna bleef hij zoekende. Tot een vriend hem uitnodigde om mee naar de kerk te gaan. “Kom gewoon eens mee, wat heb je anders te doen?” Stefan ging. Toen hij binnenstapte, voelde hij iets wat hij niet kende. “Er hing daar een liefde die ik nog nooit had ervaren. Het voelde als familie.”
Dit was totaal anders dan het kerkbeeld dat hij kende: geen strakke regels of afstandelijkheid, maar warmte en acceptatie. Zijn interesse in het geloof werd opnieuw gewekt. Kort daarna leerde hij zijn verloofde kennen. Zij moedigde hem aan om de Bijbel mee te nemen op vakantie. Stefan dook er vol in. Elke dag las hij, met een biertje in de hand en een sigaret erbij.
Vlinder
Op een gegeven moment daagde hij God uit. “Oké, als U echt bent, bewijs het maar. Stuur mij een vlinder.” Nog geen halve minuut later landde er een vlinder op zijn vinger. Tien minuten lang bleef hij zitten. “Dat was mijn herkenningspunt. God is echt. Hij luistert naar mij.”
Vanaf dat moment besloot Stefan er honderd procent voor te gaan. Zijn leven veranderde. Hij ontdekte dat er hoop is, zelfs op de diepste momenten. “Als je op een punt staat dat je niet meer weet waar je heen moet, weet dan dat er altijd licht is aan het einde.” Stefan gelooft dat genezing mogelijk is, ook van depressie. “Mensen zeggen: je kunt niet genezen van depressie. Dat is onzin. Er is genezing, en die is alleen in Jezus te vinden.”
Bron: Jubilee stories





